Nederland is gevrijwaard van klassieke varkenspest (KVP)

Klassieke varkenspest (KVP)

Klassieke varkenspest is een virusziekte die voorkomt bij varkens. De ziekte is zeer besmettelijk en vaak dodelijk voor varkens. Het virus is ongevaarlijk voor mensen.

Wat is klassieke varkenspest?

Het klassieke varkenspest (KVP) virus behoort, samen met het bovine virus diarree (BVD) virus en border disease (BD) virus, tot het genus van de pestivirussen, in de familie van de Flaviviridae.

Bij welke dieren komt de ziekte voor?

De enige natuurlijke gastheer van het klassieke varkenspest virus (KVP) is het varken (Sus scrofa), inclusief het wilde zwijn. Onder natuurlijke omstandigheden zijn andere dieren niet gevoelig. Ook voor de mens is het virus dus volstrekt ongevaarlijk.

Dieren die vatbaar zijn voor het BVD en BD virus

Herkauwers (o.a. runderen en schapen) zijn de natuurlijke gastheren van het bovine virus diarree (BVD) virus en border disease (BD) virus. Varkens kunnen ook geïnfecteerd raken met het BVD en BD virus, maar meestal geeft dit slechts geringe of helemaal geen ziekteverschijnselen. BVD en BD bij varkens wordt dan ook niet actief bestreden.

Hoe verspreidt het virus zich?

Varkens, inclusief wilde zwijnen, vormen het natuurlijke reservoir van het klassieke varkenspestvirus. In de omgeving kan het virus niet lang overleven. Het virus kan wel lang overleven in varkensvlees (ingevroren of gedroogd) en als varkens dan gevoerd worden met keukenafval is dit een serieuze mogelijkheid voor verspreiding van de ziekte.

Een eerste introductie van varkenspestvirus in een vrije regio is meestal het gevolg van import van besmette dieren, swill-voedering (voeren van keukenafval) of onvoldoende gereinigde vrachtwagens die terugkeren uit besmette gebieden. Via diertransporten, vrachtwagens, menscontacten, e.d. kan de infectie zich vervolgens uitbreiden.

Speelt de intensieve veehouderij daarbij een rol?

Klassieke varkenspest is zeker niet iets van de laatste tijd, en ook niet een gevolg van de intensieve veehouderij, zoals vaak gedacht wordt. De intensieve veehouderij en vooral ook de exportpositie van Nederland dragen er wel aan bij dat de schade per uitbraak groter is dan in het verleden.

Komt de ziekte nog in Nederland voor?

De uitbraak van 1997/1998 was de laatste uitbraak in Nederland. Sindsdien is Nederland helemaal gevrijwaard gebleven van KVP. Alleen in 2006 kwam het nog even dichtbij, toen er in Duitsland een uitbraak was op minder dan 10 km van de Nederlandse grens.

Lees meer over KVP in Nederland

Tot begin jaren zeventig, toen Nederland nog een relatief kleinschalige, extensieve veehouderij kende, met veel gemengde bedrijven, waren in Nederland duizend of meer uitbraken per jaar geen uitzondering. Mede door vaccinatie werd de gevolgschade binnen de perken gehouden. Vanaf begin jaren 70 werd er in Nederland systematisch gevaccineerd, met als einddoel het uitroeien van het virus.

In 1986 werd binnen de EU een non-vaccinatiebeleid afgesproken. Doel hiervan was de schade door vaccinatiekosten, de ziekte zelf en exportbeperkingen te verminderen. In 1989 werd Nederland officieel varkenspestvrij verklaard. In 1990 en 1992 waren er in Nederland nog kleine uitbraken, die snel onder controle waren.

Uitbraken in Nederland
Uitbraken in Nederland

Wat gebeurt er bij een verdenking?

Als de varkenshouder merkt dat er iets aan de hand is met de varkens dan schakelt deze de dierenarts in. In overleg kunnen zij kiezen uit een aantal mogelijke vervolgstappen.

1. Verrichten van sectie op gestorven varkens

Als er sprake is van sterfte, kan er besloten worden om sectie te laten verrichten door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), of een daarvoor erkende en aangewezen dierenartspraktijk. Op basis van het beeld op de sectietafel kan er eventueel al een verdenking op KVP ontstaan. Op dat moment zal de uitvoerende patholoog dat bij de NVWA melden als een officiële verdenking. Is het sectiebeeld niet alarmerend, dan zal de patholoog toch in alle gevallen de tonsillen van het varken verzamelen en deze doorsturen naar Wageningen Bioveterinary Research (WBVR). Al deze tonsillen (4000-6000 per jaar) worden getest op KVP-virus. Alleen als het virus wordt aangetoond, waarschuwt WBVR de NVWA. Het spreekt voor zich dat er in zo’n geval sprake is van een zeer ernstige verdenking van KVP, maar die moet nog worden bevestigd op “officiële” monsters, genomen door de NVWA.

2. Uitsluiten van KVP door bloedonderzoek

Als KVP niet uitgesloten kan worden, maar ook niet hoog op het lijstje van mogelijke ziektes staat, bestaat er een mogelijkheid om bloedmonsters in te sturen om KVP uit te sluiten. Denk daarbij aan situaties waarbij groepsmedicatie wordt toegepast voor een onbekende ziekte, dieren niet reageren op antibiotica, maar ook bijvoorbeeld bij een combinatie van luchtwegproblemen met maag-darm-stoornissen. De eigen dierenarts kan in dit geval de bloedmonsters nemen (6 monsters, afkomstig van 6 zieke dieren) en deze rechtstreeks naar WBVR sturen. Alleen de kosten van de dierenarts en het opsturen van de monsters komen voor rekening van de varkenshouder. De kosten van het diagnostisch onderzoek worden betaald door de overheid. Deze bloedmonsters worden over het algemeen binnen 1 of 2 werkdagen getest op het KVP-virus. Pas als er KVP-virus wordt aangetoond, wordt het varkensbedrijf bezocht door de NVWA voor bevestiging van de diagnose en krijgt het bedrijf te maken met beperkende maatregelen. Zolang het diagnostisch onderzoek loopt, zijn er geen beperkingen voor het bedrijf. Afhankelijk van de symptomen kan het voor het bedrijf echter verstandig zijn om zelf de verantwoordelijkheid te nemen tot het even niet uitleveren van dieren, en dergelijke.

3. Melden van een KVP-verdenking bij de NVWA

Als de klinische verschijnselen van dusdanige aard zijn dat KVP een reële mogelijkheid is, dient dit zo snel mogelijk gemeld te worden bij de NVWA. Er is zeker sprake van een verdenking die gemeld dient te worden bij de volgende verschijnselen:

  • Puntbloedingen op de huid bij meerdere dieren in een koppel
  • Blauwverkleuring van de lichaamsuiteinden (oren, neus, poten staart) bij meerdere dieren in een koppel
  • Meerdere dieren die een wankele gang in de achterhand vertonen, of zelfs gaan zitten en die niet of met moeite overeind komen (verlamming van de achterhand)
  • Een mix van bovengenoemde verschijnselen binnen een koppel dieren, ook al is het maar één dier per verschijnsel
  • Toenemende sterfte waarvoor geen duidelijke oorzaak is aan te wijzen

Ook bij andere combinaties van meerdere verschijnselen kan het aan te raden zijn om dit te melden bij de NVWA, of op zijn minst bloedmonsters in te sturen naar WBVR voor het uitsluiten van KVP.

Waar komt klassieke varkenspest in de wereld voor?

Binnen de Europese Unie is klassieke varkenpest inmiddels al jaren uitgeroeid. De laatste uitbraken bij wilde zwijnen hebben zich voorgedaan in 2015 in Letland. Dichterbij Nederland werd Duitsland pas in de loop van 2012 officieel vrij verklaard van KVP bij wilde zwijnen. In Rusland komt klassieke varkenspest nog wel voor. De ziekte komt verder voor in grote delen van Azië en Midden- en Zuid-Amerika. Over Afrika is weinig bekend of en hoe uitgebreid KVP daar voorkomt. Alleen in Zuid-Afrika is de ziekte wel eens vastgesteld. Noord-Amerika en Australië zijn vrij van klassieke varkenspest.

Bekijk de website van de OIE - World Organisation for Animal Health voor de meest recente informatie.

Wat zijn de symptomen van klassieke varkenspest?

De incubatietijd van klassieke varkenspest varieert van 2-14 dagen, afhankelijk van de virulentie van het virus. Er worden hoog-, matig- en laag-virulente virusstammen onderscheiden.

Hoog-virulente stammen geven ernstigste ziekteverschijnselen met de hoogste sterfte, terwijl laag-virulente stammen geen of weinig opvallende verschijnselen geven met nauwelijks sterfte, of alleen sterfte bij de jongste biggen.

In het veld komen overwegend matig-virulente stammen voor. Vooral in eerste instantie zijn de verschijnselen daarvan weinig specifiek en zal niet als eerste aan KVP gedacht worden. Uiteindelijk kan, zeker bij de jongere dieren, de sterfte echter fors oplopen en worden de verschijnselen duidelijker. Een eerste voorlopige diagnose kan gesteld worden op basis van klinische verschijnselen.

1. Acute vorm van KVP

Dit is de meest voorkomende vorm. Afhankelijk van de virulentie van het virus zullen de verschillende symptomen meer of minder duidelijk zijn en kunnen bepaalde combinaties van de hieronder genoemde verschijnselen optreden. Ook de leeftijd van het varken speelt een grote rol. Bij jonge dieren zijn de verschijnselen duidelijker. Varkens kunnen in de acute fase of vrij kort daarna sterven. Een deel van de varkens kan de acute vorm overleven, waarna volledig herstel kan optreden. Dit zal vooral gebeuren bij matig- of laag-virulente virussen en/of bij oudere dieren. Soms kan de ziekte dan echter overgaan in de chronische vorm. Mogelijke verschijnselen in de acute vorm:

  • koorts
  • niet eten
  • sloomheid en blijven liggen
  • rode huid en/of huidbloedingen
  • blauwverkleuring van de lichaamsuiteinden (oren, poten, neus, staart)
  • conjunctivitis (ontsteking van de oogslijmvliezen)
  • obstipatie gevolgd door diarree
  • trillingen op de huid
  • wankel in de achterhand, verlammingen van de achterhand
  • krampen
  • op een hoopje gaan liggen (vooral bij biggen)
  • sterfte

2. Chronische vorm van KVP

Deze vorm ontstaat vanuit de acute vorm, hoewel bij individuele dieren de acute vorm zo onopvallend kan zijn, dat het lijkt alsof ze direct de chronische vorm krijgen. Dieren die de chronische vorm van KVP ontwikkelen, kunnen soms nog maanden in leven blijven, maar zullen continu klinische verschijnselen te zien geven en uiteindelijk sterven. In die hele periode blijven deze dieren ook virus uitscheiden en zijn daardoor een bron van besmetting voor andere dieren. Mogelijke verschijnselen in de chronische vorm:

  • sloomheid
  • wisselende eetlust
  • vermagering en slijten
  • wisselende koorts
  • langdurige diarree

3. Congenitale vorm van KVP

Dragende zeugen kunnen het virus via de baarmoeder doorgeven aan de biggen. Afhankelijk van het stadium van de dracht kan resorptie van de vruchten, mummificatie van vruchten, abortus (zeldzaam) of vroeggeboorte optreden. Biggen die ongeveer tussen dag 40 en 80 van de dracht zijn geïnfecteerd, kunnen bovendien levenslang virusdrager en -uitscheider zijn. Mogelijke verschijnselen bij deze biggen:

  • trilbiggen
  • zwakke biggen
  • dode biggen
  • slijters
  • sterfte binnen enkele dagen tot maanden

Wat voor maatregelen ter preventie zijn mogelijk?

In de preventie en bestrijding kunnen vier cruciale stappen onderscheiden worden, die allemaal belangrijk zijn om schade als gevolg van een uitbraak van klassieke varkenspest zoveel mogelijk te beperken.

1. Voorkomen van insleep in Nederland

Voorkomen van insleep kan alleen maar door voorzichtig te zijn met mogelijk besmette dieren en producten uit het buitenland. De belangrijkste maatregelen daarvoor zijn:

  • Verbod op swill-voedering
  • Reiniging en ontsmetting van veetransportwagens die uit het buitenland terugkeren
  • Alleen importeren van levende dieren en vlees vanuit gebieden waar KVP niet voorkomt, ook wanneer het producten voor eigen consumptie en jacht betreft

2. Beperk verder verspreiding in Nederland

Insleep van het virus zal in eerste instantie altijd onopgemerkt gebeuren. In de praktijk blijkt het vaak drie tot negen weken te duren voordat wordt vastgesteld dat het virus het land is binnengekomen. In die fase kan het virus zich ongehinderd verder verspreiden naar andere bedrijven. Om dit zoveel mogelijk te beperken zijn onder alle omstandigheden maatregelen nodig:

  • Beperken van het aantal contacten tussen varkensbedrijven. Dit geldt niet alleen voor diercontacten, maar ook voor persoonscontacten en contacten via bijvoorbeeld mest, vrachtwagens en andere materialen.
  • Veiliger maken van noodzakelijke contacten door (verplichte) bioveiligheids-maatregelen.

3. Spoor een mogelijke besmetting snel op

Om een besmettelijke ziekte als varkenspest in de kiem te smoren, is een snelle opsporing van een eerste nieuwe uitbraak essentieel. Een grote verantwoordelijkheid in dezen ligt bij de varkenshouder. Hij ziet zijn varkens elke dag en zal als eerste verdachte ziekteverschijnselen kunnen waarnemen. Het is daarbij wel essentieel dat snel de juiste vervolgstappen ondernomen worden om de ziekte in het laboratorium te bevestigen. Daarvoor bestaan er in Nederland de volgende mogelijkheden:

  • Melding van een verdenking aan de NVWA, door een varkenshouder of dierenarts, op basis van ziekteverschijnselen op het bedrijf
  • Pathologische bevindingen bij sectie bij onder andere de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) en enkele aangewezen dierenartsenpraktijken
  • PCR bij WBVR op tonsillen van alle varkens die worden aangeboden voor sectie
  • PCR op bloedmonsters die in het kader van groepsmedicatie of aspecifieke verschijnselen worden ingestuurd naar WBVR

Daarnaast zijn varkensbedrijven in Nederland die aan meerdere andere bedrijven leveren onderhevig aan een geregeld bloedonderzoek bij de varkens op antistoffen tegen KVP (screening).

4 Bestrijd een uitbraak snel en efficiënt

Een behandeling van de ziekte is niet mogelijk. Indien zich een uitbraak voordoet, zal de ziekte in eerste instantie bestreden worden met zoösanitaire maatregelen:

  • Ruimen van besmette bedrijven, gevolgd door reiniging en ontsmetting
  • Tracering van mogelijke contactbedrijven, gevolgd door quarantaine of preventieve ruiming
  • Preventieve ruiming van bedrijven in de onmiddellijke nabijheid van besmette bedrijven
  • Aanscherping van bioveiligheidsmaatregelen
  • Vervoersverboden van varkens en varkensproducten
  • Aanscherpen van surveillance in de regio waar de uitbraak plaatsvindt

Desinfectantia testen

Het virus kan worden geïnactiveerd door hittebehandeling (>60°C), pH’s <3,0 of >11,0 en is goed gevoelig voor de meeste desinfectantia.

Weten of uw desinfectiemiddel effectief is in het doden van het klassieke varkenspest virus? Bekijk onze pagina Disinfectant testing (Engels).

Noodvaccinaties

Er kunnen noodvaccinaties uitgevoerd worden met markervaccins. Deze vaccins maken het mogelijk om onderscheid te maken tussen gevaccineerde en geïnfecteerde dieren. Nederland heeft plannen om bij een volgende uitbraak deze markervaccins in te zetten als hulpmiddel om de uitbraak te bestrijden.

Preventieve vaccinatie is mogelijk, maar wordt binnen de EU niet toegepast vanwege het non-vaccinatiebeleid.

Hoe vindt diagnose van KVP plaats?

Voor een definitieve diagnose zijn altijd laboratoriumtesten noodzakelijk. Binnen Wageningen Bioveterinary Research worden daarvoor de onderstaande testen gebruikt.

1. PCR op organen of bloed

Met de PCR wordt gezocht naar genetisch materiaal van het KVP virus. Dit is een heel gevoelige test waarmee heel weinig virusdeeltjes al kunnen worden aangetoond. Het is ook een snelle test die in enkele uren uitsluitsel kan geven of een varken geïnfecteerd is met het KVP virus of niet.

2. Virusisolatie (VI) uit organen of bloed

Ook met deze test wordt direct het KVP virus aangetoond. Het aanwezige virus in bloed of organen moet zich echter eerst nog vermeerderen op celculturen (en dus infectieus zijn) voordat het aangetoond kan worden met een kleurmethode. Het duurt dan ook minimaal vijf dagen voordat er een uitslag is van een virusisolatie. Deze test wordt gebruikt voor de bevestiging van een eerste positieve PCR en verder alleen om virus in handen te krijgen voor nadere typering en onderzoek.

3. ELISA en virus-neutralisatie-test (VNT) op bloed

Deze testen tonen niet het virus aan, maar de antistoffen die door het varken worden geproduceerd. Deze antistoffen zijn gemiddeld vanaf drie weken na infectie aantoonbaar. De ELISA is een snelle test waarin veel monsters tegelijk onderzocht kunnen worden. Een negatieve uitslag is binnen een of twee dagen bekend. Echter, een positieve uitslag in de ELISA moet gevolgd worden door een tweede ELISA test, ter bevestiging. Als de uitslag hiervan ook positief is (antistoffen aangetoond) dan moet dit nog bevestigd worden door de virus-neutralisatie-test (VNT). Zo nodig kan hiermee ook onderscheid gemaakt worden tussen KVP, BVD (Bovine virus diarree) en BD (Border Disease). Nadeel van de VNT is de bewerkelijkheid en de lange tijdsduur van de test (tenminste vier dagen).

Publicaties

Bekijk publicaties over KVP