Interview

Wagenings onderzoek voor bescherming van het poolgebied

Wageningen Marine Research onderzoekt kust en klimaat niet alleen in Nederland, maar ook overzee. Veel onderzoek vindt plaats in het Noordpoolgebied, dat sterk onder invloed staat van klimaatverandering. Wageningse onderzoekers dragen bij aan interdisciplinair onderzoek, van kwik- en voedselweb-analyses tot tellingen van zeezoogdieren.

Nederland en het Noordpoolgebied zijn al van oudsher met elkaar verbonden. Iedereen kent Willem Barentsz, met zijn ontdekking van Spitsbergen in 1596 en zijn dramatische overwintering op Nova Zembla. En dan was er de noordelijke walvisvaart: een bron van rijkdom en verhalen.

“We voelen ons nog steeds zeer verbonden met het Noordpoolgebied”, zegt bioloog Martine van den Heuvel, die het Arctische onderzoek van Wageningen Marine Research coördineert. “Nederland heeft de status van waarnemer in de Arctische Raad. Dat we in die kringen voor vol worden aangezien, is omdat Nederland in het Noordpoolgebied zulk langdurig en goed wetenschappelijk onderzoek doet. Met dat onderzoek leveren we informatie die belangrijk is voor beleid, bijvoorbeeld op het vlak van duurzaamheid.”

Nederland heeft de status van waarnemer in de Arctische Raad. Dat we in die kringen voor vol worden aangezien, is omdat Nederland in het Noordpoolgebied zulk langdurig en goed wetenschappelijk onderzoek doet.
Martine van den Heuvel

Drukfactoren

Nederland heeft een Polaire Strategie, opgesteld door het ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) en beschreven in de nota Beslagen ten ijs (2021). Een belangrijk onderdeel daarin is onderzoek. Er zijn veel Nederlandse partijen die onderzoek doen in het Noordpoolgebied, vertelt Van den Heuvel: onder meer het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen en individuele onderzoekers aan andere universiteiten. “En ook in Wageningen doen we veel poolonderzoek”, zegt de bioloog, “op het raakvlak van allerlei disciplines. Juist daarin zijn wij heel sterk.”

Zelf onderzoekt Van den Heuvel de gevolgen van drukfactoren in kustgebieden, in Nederland en in het Noordpoolgebied. “Bijvoorbeeld vervuiling door chemische stoffen en de introductie van invasieve soorten”, vertelt ze. “Klimaatverandering is daarbij een overkoepelend thema. Het speelt overal doorheen. En het maakt soorten, populaties en ecosystemen vaak kwetsbaarder voor andere invloeden.”

20220717-HV-014.jpg

Veranderende systemen

De Arctis warmt veel sneller op dan de rest van de wereld – sommige stukken van de Barentszee met wel 2 tot 4°C per decennium. Juist in het poolgebied, waar de planten en dieren volledig zijn aangepast aan koude omstandigheden, zijn de gevolgen groot. Het water wordt warmer, zuidelijker soorten rukken op, zee- en landijs smelten, permafrost ontdooit en grote hoeveelheden sediment belanden met de rivieren in de poolzee. “Wij onderzoeken wat daarvan de gevolgen zijn voor de planten en dieren van het Noordpoolgebied”, vertelt Van den Heuvel, “en soms indirect weer voor het klimaat.”

Zo onderzoekt een collega hoe ecosystemen aan de zeeijsrand veranderen als het ijs smelt. Een hele leefgemeenschap is afhankelijk van die zeeijsrand, van plankton en vissen tot zeehonden, walvisachtigen en ijsberen. Andere onderzoekers brengen de impact van plastic in kaart, onder meer door de magen van zeevogels te onderzoeken op plastic. Teams van Wageningen Marine Research onderzoeken ook veranderingen in de ecologie van trekvogels in Noord-Scandinavië, Siberië en Groenland, en in het dieet van zeezoogdieren, bijvoorbeeld via analyse van de mest. Van den Heuvel: “Daarnaast zijn onze wetenschappers sterk in systematische tellingen op zee, bijvoorbeeld van zeevogels en zeezoogdieren.”

Wij onderzoeken wat de gevolgen van de opwarming van de aarde zijn voor planten en dieren van het Noordpoolgebied, en soms indirect weer voor het klimaat.
Martine van den Heuvel

Samenwerking

Veel van het onderzoek is interdisciplinair, vertelt de bioloog. “We werken bijvoorbeeld aan technische innovaties, zoals apparatuur voor soortherkenning ter plaatse, en het gebruik van environmental dna voor monitoring van soorten. Juist door dingen gezamenlijk op te pakken, kun je veel meer uit het onderzoek halen.”

Die samenwerking is er binnen Wageningen Marine Research, maar ook met de rest van de poolgemeenschap in binnen- en buitenland. In 2015 nam een Wagenings team deel aan de Scientific Expedition Edgeøya Spitsbergen, georganiseerd door het Groningse Arctisch Centrum. Daarbij deden zo’n vijftig wetenschappers tien dagen onderzoek vanaf een schip. “Een buitenkans om de banden aan te halen en samen te brainstormen over toekomstig onderzoek”, zegt Van den Heuvel. “In 2022 gaan we mee met het vervolg van die expeditie.”

Samen met het Arctisch Centrum publiceerde Van den Heuvel een studie naar kwik in het Noordpoolgebied. Met Wageningen Economic Research werkt ze aan het Arctic Marine Litter Project, deels gefinancierd door BuZa. Ook werken zij en haar collega’s nauw samen met Noorse en Duitse onderzoeksinstituten en schrijft ze mee aan rapporten over de staat van het Arctische milieu, via een werkgroep van de International Council for Exploration of the Sea (ICES).

Beter beschermen

“Veel van de onderzoeksvragen komen direct voort uit beleid”, benadrukt Van den Heuvel. “Bijvoorbeeld het onderzoek naar invasieve soorten. Wil je daar beleid voor maken, dan zul je eerst moeten weten om welke soorten het kan gaan en wat daarvan de mogelijke impact is. Maar de kennis hierover is vaak nog beperkt. Dat geldt bijvoorbeeld rondom Spitsbergen. We hebben hierover in 2021 een eerste studie gepubliceerd.”

Door klimaatverandering zullen de onzekerheden alleen nog maar toenemen. “Vast staat dat het Arctisch gebied razendsnel aan het veranderen is”, vat Van den Heuvel samen. “Wil je het gebied zo goed mogelijk beschermen, dan zul je al die veranderingen eerst beter moeten begrijpen. Daar proberen wij als Wageningen Marine Research ons steentje aan bij te dragen."