Testimonial

Paul Kehinde Adeosun, student van het Anne van den Ban Fonds

In Nigeria studeerde Paul Kehinde Landbouweconomie aan de University of Nigeria in Nsukka waarna hij een baan kreeg als assistent op de landbouwfaculteit. Nu studeert hij Management Economics and Consumer Studies in Wageningen met hulp van het Anne van den Ban Fonds.

Het positieve antwoord van het Anne van den Ban Fonds betekende mijn redding. Ik vind de donateurs helden

Belang onderwijs

‘Ik kom uit een familie van ambtenaren en kleine boeren. Mijn ouders waren beide leraar op een lagere school en zijn nu met pensioen. De waarde van onderwijs kennen zij als geen ander. Een master in het buitenland doen zou goed zijn voor mijn eigen toekomst en voor het instituut waar ik werkte. Met een banklening en leningen bij bekenden had ik niet direct genoeg voor mijn hele studieperiode, maar ik verwachtte er in Nederland nog wel wat bij te kunnen werken. Mijn collegegeld betaalde de universiteit.’

‘Het bijverdienen viel echter tegen. Een baantje bleek niet te vinden en bovendien ligt het studietempo zo hoog dat ik er niet eens tijd voor had. Ik heb in die tijd heel wat af gepiekerd. Totdat bleek dat ik ook als tweedejaars student een aanvraag kon doen bij het Anne van den Ban Fonds. Het positieve antwoord betekende mijn redding. Ik vind de donateurs helden. Met wat ik hier in Wageningen leer kan ik het leven van andere studenten en generaties verrijken.’

Markt

‘In Nigeria heb ik landbouweconomie gestudeerd aan de University of Nigeria in Nsukka, en daarna kreeg ik een baan als assistent op de landbouwfaculteit. Mijn afstudeerrichting in Wageningen is agrarische bedrijfseconomie. Waar mijn interesse in economie vandaan komt? In Nigeria is 65 procent van de beroepsbevolking werkzaam in de landbouw. Als je hun leven wilt verbeteren, dan moet de markt en hun marktpositie verbeteren. Dan krijgen boeren een betere prijs voor hun producten en kunnen kinderen naar school. In de streek waar ik opgroeide verdiende niemand iets omdat er geen goed functionerende markt was.’

‘In mijn afstudeeronderzoek kijk ik naar het risico dat verstoringen als slecht weer, natuurrampen en institutionele risico’s kunnen hebben op volumes in graanketens zoals die van maïs en rijst. Hoeveel kan een boer in zulke omstandigheden uiteindelijk produceren, en wat is het effect op de opslag en bewerking? En wat is er mogelijk als er tekorten ontstaan? Boeiende vragen, ook omdat Nigeria zelfvoorzienend wil worden op voedselgebied. Rijst wordt nog steeds geïmporteerd, maar aan maïs produceert Nigeria genoeg en is zelfvoorziening mogelijk als meer maïs binnenlands werd bewerkt. Ik wil kijken hoe duurzaam het beleid is en wat de langetermijneffecten zijn.’

Samenwerking

‘Na mijn afstuderen kan ik terug naar de landbouwfaculteit, in een betere baan. Naast nieuwe kennis neem ik voor onze studenten nieuwe manieren van leren en kennisoverdracht mee. Ik heb hier de waarde geleerd van discussies en de doorlopende aandacht voor kennistoepassing. Het liefst wil ik beleidsonderzoek doen en met boeren werken. Als je wilt dat boeren veranderen, dan moet je met hen samenwerken en samen praktijkproeven doen.

Ook wil ik graag de samenleving meer de universiteit in brengen. Door meer samenwerking met het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen en betere stages. Tijdens mijn bachelorstage heb ik net als veel medestudenten een jaar op de universiteitsboerderij gewerkt. Het zou beter zijn als iedereen bij andere bedrijven stage liep. Als de universiteit impact wil hebben dan moet de universiteit de manier waarop onderwijs wordt gegeven veranderen. Medewerkers die net als ik in het buitenland hebben gestudeerd brengen daarvoor nuttige ervaringen binnen.’