'4 per mille'-verklaring van onderzoeksinstanties

'4 per mille'-verklaring van onderzoeksinstanties

Ter ondersteuning van het Franse '4‰'-initiatief hebben tien gerenommeerde onderzoeksinstanties een verklaring opgesteld waarin zij hun steun aan het Franse voorstel betuigen. Wageningen UR was er daar een van.

Op 30 november 2015 werd in het CIRAD-hoofdkwartier in Parijs door de hoofden van het INRA, het CIRAD, het IRD en het CGIAR Consortium het initiatief '4 per mille' gepresenteerd aan acht vertegenwoordigers van diverse nationale en internationale onderzoeksorganisaties. Alle deelnemers aan deze bijeenkomst spraken hun steun uit aan de doelstellingen van dit initiatief en gaven aan een verdere dialoog over dit onderwerp te willen aangaan.

Klimaatverandering heeft een impact op het bestaan van velen. Met name de landbouwsector is kwetsbaar. Deze kwetsbaarheid zorgt ervoor dat vooral de allerarmsten op deze aarde worden getroffen. Onder deze ongunstige omstandigheden stijgt wereldwijd de vraag naar landbouwproducten die het bestaan van toekomstige generaties veilig kunnen stellen. Het aanpassingsvermogen van de landbouwsector is groot, en deze sector kan ook een centrale rol spelen bij het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Deze opvatting ligt ten grondslag aan het initiatief 4 per mille, dat tot doel heeft klimaatverandering tegen te gaan via innovatieve landbouwsystemen. Met deze systemen wordt koolstof opgeslagen, klimaatverandering beperkt en een bijdrage geleverd aan adaptatie door toename van de bodemkwaliteit. Om tot dergelijke innovatieve landbouwsystemen te kunnen komen, moeten onderzoekers een cruciale rol spelen bij het verzamelen van bewijs, het vormgeven van overgangstrajecten en de interactie met beleidsmakers. Er zijn gecoördineerde acties nodig om wereldwijde onderzoeksprogramma's te ontwikkelen en dit onderzoek op één lijn te brengen. Wij doen een beroep op de onderzoeksgemeenschap om hun krachten te bundelen om deze uitdaging samen aan te gaan.

Bodembeheer geniet hierbij om de volgende redenen prioriteit:

  • Bodem vormt de basis van voedselproductie;
  • Door een toename van de koolstofvoorraden in de bodem wordt de bodem vruchtbaarder en stijgt de landbouwproductie;
  • Het verhogen van de bodemkoolstofvoorraden via landbouwmethodes helpt bij de reductie van de koolstofconcentratie in de atmosfeer;
  • Landbouwmethodes die tot een verhoging van de bodemkoolstofvoorraden leiden, leveren ook een positieve bijdrage aan andere belangrijke ecosysteemdiensten.

Om de belofte van bodembeheer en koolstofopslag te kunnen verzilveren, is het zaak dat er wetenschappelijk gefundeerde overgangstrajecten worden verkend en ontwikkeld. Dit vraagt om een netwerk van publieke, private en niet-gouvernementele spelers waarmee betrokkenheid en momentum kunnen worden gecreëerd. Het vraagt tevens om internationale wetenschappelijke samenwerking via de implementatie van een nieuw interinstitutioneel initiatief dat kijkt naar:

  • De mechanismen en beoordeling van het potentieel van koolstofopslag in de bodem binnen regio's en landbouwsystemen, waarbij rekening wordt gehouden met regionale variaties;
  • De evaluatie van de prestaties van de beste landbouwmethodes voor bodemkoolstof en hun effect op andere broeikasgassen, op de voedselveiligheid en mogelijke trade-offs met andere diensten op het gebied van regulering en productie;
  • De ondersteuning van innovatie en stimulering hiervan door geschikt beleid, waarbij rekening wordt gehouden met de sociaaleconomische context, het ontwerp van incentivesystemen ter bevordering van opslag en het beleidsdomein dat bijdraagt aan de ontwikkeling en implementatie van innovatieve productiesystemen;
  • Monitoring en inschatting van variaties in bodemkoolstofvoorraden, met name op landbouwniveau.

Er bestond behoefte aan een georganiseerde bijdrage van de academische wereld, waartoe ook de National Agricultural Research & Innovations Systems uit landen met hoge, middelhoge en lage inkomens werden gerekend. Daarom kwamen de hoofden van deze onderzoeksinstanties op 30 november 2015 in Parijs bijeen ter gelegenheid van de 21e conferentie van de partijen (COP-21) bij het Klimaatverdrag (UNFCCC). Zij kwamen tot de conclusie dat het tijd is om recente ontwikkelingen binnen de bodemwetenschap gezamenlijk te mobiliseren en het potentieel van internationaal onderzoek en samenwerking op dit gebied verder te verkennen. Gedurende een periode van zes maanden zullen zij op zoek gaan naar:

  • Partners die mee willen doen aan het initiatief en het ontwerp van de juiste overheidsstructuur, waarbij rekening wordt gehouden met bestaande initiatieven;
  • Het strategische kader en de prioriteitsbepaling in het programma;
  • De middelen die moeten worden ingezet en samengevoegd, zowel uit hun eigen middelen als die van donateurs;
  • De interactie en mechanismen die moeten worden bevorderd en geïmplementeerd tussen de academische instanties en beleidsmakers.

De conclusies van de huidige Verklaring zullen worden gekanaliseerd richting de lancering van het initiatief “4 per 1000: Soils for food security and climate” op 1 december 2015 tijdens de COP-21. Op basis van bovenstaande verklaring moedigen de leiders van onderzoeksinstanties beleidsmakers aan zich aan te sluiten bij het initiatief en aanzienlijk meer fondsen en steun aan dit initiatief te wijden.