Nieuws

Verticillium-bestrijding in praktijknetwerk

Gepubliceerd op
25 oktober 2013

Verwelkingsziekte bedreigt al jaren de boomkwekerij, vooral in de teelt van laanbomen en rozen. De veroorzaker, de schimmel Verticillium dahliae, is moeilijk te bestrijden en eenmaal in de bodem kan deze schimmel ook zonder waardplant jarenlang overleven. Het Praktijknetwerk Verticillium wil door samenwerking tussen boomkwekers en loonbedrijf en afstemming met onderzoeken op het gebied van teeltadvisering, de implementatie van biologische grondontsmetting stimuleren.

In het praktijknetwerk wordt de kennis over biologische bestrijding van Verticillium uit een recent project, dat is gefinancierd door het Productschap Tuinbouw, gedeeld en getoetst aan kennis van innovatieve, snelle en nauwkeurige methoden voor detectie van Verticillium in grond-en plantmonsters die momenteel worden ontwikkeld in een EU-MKB project.

Symptomen

Verticillium is een bodemschimmel. Omdat Verticillium symptomen vaak pas laat in het groeiseizoen op grotere schaal te zien zijn, worden ze nogal eens over het hoofd gezien of toegeschreven aan een vroege herfst. Een Verticillium besmetting is te herkennen aan één of meer van de volgende symptomen:

  • Droogteverschijnselen / slap worden van blad (verwelking)
  • Bladverkleuring: blad verliest groene kleur en wordt vaal groen tot gelig groen
  • Afsterven van de bladranden
  • Vroegtijdig kaal worden van de plant
  • Insterven van takken of afsterving van de gehele plant of boom
  • Inwendig: donkere verkleuring in het hout van stam en takken.

Doordat de deelnemende kwekers zelf ervaring willen opdoen met deze nieuwe wijze van (biologische) grondonstmetting levert dit praktijkervaring op in de boomkwekerijsector. Naar verwachting zullen meer kwekers volgen wanneer resultaten van dit praktijknetwerk gepubliceerd worden.

Praktijknetwerk

Een praktijknetwerk bestaat uit bedrijven of organisaties die samen met de deelnemers uit het samenwerkingsverband het projectdoel realiseren. De bedrijven of organisaties leveren kennis, geld of arbeid aan het project. Het praktijknetwerk bestaat bijvoorbeeld uit non-profit organisaties, overheidsinstellingen of adviesbureaus. Ook landbouwondernemingen, kennisinstellingen en agro-MKB-ondernemingen mogen deelnemen in het praktijknetwerk.

Samenwerkingsverband

Het samenwerkingsverband (landbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen en/of kennisinstellingen) vraagt de subsidie aan en neemt het initiatief om met anderen een praktijknetwerk te starten. Het samenwerkingsverband vormt de kern van het praktijknetwerk.