Bachelorstudent Rémi

Studentenverhaal

Bachelorstudent Rémi

Na mijn Franse baccalaureaat ben ik een jaar student geweest aan de agronomische ingenieur school van Purpan in Toulouse. Ik wist niet precies wat ik wou gaan studeren maar mijn belangstelling ging richting biologie, meer specifiek de duurzame landbouw. Ik heb in dit jaar heel veel geleerd en de stages die ik daar gelopen heb bevestigden mijn ideeën over onze gangbare landbouw: er moet veel veranderen. De universiteit van Wageningen had ik al op het oog omdat ik daar met de ingenieurschool een dubbeldiploma kon halen.

Ik vond de vakken over plantenfysiologie en morfologie fantastisch. Met gewassenkennis leer je om de meest belangrijke gewassen te kennen en te herkennen: een belangrijk vak als plantenwetenschapper.

In de zomervakantie na dat studiejaar ontmoette ik mijn vriendin die uit Nijmegen kwam. Toevallig op fietsafstand van Wageningen; de keuze was al snel gemaakt. Dankzij mijn tweetaligheid (mijn moeder komt uit Amsterdam) verwierf ik een fijne studieplek bij de opleiding Plantenwetenschappen (aanbevolen door mijn vriendin).

Mijn eerstejaars stage liep ik in het voedselbos van Wouter van Eck in Groesbeek. Een soort van landbouw waar ik nog nooit van gehoord had maar die ik heel inspirerend vind. In mijn tweede jaar besloot ik om de major ‘Teelt en Ecologie’ te volgen. En omdat ik met hulp van mijn lokale bank in Zuid-Frankrijk (Crédit-Agricole) zelf met 1ha voedselbosbouw ben begonnen besloot ik om in mijn derde jaar de minor “Forest and Nature Conservation” te volgen.

Master in Wageningen

Na mijn bachelor ga ik zeker een Master doen in Wageningen. Ik heb veel werk met het opzetten van het “forêt nourricière” in Frankrijk en er komen vast nog meer projecten.

Dat er voedsel uit een voedselbos geproduceerd kan worden is bewezen, maar voor hoeveel monden? Hoe wordt dit allemaal gemeten en produceert het ene voedselbos net zo goed als het andere? Er is nog veel werk en onderzoek te doen rondom dit type landbouw, namelijk over de verwerking van de producten, de manier van oogsten, de samenwerking van bosbouwers en landbouwers etc. Ik hoop daarin na het verwerven van meer kennis een rol te spelen.

Een leuk Chinees spreekwoord die ik vaak gebruik zegt: “Het beste moment om een boom te planten was 20 jaar gelden. Het op één na beste moment is nu”. Oftewel: bomen hebben veel tijd nodig om te groeien en dat maakt het allemaal wat ingewikkelder vooral wat onderzoek betreft.

In 2050 moeten er 9 miljard mensen gevoed worden en op een duurzame manier ook nog. Hoewel voedselbosbouw door wetenschappers in het algemeen nog als experimenteel wordt beschouwd geloof ik zonder twijfel dat het een belangrijke rol zal spelen bij het voeden van de toekomstige bevolking.

Openheid

Wageningen is zonder twijfel een van de beste universiteiten op het gebied van Plantenwetenschappen. Er valt meer dan genoeg te doen en met meer dan 110 nationaliteiten op de universiteit creëer je in Wageningen ook een groot netwerk. Ik heb zelfs veel vrienden uit Frankrijk teruggevonden.

Wat voor mij ideaal was, is de openheid van de mensen op de universiteit. Geen idee is te gek en Wageningen investeert veel in nieuw en goed materiaal om onderzoek te doen. De kloof tussen student en onderzoeker of bedrijven van de FoodValley (Unilever, Campina etc.) is heel klein en dat is heel uniek. Een positief gegeven van Wageningen vind ik zelf de vrijheid die een student kan hebben. Meningen verschillen; sommige studenten zouden het voedselprobleem oplossen met genetische manipulatie, andere met “vertical farming”, andere met “permacultuur”; deze diversiteit is heel belangrijk en blijft een mooi imago van de universiteit.