Mariska Dötsch van Unilever over samenwerking met Wageningen Economic Research

Testimonial

Betrokken bij een deel, inzicht in het geheel

In het project Smart Food Intake werkt Wageningen University & Research (WUR) met industriepartners als Unilever, Philips, Danone en FrieslandCampina aan het ontwikkelen van een methode om meer gezonde en duurzame voeding te stimuleren. Voor deze methode wordt een app ontwikkeld die beter inzicht zal geven in het wat, waar, wanneer en waarom van voedselconsumptie. Het project duurt vier jaar, waarvan er nu twee voorbij zijn. Mariska Dötsch, voedingskundige bij Unilever, geeft een beeld van de samenwerking.

Het unieke van de app is dat die naast vragen over de inname van de afgelopen twee uur, ook doorvraagt naar het waarom.
Mariska Dötsch, voedingskundige bij Unilever

Uniek

In bestaande tools en apps was dat doorvragen nog niet zo goed ingebouwd. Je kunt wel in het algemeen vragen waarom mensen bepaalde dingen eten, maar juist omdat je dat nu koppelt aan een specifiek moment en motivatie krijg je meer nauwkeurige resultaten. Dötsch:

'Het mooie van het project Smart Food Intake is dat het zich niet alleen richt op óf inname van voeding óf waarom, maar dat ze dat vooral samen willen pakken. Er is behoefte aan een tool die dat op een efficiënte en doeltreffende manier kan doen. We nemen "snapshots" van twee uur in plaats van gebruik te maken van een app die naar de voedselinname over de afgelopen 24 uur terugvraagt. Die combinatie van én de inname én de motieven erachter, dat is wat ons aanspreekt omdat je dan op een efficiënte manier alle ins en outs van de inname weet. Voor ons als bedrijf is het heel belangrijk om te weten waarom mensen bepaalde dingen eten. Dan kunnen wij daar weer op inspelen.'

Voor dataverzameling worden mensen ingehuurd die de app gebruiken. Er zijn genoeg consumenten te vinden die mee willen werken, maar juist die mensen die enthousiast zijn, zijn minder geschikt. Zij zijn al bewuster met voeding bezig en dan vooral op gezondheid gericht.

Je wilt vooral van de doorsnee van de bevolking weten wat er speelt. Daarom moet het makkelijk en toegankelijk zijn voor alle consumenten om met de app te werken.
Mariska Dötsch, voedingskundige bij Unilever

Zonder app

Zonder een app om data van consumenten te verzamelen ziet Dötsch' werk er heel anders uit. Het stellen van vragen gebeurt nu vaak via online enquêtes, via marketingbureaus of door studies te verrichten waarbij je mensen bepaalde producten laat gebruiken. Je hebt dan een specifieke groep gebruikers nodig en een controlegroep. Dit zijn vaak kostbare onderzoeken, ook omdat er bijvoorbeeld getrainde interviewers nodig zijn. Daarnaast gebruikt Dötsch data van de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling om bijvoorbeeld te zien hoe de gemiddelde Nederlander eet, maar daarmee heeft ze nog geen inzicht in de motieven.

Resultaten

Het project duurt vier jaar, waarvan er nu twee voorbij zijn. De betrokkenheid van Dötsch en andere experts tijdens het project leidt tot leerervaringen over en weer. Op de vraag of er al iets te zeggen is over resultaten, antwoordt Dötsch:

Het is nog voorbarig om te zeggen wat de resultaten zijn, maar zodra de eerste casestudies plaatsvinden is te zeggen of wat we voor ogen hebben goed werkt. Als ik naar de ontwikkeling van de app kijk, dan denk ik dat het een interessante en zeer nuttige tool wordt om in de toekomst te gebruiken.

Meedenken en samenwerken

In een dergelijk consortium met verschillende partners en minstens zoveel expertises is het vaak schipperen om elkaar te updaten en het werk te verdelen zonder te veel vertraging op te lopen. Het duurt altijd even om elkaars manier van werken te leren en een werkwijze daarop aan te passen. Bij Wageningen Economic Research zijn er uitgebreide programma’s om de onderzoekers te trainen op deze interdisciplinaire samenwerking.

Dötsch en haar collega's zijn een paar keer bijgepraat in projectupdates. Ze heeft als voedingskundige ook meegewerkt aan het testen van een prototype, vooral aan de innamekant. Een andere collega is betrokken bij consumentengedrag en levert dan samen met WUR input voor de motievenkant en weer een andere collega houdt zich bezig met het governance gedeelte van het project.

Iedereen levert dus een relatief klein stukje, maar bij die projectupdates krijg je het geheel mee.
Mariska Dötsch, voedingskundige bij Unilever

Dötsch kijkt vooral naar het soort vragen en hoe ze een verbetering zijn ten opzichte van bestaande tools. Met het oog op de toekomstige gebruikers kijkt ze ook naar het gemak en de begrijpelijkheid van de tool. Ze kan Wageningen Economic Research goed meehelpen vaststellen of de gegeven antwoorden 'valide' zijn, dat wil zeggen: antwoord geven op de gestelde vragen zoals ze bedoeld zijn. Haar ervaring met eerdere tools en vormen van vragen stellen helpt daarbij.

Tijdens bijeenkomsten worden momenten ingebouwd om te brainstormen over een specifiek onderdeel. De betrokkenheid en expertise van mensen in de markt is een kracht die Wageningen Economic Research graag benut. Aan Unilever en de andere projectpartners is ook gevraagd wat de interessantste casestudies zijn om het prototype te testen, want dan hebben de partijen er direct voordeel van. Dötsch:

'We hebben meegedacht over welke casestudies er moeten lopen. Voor het motievenstuk hebben we met kaartjes gespeeld: hoe zouden we zelf zo'n vraag opzetten of welke volgorde zou je aanhouden? Toen ik het prototype van de eerste versie van de intake kreeg, ging ik de mist in met het uitvoeren van de taakjes die ze me hadden toebedeeld. Voor mij was het gebruik van de tool niet vanzelfsprekend genoeg.'

Om inzichten te krijgen en tegelijkertijd de participanten niet te veel te belasten is een ingewikkeld spel. Er worden daarom veel verschillende manieren getest, waaronder met experts als Dötsch. Als het voor Dötsch als betrokkene al niet helder is, dan zal het waarschijnlijk voor een consument ook onduidelijk zijn. Bij de eerstvolgende bijeenkomst in september (2018) zal duidelijk worden hoe de projectmedewerkers verder gaan testen en op welke schaal. Dötsch licht haar bijdrage toe: 'Mijn bijdrage bij het testen van het prototype was een beetje een dubbelrol: zowel als gebruiker maar ook met de lens van een expert die een inschatting maakt van hoe een ander ermee omgaat.'

Er is een goede interactie met Wageningen Economic Research, al zou de expertise van Unilever vaker geraadpleegd kunnen worden. Dötsch:
'Van mij mag die afstemming vaker plaatsvinden en mag er ook doorgevraagd worden. We hebben als bedrijf nogal wat kennis en ze hoeven het niet allemaal alleen te doen.'

Dötsch zegt verder over de samenwerking met Wageningen Economic Research:

Ze denken er echt heel goed over na hoe het in elkaar moet steken en er wordt veel onderzoek naar gedaan. Ze hebben duidelijk gevraagd wat de partners van de app verwachten en eruit willen krijgen.

Ik merk in de bijeenkomsten dat ze niet over één nacht ijs gaan en dat er heel veel bronnen worden geraadpleegd. We hebben ook een goede mix aan industriepartners. De inbreng van een meer technologisch bedrijf als Philips is heel goed, want dan breng je andere kennis in dan wij als voedingsbedrijf. Ik ben daar heel enthousiast over.

Totstandkoming

Unilever werkt al veel met Wageningen University & Research samen, vooral met de Afdeling Humane Voeding. Op het gebied van duurzame voeding waren er ook al banden met Wageningen Economic Research. De verschillende partijen kunnen elkaar steeds beter vinden. Niet alleen vanwege de goede samenwerking, maar ook vanwege gemeenschappelijke doelen en aanvullende expertises.

Dit project is ooit tot stand gekomen tijdens een vergadering over onderzoeksinfrastructuren. Tijdens die vergadering bleken verschillende partijen het gemeenschappelijke doel te hebben om innovatie tot stand te brengen op het gebied van het meten van voedselinname en motieven van voedselkeuze. Maar niet alleen dat, ook de samenwerking tussen verschillende private en publieke partners was een prioriteit. Met deze partners en dit project werkt WUR aan de ambitie gezond keuzegedrag te bevorderen.