Data Collection Framework (DCF)

Het (wettelijk) visserijonderzoek op zee is in sterke mate internationaal georganiseerd en vastgelegd. Het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) wordt in Brussel vastgesteld en is gebaseerd op informatie die binnen het Data Collection Framework (DCF) wordt verzameld.

De Nederlandse DCF taken vallen onder het programma WOT Visserijonderzoek. Binnen vergelijkbare programma’s wordt in andere Lidstaten soortgelijke data verzameld. De Europese Commissie (EC) heeft gedetailleerde richtlijnen opgesteld binnen de DCF over welke informatie de Lidstaten moeten verzamelen. Deze richtlijnen liggen vast in een aantal verordeningen en beschikkingen die de Lidstaten van de EU verplichten gegevens te verzamelen over de visserij en de visbestanden. Het gaat om biologische gegevens over de visbestanden en economische en statistische gegevens over de visserij, aquacultuur en verwerkende visindustrie. De huidige richtlijnen werden midden 2017 van kracht.

Gegevens verzamelen

In de DCF is onder meer vastgelegd welke gegevens er moeten worden verzameld en wanneer ze moeten worden opgeleverd. Er zijn criteria gesteld aan de kwaliteit die wordt nagestreefd. Ook wordt de verplichte samenwerking tussen de Lidstaten bij het verzamelen en analyseren van de gegevens door de DCF vastgelegd, door de vorming van regionale coördinatiegroepen en de verplichting om visserij-onafhankelijke dataverzameling te coördineren met de eindgebruikers van de data. Voor Nederland zijn de belangrijkste eindgebruikers, buiten overheidsinstanties om, ICES (International Council for the Exploration of the Sea), CECAF (Fishery Committee for the Eastern Central Atlantic) en SPRFMO (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation).

De gegevens moeten worden verzameld in alle gebieden waar de Europese vloot actief is, ook als dat buiten de Europese wateren is. Ieder Lidstaat maakt een meerjarenonderzoeksprogramma waarin per jaar staat staat aangegeven welke gegevens zullen worden verzameld. De EC beoordeelt of dit programma aan de voorwaarden in de DCF voldoet. Indien dat het geval is, kan het worden uitgevoerd. Na afloop van het jaar moet een technische rapportage worden gemaakt waarin de Lidstaat aangegeven staat wat er allemaal is gedaan.

Uitvoering

De DCF in Nederland wordt uitgevoerd door Wageningen Marine Research (WMR) en Wageningen Economic Research (WEcR) in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en worden via het Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) en het Centrum voor Economische Informatievoorziening (CEI) uitbesteed bij deze instituten. Zowel WMR als WEcR maken deel uit van Wageningen University & Research.

Op nationaal niveau wordt het onderzoek gecoördineerd door de nationale correspondent bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Deze is tevens de contactpersoon van Nederland met de Europese Commissie over de uitvoering van de DCF.

Achtergrond

In 2000 werden een aantal Europese Verordeningen van kracht die Lidstaten verplichten jaarlijks biologische en economische gegevens te verzamelen over de visbestanden in zee en de visserij daarop. De combinatie van deze verordeningen gezamenlijk wordt sinds 2008 “Data Collection Framework” (DCF) genoemd, daarvoor was er sprake van DCR (Data Collection Regulation).

Met de DCF wil de Europese Commissie zeker stellen dat de Lidstaten de gegevens verzamelen die zij nodig heeft om het Europese Visserijbeleid te kunnen uitvoeren. In de DCF is vrij nauwkeurig aangegeven wat voor soort gegevens er moeten worden verzameld. Het gaat hier om gegevens over de aanvoer en de inspanning van de visserij, gegevens over bijvangsten en opbrengsten in de visserij en economische gegevens over visserij en auqacultuur. Ook moeten bijdragen worden geleverd aan internationale bestandsopnamen met onderzoeksvaartuigen.

De DCF is in 2008 uitgebreid met de verplichting om gegevens over de recreatieve visserij op zee en gegevens over diadrome vis (met name aal en zalmachtigen) te verzamelen. In 2017 is de regelgeving vernieuwd. Deze heeft voor Nederland geen grote implicaties gehad op de verplichtingen ten aanzien van de dataverzameling, maar is wel sturender in de manier waarop het werk gecoördineerd wordt, zoals gezamenlijke financiering van visserij-onafhankelijke monitoring (surveys). Daarnaast is in de hernieuwde DCF meer aandacht voor beschikbaarstelling van gegevens en kwaliteitsborging van de data.

WOT werkplan

Het visserijonderzoek op zee is in sterke mate internationaal georganiseerd en vastgelegd. Dit geldt ook voor het wettelijk visserij­onderzoek. Het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) wordt in Brussel vastgesteld en is gebaseerd op informatie die in dit programma en vergelijk­bare programma’s in het buitenland wordt verzameld. Europa heeft gedetailleerde richtlijnen opgesteld (Data Collection Framework, DCF) over welke informatie de Lidstaten moeten verzamelen. De huidige richtlijnen werden midden 2017 van kracht.

Het onderzoek dat de Lidstaten uitvoeren in het kader van de DCF is vastgelegd in meerjarige werkplannen1 (WP). Jaarlijks wordt er een voortgangs­rapportage opgesteld. Voor 2020-2021 heeft Nederland een update ingediend, op basis van de 2019 programmering, voor evaluatie door de Commissie. Deze update heeft nauwelijks inhoudelijke impact op de projecten. Additioneel wordt er een beknopte pilot uitgevoerd voor bijvangsten van zeldzame soorten in de pelagische visserij. Mochten desondanks aanpassingen nodig zijn in het DCF-werkplan, dan zullen deze afhankelijk van de aanpassing doorwerken in de WOT-programmering voor 2020 en 2021.

Veranderingen in de Europese wetgeving kunnen gevolgen hebben voor de wettelijke taken die in dit programma worden uitge­voerd. In het GVB van 2014 is een aanlandplicht (discardban) aangekondigd. Sinds 2015 geldt deze voor de Nederlandse pelagische visserij en in de periode 2016-2018 is deze gefaseerd ingevoerd voor de demersale (bodem) visserij. In 2019 is de aanlandplicht voor alle gequoteerde soorten ingevoerd. Ondanks de invoering van de aanlandplicht blijft de bemonstering van bijvangst door middel van observerreizen en selfsampling van belang voor validatie van de vangstsamenstelling, verzamelen van gegevens van incidentele bijvangsten en niet-gequoteerde soorten en het monitoren (vanuit enkel wetenschappelijk oogpunt) van toegestane uitzonderingen.

De financiering van de EU-bijdrage aan dataverzameling zoals vastgelegd in de Nationale Programma’s is aangepast sinds 2014 en loopt via het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EMFZV/EMFF). De Europese financiële afwikkeling van de, door de EU gefinancierde, programmaonderdelen loopt via de nationale EMFZV-structuur.

Kaderrichtlijn Marien

Deze activiteiten zoveel mogelijk samen of worden gecombineerd met reeds bestaande verplichtingen die in dit programma of elders worden uitgevoerd, met name binnen de projecten ‘Bestandsopnamen op zee’ en ‘Bestandsopnamen schelpdieren’. 


1 Netherlands Work Plan for data collection in the fisheries and aquaculture sectors 2020-2021, Version 1