Eiwitten uit groentesnijresten interessant voor voedingsmiddelenindustrie

Klantverhaal

Eiwitten uit groentesnijresten interessant voor voedingsmiddelenindustrie

Groentesnijresten zijn een interessante bron van eiwitten die nu nog niet benut wordt. Wageningen Food & Biobased Research, het Nederlandse bedrijf Provalor en TNO doen onderzoek naar de verwaarding van snijresten uit andijvie, spinazie en sla. Het eiwit in dit snijafval vormt een interessante aanvulling van eiwitbronnen, waar vanwege de snelgroeiende wereldbevolking veel vraag naar is.

Snijresten van groente zijn een hele interessante, nieuwe eiwitbron. We maken dankbaar gebruik van de technologische expertise van Wageningen Food & Biobased Research en TNO om deze eiwitbron te ontsluiten en toe te werken naar industriële toepassing.
Paulus Kosters, Provalor

‘Wij verwerken groentereststromen tot hoogwaardige ingrediënten. Het ‘afval’ van groentesnijbedrijven, die sla en andijvie versnijden en in zakjes verpakken, bestaat uit de buitenste bladeren van kroppen. Dit snijafval is voor ons een mogelijk interessante bron van eiwitten. De continue beschikbaarheid is belangrijk voor het opzetten van een business case. Daar komt bij dat we als bedrijf al veel ervaring hebben met de verwerking van groentereststromen. Er hoeft ook geen nieuwe logistieke keten te worden opgezet.’

Van malen tot opwerken

Provalor maakt gebruik van de technologische expertise van TNO en Wageningen Food & Biobased Research om de eiwitten die vrijkomen zo efficiënt mogelijk te ontsluiten en op te werken. Wim Mulder, senior onderzoeker bij Wageningen Food & Biobased Research: ‘Het proces van eiwitwinning uit het snijafval is complex. We ontsluiten eerst de eiwitten door de groentesnijresten te malen. Door verhitting coaguleren groene celmembraanfragmenten, waarna we deze kunnen afscheiden middels centrifugatie. Het eiwit – RuBisCO- dat in de vloeibare fase achterblijft, moet vervolgens verder gezuiverd worden om het geschikt te maken voor voedselproducten.’ De technologische uitdagingen zitten volgens Mulder nu vooral nog in de down stream processing, het zuiveren en opwerken van de eiwitproducten.

Kansen voor gebruik als eiwitgel

De toepassingsmogelijkheden van het eiwit uit snijresten zijn onder andere afhankelijk van de functionele eigenschappen, zoals emulgeerbaarheid, schuimvorming of de capaciteit om een gel te maken. Die laatste toepassing, geleerbaarheid, lijkt het vrijgekomen eiwit volop te hebben: vergeleken met kippeneiwit en koe-eiwit vormt het al bij lagere concentraties een gel. ‘Dat maakt het mogelijk het eiwit als een volwaardig plantaardig alternatief op de markt te brengen’, aldus Paulus Kosters. Verder onderzoek moet nog uitwijzen hoe het zit met de voedingswaarde, verteerbaarheid en verdere functionaliteit van het eiwit. Voor toepassing in voeding zal uiteindelijk goedkeuring nodig zijn binnen de Europese Novel Food Regulations.

Industriële toepassing

Kosters verwacht dat de eerste pilotfabriek waarin groentesnijresten op deze wijze verwerkt worden in 2018 in bedrijf wordt genomen, en is positief over het vervolg: ‘Dit project sluit heel goed aan op onze processen. We benutten agrarische reststromen door waardevolle en functionele ingrediënten –eiwitten in dit geval- te isoleren en ontsluiten. Het concept ontwikkelen we verder in het Europese project GreenProtein en we verwachten binnen vijf jaar een industriële toepassing te realiseren.’