Nieuws

Varkenssector onder druk door milieu- en welzijnseisen

Gepubliceerd op
11 juni 2012

De gevolgen van strenger overheidsbeleid kunnen verschillend uitpakken voor de diverse Nederlandse regio's. Een quick scan door LEI Wageningen UR maakt duidelijk dat het toekomstperspectief voor gespecialiseerde varkensbedrijven in Oost-Nederland minder gunstig is in vergelijking met soortgelijke bedrijven in Zuid-Nederland. Vooral de emissiebeperkingen en economische situatie zorgen in Oost-Nederland voor problemen.

varkens

De varkenshouderij heeft de laatste jaren te maken met verschillende overheidsmaatregelen op het gebied van ammoniakemissie, welzijnseisen, kosten mestafzet en mestverwerking, dierrechten en destructiekosten. Varkenshouders hebben de neiging te blijven ondernemen, ondanks een niet-rendabele bedrijfsvoering, in de hoop dat de toekomstige inkomenssituatie gunstiger wordt. Door een gebrek aan alternatieve werkgelegenheid blijven zij zo lang mogelijk hun bedrijf voortzetten.
Onderzoekers van LEI Wageningen hebben in opdracht van het ministerie van EL&I de effecten van het milieu- en welzijnsbeleid voor de varkenssector in Oost-Nederland (Overijssel en Gelderland) gekwantificeerd. Het onderzoek geeft inzicht in de integrale gevolgen van deze maatregelen in vergelijking met Zuid-Nederland.

Oost-Nederland kent relatief veel gespecialiseerde vleesvarkensbedrijven en overige bedrijven met varkens; 3.700 bedrijven met varkens tegen ruim 3.300 bedrijven in Zuid-Nederland. Van het totaal aantal varkens in Nederland bevindt zich 32% in Oost- en 59% in Zuid-Nederland. Varkenshouders in Zuid-Nederland houden meer varkens, de bedrijven in Oost-Nederland lopen voor op het gebied van groepshuisvesting. Op het gebied van emissiebeperking zijn bedrijven in Oost-Nederland minder vaak aangepast.

De economische vooruitzichten voor de bedrijven met varkens in Oost-Nederland zijn minder gunstig; een gemiddeld kleinere omvang, een hogere voer- en biggenprijs en een lagere voerwinst. Ook verschillen in bedrijfsstijl en cultuur (ondernemerschap, neveninkomsten en opvolgsituatie) spelen hierbij een rol. In Oost-Nederland zijn minder gespecialiseerde varkensbedrijven in staat om de benodigde aanpassingen gefinancierd te krijgen om te voldoen aan de huidige regelgeving rond milieu en dierenwelzijn. Oorzaak: onvoldoende middelen (kasstroom) om aan rente- en aflossingsverplichtingen te voldoen.
De gemengde bedrijven met een varkenstak hebben gemiddeld minder financieringsproblemen, maar ook hier komen de inkomens (verder) onder druk te staan.

Ook in het scenario met eenvoudige aanpassingen die minder financiering vragen, zoals beperkte
krimp, grote groepen, renovaties in plaats van nieuwbouw, blijft de situatie in Oost-Nederland ongunstig ten opzichte van de situatie in Zuid-Nederland. De resultaten van deze quick scan geven aan dat de varkenssector in Nederland maar in beperkte mate in staat is om te voldoen aan de gestelde eisen op het gebied van milieu en welzijn.