Nieuws

Welke WUR-studies komen van pas om de KRW-opgave voor het oppervlaktewater te halen?

article_published_on_label
10 mei 2023

WUR heeft in 2009 een robuuste methode opgezet om de nutriëntenbalansen voor het oppervlaktewater te kwantificeren. Zowel landelijk als voor een toenemend aantal regio’s berekent WUR de nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater (stikstof en fosfor) als de som van alle punt- en diffuse bronnen. De onderzoekers werken daarbij zoveel mogelijk op het niveau van de circa 700 oppervlaktewaterlichamen zoals die voor de Kader Richtlijn Water (KRW) zijn aangewezen. Ze werken nauw samen met de waterschappen om hun meetdata en kennis van het watersysteem in het balansmodel te verwerken.

Onderzoeker Peter Schipper: ‘Voor de herkomst van de belasting maken we onderscheid tussen de antropogene bronnen (afkomstig van menselijk handelen zoals wegverkeer) en bronnen die beleidsmatig als natuurlijk of achtergrondbelasting worden beschouwd. De resultaten van deze onderzoeken geven voor de waterbeheerders inzicht in de herkomst van de nutriëntenbelasting, afwenteling, de potenties van maatregelen, de haalbaarheid van gestelde doelen voor stikstof en fosfor, en de te reduceren stikstof- en fosforbelasting om de KRW-doelen te halen. Effecten van beleidsscenario’s kunnen eenvoudig en snel met het model worden doorgerekend en vertaald naar de afname van de KRW-opgave.’

In de studies komt duidelijk naar voren wat de belangrijkste bronnen zijn in het landelijk gebied: de af- en uitspoeling vanuit landbouwgronden, effluenten van rioolwaterzuiveringsinstallaties en nutriënten die vanuit het buitenland via beken, rivieren en kanalen ons land binnenkomen. Omdat in veel oppervlaktewaterlichamen het KRW-doel voor stikstof en/of fosfor wordt overschreden, ligt er een belangrijke opgave voor die bronnen. De studies tonen ook het belang aan om op het gewenste detailniveau waterbalansen op te stellen, want het Nederlandse watersysteem zit complex in elkaar qua waterverdeling, waterinlaat en afvoer, en de monitoring is in veel gebieden ontoereikend om betrouwbare water- en stofbalansen op te kunnen stellen.

Bekijk de studies