Anopheles gambiae, foto door Hans Smid / Bugsinthepicture.com

Persbericht

Vlieggedrag van hongerige malariamug in kaart gebracht

Gepubliceerd op
2 mei 2013

Een malariamug gaat omzichtig te werk voordat ze op de huid van de mens landt om te bijten. Net voor de mug de landing inzet, reageert zij zowel op de afgescheiden lichaamsgeur als op de warmte die het menselijk lichaam afgeeft. Dat constateren onderzoekers van Wageningen University met behulp van beelden, gemaakt met infrarood gevoelige camera’s. Hun onderzoek is 2 mei gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE.

De meeste malariamuggen hebben een voorkeur voor mensenbloed. Ze vliegen in het donker, wanneer hun gastheer slaapt. Om die te vinden richten ze zich op geursporen van koolzuurgas, dat alle dieren uitscheiden en de voor de mens kenmerkende lichaamsgeuren. Anderhalve meter voordat ze hun gastheer bereiken volgen zij voornamelijk de lichaamsgeuren. Tot net voor de landing. Dan speelt ook de warmteuitstraling van het menselijk lichaam een sturende rol.

Windtunnel met de drie-dimensionale vliegroute van een malariamug. Links zonder geurbron, rechts met geurbron en warmte. De luchtstroom in de tunnel gaat van rechts naar links. De mug start aan de linkerzijde en vliegt tegen de luchtstroom in. Is er geen geurstof aanwezig dan landt de malariamug reeds na enkele seconden op de rechterwand. Met geurstof en warmte legt de malariamug een (gemiddeld wel vier keer) langere en complexe route af naar de geurbron, waarna ze de landing inzet.
Windtunnel met de drie-dimensionale vliegroute van een malariamug. Links zonder geurbron, rechts met geurbron en warmte. De luchtstroom in de tunnel gaat van rechts naar links. De mug start aan de linkerzijde en vliegt tegen de luchtstroom in. Is er geen geurstof aanwezig dan landt de malariamug reeds na enkele seconden op de rechterwand. Met geurstof en warmte legt de malariamug een (gemiddeld wel vier keer) langere en complexe route af naar de geurbron, waarna ze de landing inzet.

De onderzoekers en technici van Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR, gebruikten met collega’s van Noldus Information Technology video-opnames en geautomatiseerde 3D-beeldanalysen om te ontrafelen hoe malariamuggen hun gastheer vinden.

Om het zoekgedrag van muggen te onderzoeken plaatsten de onderzoekers malariamuggen in een speciale, donkere windtunnel van 60 bij 60 cm en een lengte van 1,60 meter. De luchtstroom met vaste temperatuur en luchtvochtigheid, had een snelheid van 20 cm/seconde. In de tunnel werd de vlucht van de malariamug (Anopheles gambiae) gefilmd met behulp van infrarood gevoelige camera’s.

Zonder de aanwezigheid van mensengeur bleven muggen tegen de wind in door de tunnel vliegen. Zodra de onderzoekers een geur met de luchtstroom lieten meevoeren volgde de malariamug een complexe en lange vlucht naar de bron, die circa twee keer langer duurde dan zonder geurstoffen. Een toegevoegde warmtebron (34 graden, zoals de menselijke huid) verdubbelde opnieuw de duur van de zoektocht en was cruciaal voor het vinden van de geurbron.  De toevoeging van warmte deed het vliegpatroon drastisch veranderen wanneer muggen vlakbij, circa 20 centimeter, de bron terechtkwamen. Hoe de landing precies verloopt is onderwerp van een toekomstige studie.

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan



Het Wagenings onderzoek toont aan dat de interactie van geur en warmte de mug effectief naar haar gastheer voert. Dit is de eerste studie die het vlieggedrag van malariamuggen in het donker ‘zichtbaar’ maakt en toont aan dat insecten zich ook ’s nachts uitstekend op hun gastheer kunnen oriënteren.  Met de opgedane kennis  kunnen reeds bestaande geurvallen geoptimaliseerd worden door bijvoorbeeld een warmtebron toe te voegen, of de plaats van de lokstof ten opzichte van de valopening aan te passen. Dit is een van de bestrijdingsmethoden van malaria, nog steeds een ernstige ziekte, die in grote delen van de wereld miljoenen mensen ziek maakt. De opgedane kennis over de overdracht van de ziekte door de malariamug kan ingezet worden voor een betere bestrijding.