Antibioticaresistentie bestuderen met een model van een kippendarm

Antibioticaresistentie bestuderen met een model van een kippendarm

Promovendus Ingrid Cardenas Rey bij Wageningen University & Research (WUR) zet zich in voor het voorkomen van antibioticaresistentie in de dierhouderij. Ze vertelt in dit interview over haar onderzoek bij Wageningen Bioveterinary Research waar ze gebruik maakt van een model van kippendarm, zodat er geen dieren gebruikt worden.

Het verschil maken

‘Na mijn opleiding diergeneeskunde in Colombia liep ik stage in de Verenigde Staten. Hier maakte ik voor het eerst kennis met de impact van antibiotica. Ik besefte dat het gebruik van groeibevorderaars in de zuivelindustrie gemeengoed was. Na mijn stage ging ik aan de slag als kuddemanager op een grote boerderij in Australië. Daar kregen de meeste dieren verkeerde antibiotica toegediend, of het werd verkeerd gedoseerd. Ik stuitte op terugkerende gezondheidsproblemen en falende behandelingen. In de besluitvorming zijn financiële afwegingen belangrijker dan de gezondheid en het welzijn van de dieren. Ik werd hierdoor echt even met mijn neus op de feiten gedrukt. Dit was dan ook een van de belangrijkste redenen om te kiezen voor onderzoek. Ik hoop hiermee een grotere invloed te kunnen hebben op veranderingen in de sector.’

Onderzoek naar antibioticaresistentie bij WUR

‘In Australië ontmoette ik een alumnus van Wageningen University & Research (WUR), die mij vertelde over de opleidingsmogelijkheden en het hoge niveau van het onderwijs bij WUR in Nederland. Ik heb een masterbeurs aangevraagd en gelukkig gekregen. Dus heb ik mijn master Animal Sciences gedaan, met specialisme in kwantitatieve veterinaire epidemiologie en AMR (Antimicrobial Resistance – antibioticaresistentie). Tijdens mijn tweede jaar liep ik stage en deed ik mijn scriptie bij Wageningen Bioveterinary Research (WBVR). Tijdens mij stage werkte ik samen met mijn begeleiders ik aan resistentie tegen fluorochinolonen die via plasmiden verspreid wordt. Voor mijn scriptie werkte ik aan een pilot-transitiemodel waarmee vroegtijdig veranderingen gesignaleerd kunnen worden in het Nederlandse bewakingssysteem voor antibioticaresistente in dierlijke voedselproductie (MARAN). Toen ik tegen het einde van mijn opleiding hoorde dat er een promotieplaats vrij kwam op dit project wist ik direct dat ik daarop wilde solliciteren!’

Een model van een kippendarm

‘In mijn project kijk ik naar de samenhang tussen kippendarm microbiomen en ESBL (een enzym dat ervoor zorgt dat bacteriën resistent worden tegen sommige antibiotica) in de productie van E. coli, door middel van een in vitro model van de kippendarm. Deze innovatieve methode maakt het mogelijk veel onderzoek te doen in een gecontroleerde omgeving zonder dieren te belasten. En dat kan ook nog eens tegen veel lagere kosten dan wanneer dit onderzoek op dieren wordt uitgevoerd. Zo testen we bijvoorbeeld het effect van behandelingen met onder andere probiotica en prebiotica op de overdracht van meervoudig resistente plasmiden in de microbiotica van de kippendarm. Ons project bevat interessante innovatieve, ethische en maatschappelijke aspecten. Tijdens dit spannende traject wordt ik uitstekend gesteund door de PhD-commissie bestaande uit Mike Brouwer, Teresita Bello Gonzalez, Kees Veldman en Arjan de Visser.’