Studentenverhaal

Het verhaal van Rose Mongi

Rose Mongi
Ik kon mijn oren niet geloven toen hij zijn financiële steun aanbod.
Rose Mongi

Het duurde maar vijf minuten, vertelt Rose Mongi vanuit Tanzania, het gesprek waarin Anne van den Ban aanbod haar bachelorstudie te betalen. ‘Ik vroeg zijn advies, hoe ik mijn vaardigheden verder kon ontwikkelen. Uit het niets zei hij: wil je studeren? Ik kan je steunen. Zo, zonder omhaal van woorden.’

Van den Ban, grondlegger van de rurale voorlichtingskunde in Wageningen, betaalde begin jaren negentig Mongi’s bacheloropleiding. Kort na aanvang van haar studie richtten de bevriende alumni Van den Ban en tropisch agronoom Gerard Kerkhoven een fonds op om veelbelovende studenten uit ontwikkelingslanden financieel te steunen, nu bekend als het Anne van den Ban Fonds. Mongi is inmiddels hoofdonderzoeker van het Tanzaniaanse nationale tarwe-  en gerstprogramma en promoveerde vorig jaar in Zuid-Afrika in de plantenveredeling.

‘Na mijn middelbare school was ik een tweejarige agrarische opleiding gaan doen omdat ik de situatie van kleine boeren wilde verbeteren’, vertelt Mongi. ‘Ik ontmoette Van den Ban in 1990 toen ik werkte op het Uyole Agricultural Research Institute, dat valt onder het ministerie van landbouw, veeteelt en visserij. Het was mijn eerste baan en het was hard werken: veldproeven inzetten, beoordelen, oogsten. Van den Ban werkte er als consultant voorlichting en kwam steeds in het veld praten over het verloop van de proeven en de oogsten.’
‘Op een dag sprak ik met enkele Europese vrienden die als vrijwilliger op het instituut werkten over mogelijkheden voor verdere scholing. Het collegegeld voor een bachelorstudie in Tanzania was voor mij toen onbetaalbaar. Ze moedigden me aan Van den Ban om advies te vragen. Dat durfde ik niet; hij was een buitenlander, ouder en zeer deskundig. Ik heb al mijn moed bij elkaar geraapt en hem toch aangesproken. Ik kon mijn oren niet geloven toen hij zijn financiële steun aanbod. Ik haastte me daarna naar mijn collega’s, me afvragend of het gesprek echt had plaatsgevonden. Maar dit rechtdoorzee antwoord paste bij hem, wisten we.’

Hard werken

Mongi denkt dat zijn aanbod voortkomt uit het feit dat hij haar altijd hard zag werken. ‘Van den Ban geloofde in hard werken om goede resultaten voor boeren te bereiken.’ Uiteindelijk ging ze in 1991 studeren aan de University of Missouri in Columbia (VS). Ze was zo gedreven dat ze geen 4 maar 2,5 jaar over haar bachelor deed. ‘Mijn studieadviseur beval me toen aan bij een collega op de University of Idaho, die een assistentschap in zijn project had voor een masterstudent. Ik werd aangenomen vanwege mijn goede cijfers en het project dekte mijn collegegeld en de kosten voor levensonderhoud.’ Na haar afstuderen kreeg Mongi elders een promotieplek aangeboden. Maar ze besloot terug te gaan naar Tanzania. ‘Iedere dag had ik professor Van den Ban in mijn hoofd horen zeggen: vergeet niet terug te gaan om voor je eigen mensen te gaan werken.’

Ze is nog steeds heel blij met haar keus. Mongi ziet de impact van haar werk. Ze heeft vier tarwe- en drie bonenvariëteiten op haar naam staan en ze coördineert dat veredelaars, landbouwkundigen en voorlichtingskundigen samen met boeren werken aan landbouwontwikkeling.
‘Afgelopen jaar oogsten vijfhonderd tarweboeren waar we mee samenwerkten daardoor niet één maar vijftien zakken van honderd kilo door een combinatie van hoogproductieve rassen, kennis over kunstmestgebruik en andere teeltmethodes. ‘Ik geef mijn kennis door zoals Anne van den Ban dat altijd deed.’ Ook betaalt ze het schoolgeld van andere dan haar eigen kinderen. ‘Van den Ban kende me niet, hij was niet eens van mijn stam. Toch was hij er voor mij. Geen gift heeft zoveel effect als een bijdrage aan iemands opleiding. Iemand kan daardoor op eigen benen komen te staan.’

Van den Ban en Kerkhoven formaliseerden hun steun aan studenten in 1992 met de oprichting van de stichting Sharing responsibilities for students (SRS). Aanvankelijk waren zij de enige donateurs, maar dat breidde zich al snel uit. In 2005 werd het fonds om publicitaire redenen omgedoopt in het Anne van den Ban Fonds. Tegenwoordig helpt het twintig tot dertig buitenlandse talenten uit de brand met een bijdrage voor hun studie in Wageningen.

Mongi hoorde in 1993 over het fonds, bij haar eerste en enige bezoek aan Wageningen. ‘Onderweg naar huis vanuit de VS had ik een lange tussenstop op Schiphol. Van den Ban haalde me op en we dineerden met het bestuur. Blijf hard werken, zei hij, en dat heb ik gedaan. Het was helaas de laatste keer dat ik hem zou zien. Maar we hielden contact via de mail. Het was zo’n aardige man. Hij bood iets aan vanuit zijn hart, zonder iets terug te verwachten.’