Project

Verkeersonderzoek Haarlem-Noord

De Wetenschapswinkel van Wageningen UR deed, in opdracht van lokale belangenverenigingen, onderzoek naar de verkeerssituatie in Haarlem Noord.

In het kader van de structuurvisie 2040 speelt in Haarlem al enige tijd een discussie rondom het al dan niet verdubbelen van de Vondelweg. De verdubbeling zou nodig zijn om het huidige en toekomstige autoverkeer te faciliteren. Daarnaast speelt dat de gemeente de aanpalende Waarderweg wil verdubbelen, maar dat de provincie dit alleen wil medefinancieren wanneer ook de Vondelweg wordt verdubbeld. Bewoners, verenigd in het Wijkraden en Belangenorganisaties Overleg Haarlem-Noord / Spaarndam (WBO), willen graag meediscussiëren over deze kwestie. Om een gefundeerd standpunt aan te nemen wilde het WBO meer inzicht hebben in de huidige verkeerssituatie, de capaciteit van de weg in relatie tot eventuele toekomstige verkeersgroei, de invloed van het verkeer op de leefbaarheid en de mogelijke oplossingen voor ervaren problemen. Op verzoek van het WBO heeft de wetenschapswinkel van Wageningen UR een verkeersonderzoek uitgevoerd. De belangrijkste bevindingen worden hier gepresenteerd.

Gebrekkige onderbouwing

Om de vraag te kunnen beantwoorden of een capaciteitsvergroting noodzakelijk is, zijn gegevens over de huidige intensiteit onontbeerlijk. Analyse van beleidsdocumenten en onderzoeksrapporten laat echter zien dat deze gegevens slechts zeer sporadisch aanwezig zijn De in de verschillende rapporten aangegeven 'noodzaak tot verdubbeling' is over het algemeen matig of niet onderbouwd met actuele verkeersgegevens, en gebaseerd op verouderde prognoses over verkeersgroei. Daarom is in het onderzoek van de Wetenschapswinkel gebruik gemaakt van de verkeersintensiteiten die door de verkeersregelinstallaties zijn geregistreerd, aangevuld met een kentekenonderzoek.

I/C verhoudingen

De kruispunten en de verkeersregelinstallaties bepalen de capaciteit van het wegennet. Wanneer de capaciteit wordt vergeleken met de verkeersintensiteit, kan een uitspraak worden gedaan over de de mate waarin vertraging en congestie optreden.

Onze analyse laat zien dat tijdens de ochtendspits geen sprake is van structurele filevorming; wel zijn er een aantal kruispunten waar incidenteel congestie en vertraging zouden kunnen optreden. In de avondspits treedt net iets meer vertraging op, met name bij de kruispunten Delftplein/Vondelweg/Rijksstraatweg en Schoterbrug/Spaarndamseweg. Beide kruispunten hebben een doserende werking op de verkeersstroom in Haarlem-Noord. Doordat de extra vertraging die op deze kruispunten optreedt, is een goede doorstroming mogelijk op de tussenliggende wegen en kruispunten. De analyse laat ook zien dat bij een eventuele toekomstige groei van het autoverkeer geen grote problemen te verwachten zijn. De capaciteit is, zeker met enige aanpassingen aan een aantal kruispunten, ruim voldoende voor het afwikkelen van het verkeer.

Doorgaand verkeer

Voor dit onderzoek is ook relevant om te weten in hoeverre het verkeer op de Vondelweg bestemmingsverkeer betreft, en in hoeverre het gaat om doorgaand verkeer. Uit kentekenonderzoek blijkt dat het verkeer tussen de Camera Obscuraweg en het Delftplein voor slechts 2-4% bestaat uit doorgaand verkeer. Tussen het Delftplein en de Spaarndamsebrug is er sprake van 23% doorgaand verkeer. De Vondelweg lijkt hiermee dus geen interregionale functie te vervullen, maar ze heeft wel een bovenlokale ontsluitingsfunctie. Het kentekenonderzoek laat ook zien dat, in de huidige situatie, de Vondelweg vrijwel niet gebruikt wordt als sluiproute op momenten dat er een file staat op de A9. 

Verkeersveiligheid, luchtkwaliteit en voertuigverliesuren

Een verkeersonderzoek is niet compleet zonder een studie van de effecten op de leefbaarheid. In deze studie is daarbij gekeken naar drie aspecten: verkeersveiligheid, luchtkwaliteit en congestie. Om een uitspraak te kunnen doen over de verkeersveiligheid, is een analyse gemaakt van de verkeersongevallen in de periode 2007-2012. In algemene zin is er in Haarlem-Noord een afnemende trend zichtbaar van begin 2007 tot eind 2012 voor wat betreft ongevallen en daarbij behorende gevolgen. Daarbij is ook een afname in letsel. De luchtkwaliteit is bepaald aan de hand van het CARii-model, het model dat ook wordt gebruikt door Rijkswaterstaat. Het blijkt dat de concentraties van N02 en fijnstof onder de wettelijke normen liggen. Voor het bepalen van de congestie, tot slot, is gebruik gemaakt van de het concept voertuigverliesuren. Gedurende de spits is de maximale vertraging voor een autorit tussen het Delftplein en de Spaarndamsebrug 70 seconden.