Testimonial

BIS Nederland het fundament is voor de Veenweidevisie

BIS Nederland het fundament is voor de Veenweidevisie
Johan H. Medenblik, senior beleidsmedewerker hydrologie (provinsje Frŷslan)

 ‘Bij de provinsje Fryslân wordt BIS Nederland ingezet voor allerlei doeleinden. Bij de vorming en uitvoering van plannen voor landinrichting, natuurontwikkeling en verdrogingsbestrijding maken we gebruik van BIS Nederland. Maar ook bij taxatie van aan te kopen percelen, bij werkzaamheden voor kadeherstel, bij de uitvoering van de Landbouwagenda (blauwe diensten) en bij de subsidieregeling funderingsherstel. Bovendien gebruiken we BIS Nederland bij beleidsontwikkeling: bij het vaststellen van de kaders voor het peilbeleid van het Wetterskip, bij het opstellen van het Omgevingsplan en bij de ontwikkeling van de Veenweidevisie. Voor deze Veenweidevisie maken we veelvuldig gebruik van de nieuwe, geactualiseerde bodemkaart. Ook op het moment van dit interview gebruikt het door ons ingehuurde adviesbureau BIS Nederland voor de Veenweidevisie.’ Johan Medenblik is binnen het taakveld Water de themacoördinator Waterkwantiteit. Hij weet hoe belangrijk BIS-Nederland is voor het werk van de provincie.

Bij de ontwikkeling van de Veenweidevisie is Johan Medenblik vanuit zijn werk bij de provincie betrokken. Over de aanleiding en het belang van deze visie zegt hij: ‘Diepe polderpeilen zijn in de basis de oorzaak van de problemen in het Friese veenweidegebied. Volgens het huidige Waterhuishoudingsplan is een drooglegging van 90 centimeter toegestaan, en daardoor zakt het maaiveld gemiddeld met ruim 1 centimeter per jaar. De huidige waterhuishoudkundige inrichting is zeer gunstig voor de landbouw, maar leidt tegelijkertijd tot bijvoorbeeld schade aan rioleringen en wegen (door verzakking). Ook moeten er kosten worden gemaakt om het waterbeheer bij te stellen, slootbodems dieper te maken en boezemkades versneld op te hogen. Verder treedt er schade op aan funderingen bij circa 4000 panden. Natuur verdroogt, en oxidatie van veen leidt tot eutrofiëring van oppervlaktewater en verhoogde CO2-uitstoot. Bovendien veroorzaakt de maaivelddaling in het veenweidegebied een verlaging van de grondwaterstand onder het aangrenzende zandgebied. Na een periode van praktijkproeven met hogere zomerpeilen maakten we in 2010 de balans op. De maaivelddaling zou met inzet van hogere zomerpeilen gemiddeld met circa 35% kunnen worden vertraagd. Tegelijkertijd werd het duidelijk dat er meer moest gebeuren dan op vrijwillige basis te streven naar een gewenst grond- en oppervlaktewaterregime.’

Wanneer merken we iets van de Veenweidevisie?

‘In 2012 startte de ontwikkeling van de Veenweidevisie. Haskoning stelde een feitendocument op met daarin de belangen en het geld dat daarmee is gemoeid. We werken nu drie strategieën uit voor de toekomst van het veenweidegebied. Vanaf medio 2014 wordt het concept Veenweidevisie bestuurlijk voorgelegd. Na vaststelling van de lange termijnvisie kunnen de ideeën die bij de uitwerking van de strategieën naar boven zijn gekomen worden uitgevoerd.’

Over welke drie strategieën spreek je dan?

 ‘De eerste is ‘recht-zo-die-gaat’, autonome ontwikkeling dus. De tweede noemen we ‘parallelle sporen’, of scheiding van functies. De derde is ‘nieuwe wegen’ waarbij we functies juist verweven. Ten aanzien van deze laatste strategie bestaan er al verschillende ideeën zoals ‘Valuta voor veen’, ‘Better wetter’ (beter water), telen veenmos voor substraatglastuinbouw, kroosteelt en ‘Kening fan de greide’: weidevogelmelk van Friesland-Campina.’

Bij de uitwerking van deze strategieën en ideeën hebben jullie actuele informatie uit BIS Nederland nodig?

‘Ja, ik kan wel zeggen dat BIS Nederland het fundament is voor de Veenweidevisie. Vooral de geactualiseerde veendiktekaart: deze richt onze focus op de gebieden waar we ons zorgen over moeten maken. Maar ook de grondwatertrappenkaart en de bodemkaart zijn belangrijk: veen verdwijnt bijvoorbeeld minder snel wanneer er een kleidek op ligt.’

Was een veldkartering van de actuele veendikten echt nodig?

‘Ja. Dit kun je eenvoudig aantonen door veendikten die zijn voorspeld op basis van de oude bodemkaart en een model voor maaivelddaling te vergelijken met de veendiktekaart die recent in het veld is gemaakt.’

Figuur 1 geeft de verschillen aan tussen veendikten die zijn voorspeld met de oude bodemkaart en een model voor maaivelddaling en veendikten die recent in het veld zijn gekarteerd.

kaartje bij interview met Johan Medenblik.jpg

Meer informatie:

Bekijk de powerpointpresentatie van Johan Medenblik tijdens het symposium BIS Nederland, op 19 maart 2013 in Wageningen