Beheersen en bestrijden

Als vogelmijten/bloedluizen toch in een stal zijn doorgedrongen, wat kunt u dan nog? Vogelmijten zijn namelijk moeilijk te bestrijden. Een greep naar de ‘gifspuit’ lijkt gemakkelijk, maar is dit de beste oplossing? En mag dat zo maar?

Bedrijfsplan aanpak vogelmijt

Met de Fipronil-crisis (2017) nog vers in het geheugen richt veel onderzoek zich op het beheersen en waar nodig veilig bestrijden van vogelmijten. Dit heeft geresulteerd in de ontwikkeling van een methode van geïntegreerde vogelmijtbeheersing (IPM). Deze is voor de pluimveepraktijk uitgewerkt in een praktisch toepasbaar Bedrijfsplan aanpak van vogelmijt bij leghennen.

Waarom is vogelmijt moeilijk te bestrijden?

Daarvoor zijn drie belangrijke redenen:

  1. U bent te laat
    Als u de plaag ziet, is het aantal vogelmijten al zo groot dat u bij een bestrijding slechts de buitenkant van een opeengekropen groepje mijten ‘raakt’.
  2. U doodt er te weinig
    Mijten in gaten en kieren zijn moeilijk te bereiken met spray-middelen. Daarom raakt u slechts een deel van de vogelmijten. Om de kans op residuen te beperken, hebben de huidig toegestane middelen bovendien maar een kortdurende werking.
  3. Ze gaan niet dood
    Vogelmijten ontwikkelen snel resistentie tegen een synthetisch bestrijdingsmiddel, waardoor de effectiviteit van het middel snel kan afnemen. Het aantal toegestane, synthetische middelen is bovendien erg beperkt.
01c IMG_3934.jpg

Wat is geïntegreerde vogelmijtbeheersing (IPM)?

Dé manier om de populatie vogelmijten in een stal effectief te beheersen is een geïntegreerde aanpak. In de tuinbouw staat deze succesvolle beheersmethode bekend als IPM: Integrated Pest Management.

De methode bestaat uit acht opeenvolgende stappen. Een eventuele bestrijding met synthetische (chemische) middelen is slechts een onderdeel van deze beheersmethode. De IPM-stappen zijn uitgewerkt in een praktisch bedrijfsplan voor de pluimveehouder en bedrijfsbegeleider.

De acht stappen van geïntegreerde vogelmijtbeheersing volgens de IPM-methode

1. Preventie, voorkomen van insleep en verspreiding van vogelmijten

1. Zorgen dat ze niet op het bedrijf c.q. in de stal komen. Daarvoor zijn er diverse maatregelen:

  • Zorg voor goede stalreiniging tussen de ronden.
  • Weer zo veel mogelijk bezoekers, huisdieren en knaagdieren.
  • Bezoekers laten douchen en bedrijfskleding (+ haarnetje) laten dragen.
  • Eén-leeftijd-systeem voor de hennen.
  • Apart gereedschap per stal.
  • Breng alleen vogelmijtvrij materiaal in de stal.
  • Breng alleen vogelmijtvrije, schone containers, kratten, pallets, eiercontainers en eiertrays op het bedrijf.
  • Zorg dat opfok en transport vrij zijn van vogelmijt.
  • Goede ongedierte-en vliegenbestrijding.

2. Zorgen dat de populatie klein blijft.

3. De levenscyclus onderbreken door het sturen van het leefgebied van de vogelmijt (schuilplaatsen verminderen, minder optimale temperaturen), het nemen van hygiënemaatregelen zoals het gebruikmaken van een stofzuiger, of een hogedrukreiniger of stoomreiniger en hittebehandelingen van de stal of door het toepassen van bestrijdingsmethoden.

infographic preventie op legpluimveebedrijf

Meer informatie vindt u in het bedrijfsplan en het document IPM-stap 1. Om de introductie en verspreiding van vogelmijten te voorkomen is tevens een risico-inventarisatieformulier beschikbaar.

2. Monitoren van de vogelmijtpopulatie

Monitoren van vogelmijten in een stal is alleen zinvol en effectief als:

  • Het monitoren minimaal een keer per maand plaatsvindt
  • Het monitoren altijd wordt uitgevoerd op dezelfde plaatsen in de stal
  • De juiste monitoringsplaatsen worden gebruikt:
    • Onder zitstokken in de buurt van een connector met het systeem
    • Bij of het liefst onder de roosters waar de kippen ‘s nachts rusten
    • Niet in de buurt van trosjes of clusters met vogelmijten
  • De monitoringsplaatsen goed zijn verdeeld over de stal in de lengte, breedte en hoogte
  • Er minimaal 12 monitoringsplaatsen zijn (hoe meer, hoe beter)
  • De scores/telresultaten worden geregistreerd, zodat een vergelijking met de vorige keer goed mogelijk is
vogelmijt in de stal

Er zijn globaal drie methoden om de omvang van een vogelmijtenpopulatie te monitoren:

  • Automatische monitoring: De Hotraco Mite Alert is een automatisch vogelmijtmonitoringssysteem, ontwikkeld in samenwerking met Wageningen Livestock Research.
  • Kwantitatieve monitoring, eventueel deels uitbesteed: AviVet levert AviVet-vallen (Red Mite Trap) die de omvang van de populatie bepalen aan de hand van de gewichtstoename van een val.
  • Visuele, handmatige monitoring:
    • Rickstick, bestaande uit een PVC-buisje met daarin een houten stokje. Het biedt een kunstmatige schuilplek voor de mijten.
    • De Simplified Passive Tape-val (SPT), gemaakt van brede schildertape. Ook deze biedt een kunstmatige schuilplek.
    • Mite Monitoring Score–methode, visueel vaststellen op aantal vaste plaatsen in de stal.

Meer informatie vindt u in het bedrijfsplan en het document IPM-stap 2. Voor iedere monitoringsmethode is tevens een scoreformulier beschikbaar.

3. Beslissen over ingrijpen of niet

De beslissing om eventueel in te grijpen is afhankelijk van de omvang van de vogelmijtenpopulatie. Daarvoor is de score van iedere monitoringsmethode vertaald naar het aantal mijten namelijk, laag, matig, of hoog. Per categorie zijn er vervolgens adviezen voor aanvullende populatiegroeionderdrukkende en bestrijdende maatregelen.

Meer informatie vindt u in het bedrijfsplan en het document IPM-stap 3.

4. Bestrijden met niet-synthetische methoden

Niet-synthetische bestrijdingsmethoden zijn:

  • Mechanische bestrijding: Vogelmijten zijn uit een stal te verwijderen met een staalborstel, stofzuiger of perslucht. Dit kan eventueel in combinatie met een andere behandeling (bijv. synthetisch).
  • Fysische bestrijding: De bekendste vorm is de warmtestookmethode (Thermokill). Alle plekken in de stal worden dan gedurende een aantal dagen tot minimaal 45°C verhit. Goed uitgevoerd, is dit een effectieve methode.
  • Fysiologische bestrijding: Hiermee maak je het bloed voor de vogelmijt onaantrekkelijk, bijvoorbeeld door de hennen vitamine B2 of knoflook te geven. De effectiviteit is niet altijd duidelijk en bij sterke besmettingen onvoldoende.
  • Overige niet-sythetische bestrijdingsmethoden:
    • Silica's/diatomeeënaarde: door het beschadigen van de huidbescherming droogt de vogelmijt uit. Alleen vogelmijten die in contact komen met de silica's gaan dood. Afhankelijk van de soort middel, regelmatig aanbrengen.
    • Natuurlijke vijanden: roofmijt, piepschuimkever (tempexkever in de volksmond) en jachtspin. Roofmijten zijn commercieel verkrijgbaar.
    • Q-perch: een zitstok met daaronder stroomdraadjes die de vogelmijt doden in hun looproute van hun schuilplaats naar de hen.

Meer informatie vindt u in het bedrijfsplan en het document IPM-stap 4

5. Bestrijden met synthetische middelen

Momenteel (2019) zijn slechts enkele chemisch-synthetische middelen toegestaan. Dit zijn: Byemite (Bayer), Elector (Elanco) en Exzolt (MSD).

Geen van deze middelen werkt echter spelectief tegen vogelmijten en doodt dus ook andere spinachtigen en insecten. Controleer daarom voor aanschaf c.q. gebruik altijd of een bestrijdingsmiddel wettelijk is toegestaan of geregistreerd. Om resistentievorming tegen middelen te beperken is het noodzakelijk om de beschikbare middelen af te wisselen en het gebruik zo veel mogelijk te beperken.

Meer informatie vindt u in het bedrijfsplan en het document IPM-stap 5.

6. Beperken van het gebruik van synthetische middelen

Bij het gebruik van synthetische middelen tegen vogelmijt zal aandacht moeten worden besteed aan het minimaliseren van het gebruik van het middel door:

  • De aanbevolen dosis niet te overschrijden;
  • Het aantal toedieningen te beperken, maar wel volgens productbeschrijving;
  • Het middel pleksgewijs toe te dienen (mits conform de gebruikersvoorschrift).

Meer informatie vindt u in het bedrijfsplan en het document IPM-stap 6.

7. Voorkomen van optreden van resistentie tegen synthetische middelen

Om de kans op resistentievorming van de vogelmijten tegen de gebruikte synthetische middelen te verminderen, zullen de gebruikte middelen:

  • Elkaar voldoende moeten afwisselen;
  • Moeten roteren of misschien;
  • Met meerdere gelijktijdig moeten worden toegediend.

Meer informatie vindt u in het bedrijfsplan en het document IPM-stap 7.

8. Evalueren van de uitgevoerde maatregelen

Na het toepassen van een preventieve maatregel of een bestrijdingsmethode moet u de effectiviteit daarvan vaststellen met behulp van monitoring. Bij gebleken ineffectiviteit zal, om kosten- en milieutechnische redenen, een andere methode moeten worden ingezet.

Meer informatie vindt u in het bedrijfsplan en het document IPM-stap 8.

Bij een biologische bedrijfsvoering worden de stappen 5, 6 en 7 uiteraard overgeslagen.