Alumniverhaal

Het verhaal van Bonny Ogwal

Bonny Ogwal, Uganda, MSc Environmental Sciences
Het ABF heeft alles wat ik nu kan en doe mogelijk gemaakt. Ik kan mensen helpen hun eigen leven te verbeteren en een verschil maken.
Bonny Ogwal, Uganda, MSc Environmental Sciences

'Ik ben opgegroeid in een deel van Uganda waar het twintig jaar oorlog was. Mensen voelen zich overbodig, weten niet wat te doen, weten niet wat er in de wereld gaande is.

Mijn ouders zijn kleine boeren, ze verbouwen vooral katoen voor de verkoop. Mijn vader is zes jaar naar school geweest, mijn moeder nooit. Mijn moeder werkte harder dan mijn vader, en daarbij dronk mijn vader. Het is aan mijn moeder te danken dat ik toch naar school kon. Naar de universiteit kon ik alleen dankzij een overheidsbeurs. Die gaat echter bijna nooit naar leerlingen uit mijn streek, maar meestal naar scholieren van goed aangeschreven scholen in de stad. Mijn ouders konden het dan ook niet geloven toen ik zo’n beurs had gekregen – en ik ook niet.

Ik werkte hard op school omdat ik niet wilde zijn zoals iedereen. Normaal gaan mensen op een gegeven moment van school af, trouwen, de landbouw in, en dan wachten op de overheid voor hulp. Tachtig procent van de mensen is zo. Waarom? Ze zijn gefrustreerd, ze vinden dat de overheid hun problemen mede heeft veroorzaakt. Vaak drinken ze ook veel, uit frustratie, en vinden boeken en een schooluniform voor hun kinderen geen prioriteit. Ze worden geboren in de streek, groeien op in de streek, trouwen binnen de streek en gaan in dezelfde streek dood. Maar ik kan niet gaan zitten wachten op de overheid. Ik wil de overheid helpen. Ik ben ook gaan begrijpen wat ‘de overheid’ eigenlijk inhoudt: ik ben ook de overheid. Als ik ga zitten wachten tot de overheid wat doet, zit ik op mezelf te wachten. De overheid is iedereen. De meeste jongeren denken niet na over dit soort onderwerpen, nee. Ik denk dat het verband houdt met in contact komen met mensen van buiten je gemeenschap. Want hoe kun je je anders gaan realiseren dat een mens anders kan handelen? Je vindt veel wel best als je niet beter weet.

Ik heb omgevingswetenschappen gestudeerd en begin 2014 mijn bachelor gehaald. Daarna vond ik een vrijwilligersbaan bij een ngo in Noord-Uganda tegen kost en inwoning. Ik deed veldwerk op het gebied van gezondheid en sanitatie, op plekken waar waterputten waren geslagen. Mijn rol was het opleiden van mensen: hoe de waterpompen en het gebied eromheen schoon te houden, hoe water veilig op te slaan, en hoe te komen tot duurzaam gebruik door het onderhoud te bespreken en of de mogelijkheden om een onderhoudsfonds op te richten waar iedere maand geld in werd gestort.

Zes maanden later vertelde een vriend me over een Nederlandse student die hulp kon gebruiken bij haar onderzoek in Uganda, en of ik dat iets voor mij was. Ze volgde een master duurzame ontwikkeling aan de Universiteit Utrecht en deed onderzoek naar hoe wordt gewaarborgd dat een waterput het hele jaar door in bedrijf is. SNV bood me een stageplaats aan om haar te assisteren. Ze kwam in februari 2015, en ik heb haar vier maanden bijgestaan.

Op een keer vroeg ze me een keer naar mijn toekomstplannen. Ik antwoordde toen dat ik wilde zorgen dat mensen altijd zouden zorgen voor de omgeving. Daarop adviseerde ze mij om in Wageningen een master te gaan volgen. Ik volgde haar advies op en meldde me aan. Tot mijn verrassing had ik binnen een week al een positief antwoord. Toen was de vraag: waar haal ik het geld vandaan? 22 duizend euro per jaar, voor twee jaar.

Een beurs van het NFP kreeg ik niet. Daar was ik best verdrietig over, ik wist ook niet meer wat te doen. In deze periode informeerde het Nederlandse meisje hoe het ermee stond, en zei  toen dat ze niets kon beloven maar zou kijken of ze nog iets konden. Na een maand of twee, drie, in november 2015, kreeg ik bericht van het Anne van den Ban Fonds. Het was goed nieuws: ze boden me een volledige beurs! Ik kon het niet geloven. Dat heeft me echt wel tijd gekost, het wilde niet bezinken.

Het studieprogramma hier is veel beter dan in Uganda. Mijn bachelor was behoorlijk theoretisch en richtte zich vooral op de geschiedenis van de omgeving. We leerden hetzelfde als twintig jaar geleden; dezelfde boeken, dezelfde examens. Hoe konden ze ons zo klaarstomen voor de toekomst? Het gaf geen beeld van wat er werkelijk in het milieu aan de hand is, en het programma bevatte bijvoorbeeld ook geen chemie. Daarnaast blijf je in Uganda op de bekende paden. Ligt een probleem daarbuiten, dan kun je niets, je bent niet opgeleid om buiten de vaste kaders te denken.

In mijn masterstudie focus ik op milieutechnologie, milieusysteemanalyse en de economische kant van assessments. Uiteindelijk wil ik milieuproblemen in kaart kunnen brengen en kunnen beoordelen voordat beleid wordt geformuleerd en in praktijk gebracht.

Na mijn afstuderen ga ik terug naar Uganda om in de buurt van waar ik vandaan kom te gaan werken, zodat ik mensen kan bereiken en vertellen wat ze missen. Ik hoop een baan te vinden bij een ngo, of anders zelf een adviesbureau op te richten. Een vriendin, die dezelfde bachelor heeft gedaan als ik, heeft ook de kans gekregen om in Wageningen te studeren. Ze studeert geïntegreerd watermanagement. We zouden een goed team kunnen vormen.

Voor mij heeft het Anne van den Ban Fonds het verschil gemaakt. Het ABF heeft alles wat ik nu kan en doe mogelijk gemaakt. Ik kan mensen helpen hun eigen leven te verbeteren en een verschil te maken. Zoals gezegd, in Uganda denken mensen dat als er een probleem is, de donoren wel weer komen. Als er oorlog is, komen de blanken ons redden. Maar het wordt tijd dat we op eigen benen gaan staan. Dat kan het beste door op te staan en wat te gaan doen, door mensen op de been te krijgen en ze te begrijpen. Het opleiden van mensen is beter dan dat donoren voedsel blijven geven.'