Nieuws

Voldoen aan de nitraatrichtlijn kost tijd, geld en inspanning

Gepubliceerd op
18 december 2013

Vanuit de Europese Unie moet Nederland via actieprogramma’s maatregelen nemen om aan de norm van 50 mg nitraat/l grondwater te voldoen. In het 5e actieprogramma, dat in 2014 in gaat, staan maatregelen, die het gebruik van stikstofmeststoffen sterk beperken. Op 10 december is het programma voor het zuidelijke zandgebied en de onderbouwing gepresenteerd aan vertegenwoordigers van provincies, waterschappen, drinkwaterbedrijven en de landbouw in Zuidoost-Nederland. Onderzoeker Janjo de Haan van Wageningen UR presenteerde tijdens deze bijeenkomst ook de resultaten van het systeemonderzoek Bodemkwaliteit op zand. Tijdens de discussie van het actieplan werd duidelijk dat voldoen aan de nitraatrichtlijn mogelijk is maar wel tijd, geld en inspanning vergt.

Nitraatconcentraties in het grondwater nog steeds te hoog

Mark Heijmans, beleidsmedewerker bij LTO Nederland en Jaap Schroder, onderzoeker bij Wageningen UR lieten in hun presentaties tijdens de bijeenkomst zien dat de nitraatconcentratie in grondwater in het zuidelijk zandgebied in de afgelopen 20 jaar sterk gedaald is, maar nog steeds boven de 50 mg/l ligt. Schroder: “Met name onder bedrijven met akker- en tuinbouw is de nitraatconcentratie nog te hoog. Dit komt vooral omdat in Zuid-Nederland relatief veel droog zand voorkomt waar de kans op uitspoeling het grootst is. Ook worden daar relatief veel “uitspoelingsgevoelige gewassen” geteeld, dus relatief weinig graan en veel aardappelen, maïs en groentegewassen. En is een groot deel van de bemesting gebaseerd op organische mest, waarmee minder efficiënt bemest kan worden.”

Meer maatregelen nodig om aan de nitraatnorm te voldoen

Vanuit de EU wordt Nederland gedwongen om via de actieprogramma’s nitraatmaatregelen te nemen om aan de norm van 50 mg nitraat/liter grondwater te voldoen. In het 5e actieprogramma, dat in 2014 ingaat, zijn maatregelen opgenomen die het gebruik van stikstofmeststoffen sterk beperken. Daarnaast wordt ook het gebruik van fosfaat verder beperkt. Op basis van proeven is berekend dat dit ondernemers op korte termijn 5 tot 10% opbrengst in kilo’s kost. Op langere termijn kan dit meer opbrengst kosten omdat de verwachting is dat de bodemvruchtbaarheid ook achteruit gaat. Daarnaast kan de marktbare opbrengst achteruitgaan door achteruitgang in kwaliteit van producten.

Equivalente maatregelen

Met de introductie “equivalente maatregelen” wordt aan agrarische ondernemers de mogelijkheid geboden om in plaats van aanscherping van de stikstof- en fosfaat-gebruiksnormen te komen met alternatieve maatregelen. Voorwaarde hierbij is wel dat is aangetoond dat met deze maatregelen ook de 50 mg nitraat/l in het grondwater bereikt wordt. Gerard Kouwenberg, bladgewassenteler in Beek en Donk, gaf mede vanuit de begeleidingscommissie Bodem Vredepeel een reactie. Hij gaf aan dat het technisch goed mogelijk is om aan allerlei milieueisen te voldoen, maar dat dit vrijwel altijd leidt tot een verhoging van de kostprijs. Kouwenberg: “Maar de afnemers zijn niet of nauwelijks bereid om meer te betalen voor een duurzamer geproduceerd product.”

In de discussie kwamen zo’n 25 verschillende maatregelen naar boven. Geconstateerd werd dat vrijwel alle maatregelen geld kosten en dat met vrijwel geen van de genoemde maatregelen de emissie van meststoffen voldoende sterk wordt teruggedrongen. Daarnaast is de effectiviteit en toepasbaarheid van maatregelen erg afhankelijk van grondsoort en bedrijf. Dit maakt het lastig om invulling te geven aan equivalente maatregelen.

Resultaten systeemonderzoek Bodemkwaliteit

Janjo de Haan, onderzoeker van Wageningen UR, liet met de resultaten van het systeemonderzoek Bodemkwaliteit op zandgrond zien dat wanneer geen organische mest meer aangevoerd wordt de opbrengsten na 7 tot 10 jaar dalen door afname van de bodemvruchtbaarheid. De nitraatuitspoeling daalt dan wel met ca. 20% maar lijkt in het laatste jaar weer op hetzelfde niveau uit te komen in vergelijking met een organische stof aanvoer gebaseerd op een evenwichtsbemesting fosfaat en gangbare organische dierlijke mestsoorten. In het biologische systeem is de organische stof aanvoer veel hoger dan in het gangbare systeem door aanvoer van o.a. vaste mest en een groter aandeel groenbemesters. In combinatie met het lagere bemestingsniveau, zorgde dit in de afgelopen jaren voor een nitraatconcentratie in het grondwater die onder de nitraatnorm uitkomt.