prof.dr. F (Frank) Berendse

prof.dr. F (Frank) Berendse

emeritus hoogleraar

 Wetenschappelijke en bestuurlijke activiteiten (verleden) :

  • member Scientific Committee and Steering Core Group of the European Science Foundation programme LINKECOL (Linking Community and Ecosystem Ecology)
  • member Scientific Committee of the SCOPE-project Nitrogen fluxes
  • member Committee of the Year on Ecology and Evolution (2005-2006) of the US Mathematical Biosciences Institute
  • board member of the European Ecological Federation.
  • national contact person for the Society for Conservation Biology
  • member Scientific Council of the European Centre for Nature Conservation (ECNC)
  • editor drie internationale tijdschriften: Oecologia; Ecosystems; en Perspectives in Plant Ecology, Evolution and Systematics 
  • voorzitter NWO prioriteringscommissie voor  het veld Ecology, evolution and biodiversity
  • lid Prioriteringscommissie NWO voor de ALW-Top-subsidies
  • lid Programmacommissie NWO Stimuleringsprogramma Biodiversiteit
  • lid Stuurgroep Darwin Centrum (NWO)
  • raadslid Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO)
  • bestuurslid Natuurmonumenten
  • voorzitter bestuurscommissie Beheer, Natuurmonumenten
  • vice-voorzitter en bestuurslid Stichting Veldornithologisch Onderzoek Nederland (SOVON)

 

Bestuurlijke activiteiten vanaf 2013

  • voorzitter Heimans en Thijsse Stichting
  • oprichter en bestuurslid Stichting Namens de natuur
  • lid commissie Van Ardenne (advies aan kabinet over nieuw natuurbeleid)
  • extern adviseur Initiatiefnota Mooi Nederland (PvdA, D66, GL)
  • geassocieerd lid Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur
  • jurylid  Duurzame Top 100, Trouw
  • lid commissie Europese Academies van Wetenschappen die Europese Commissie adviseert over nieuw beleid m.b.t. neonicotinoïden
  • National Contact Person for the Society of Conservation Biology
  • lid wetenschappelijke adviesraad Gegegevensautoriteit Natuur
  • lid adviesraad stichting Probos
  • voorzitter NWO-beoordelingscommissie subsidie-aanvragen
  • lid jury Groenste Politicus 2016

http://www.natuurinnederland.nl

Een van de belangrijkste vragen die mij al lang fascineert, is waarom in sommige plantengemeenschappen soorten lange tijd naast elkaar voorkomen, terwijl soms kleine veranderingen dat evenwicht verbreken en tot een dramatische omslag kunnen leiden. Een voorbeeld is het effect van stikstofdepositie op hoogvenen. Bij oplopende depositie-niveaus neemt het stikstofgehalte in de veenmossen snel toe, totdat de veenmossen verzadigd zijn en de stikstof zich als ammonium ophoopt in het veenwater. Het gevolg is dat plantensoorten zoals pijpenstrootje en zachte berk die hiervan gebruik weten te maken, zich razend snel uitbreiden. De veenmossen kunnen bij toenemende beschaduwing steeds minder stikstof opnemen, zodat er steeds meer ammonium blijft liggen en de vaatplanten zich nog sneller uitbreiden. Uiteindelijk verdwijnt het hoogveen en ontstaat er een pijpenstrootjesveld of een berkenbos.

Het is belangrijk te achterhalen te bepalen welke processen verantwoordelijk zijn voor de handhaving van evenwichten in soortenrijke begroeiingen. Gaat het om de verticale of horizontale heterogeniteit van bodems, waardoor iedere soort zijn eigen plekje inneemt waar hij of zij de grootste concurrentiekracht heeft? Of gaat het vooral om de interactie tussen nematoden of schimmels en plantenwortels, waardoor plantensoorten sterk worden afgeremd, wanneer ze al te snel toenemen? Als we deze mechanismen ontraadselen, kunnen we ook voorspellen wanneer evenwichten worden verbroken en soorten zullen verdwijnen. Maar ook hoe we de oorspronkelijke soortendiversiteit weer kunnen herstellen.

In arctische gebieden over de gehele wereld heeft de laatste decennia een sterke uitbreiding  van de dwergberk plaatsgevonden. In Siberië onderzoeken we wat de consequenties zijn van deze uitbreiding voor de energiebalans van het aardoppervlak. Na het verwijderen van berkjes zien we dat de bodem in de vroege zomer veel sneller ontdooit en zelfs inzakt zodat er kleine meertjes ontstaan, die vervolgens weer verlanden. Wellicht zijn de begroeiingen die wij in de Siberische toendra zien, allemaal stadia zijn van een cyclisch proces waarin deze vegetaties elkaar snel opvolgen.  Vooralsnog is dit het grote raadsel van de toendra, dat we alleen kunnen oplossen door onze proefvlakken nog lang te blijven volgen.

Het is natuurlijk heel spannend om onderzoek te doen in prachtige vegetaties als hoogvenen of de toendra, maar een groot deel van Europa bestaat uit agrarische landschappen. Juist hier heeft een dramatische verarming van de biodiversiteit plaatsgevonden. De Europese Unie probeert nu beleid te ontwikkelen om de biodiversiteit in deze landschappen te herstellen. Eerder toonden wij aan dat deze maatregelen weinig succesvol waren omdat de echte sleutelfactoren niet werden aangepakt. Inmiddels is duidelijk wat deze sleutelfactoren zijn: de grondwaterstand in weidegebieden en bestrijdingsmiddelen in het akkerbouwgebied. De vraag is nu hoe een nieuwe landbouw er uit moet zien die zich verder kan ontwikkelen in harmonie met de wilde planten en dieren die hier leven.

Biografie: http://www.natuurinnederland.nl/NiN_auteur.html

Publikatielijst: http://www.natuurinnederland.nl/pdf_bestanden/Publikaties_Berendse.pdf