Impact story

Biologische bestrijding van ziekten en plagen mogelijk maken

Er is een groeiende behoefte aan biologische alternatieven voor chemische bestrijdingsmiddelen. WUR heeft al tientallen jaren ervaring met onderzoek naar insecten, schimmels en bacteriën die telers helpen in hun strijd tegen ziekten en plagen.

Nederlandse telers maken in hun kassen massaal gebruik van biologische bestrijding die mede in Wageningen tot stand is gekomen. Ze zetten bijvoorbeeld sluipwespen in tegen de schadelijke witte vlieg, een methode waar WUR samen met partners al in de jaren 70 mee experimenteerde. Dankzij sluipwespen en andere biologische helpers hoeven de telers geen of veel minder chemische bestrijdingsmiddelen te spuiten.

Plaagbestrijders

Ondanks de ontwikkeling van biologische bestrijdingswijzen blijft het gebruik van chemische middelen toenemen. Wereldwijd zijn boeren en tuinders de afgelopen 40 jaar vijftien tot twintig keer meer pesticiden gaan inzetten om hun gewassen te beschermen. Ook in Nederland moeten telers daar soms op teruggrijpen, bijvoorbeeld omdat ze te maken krijgen met nieuwe, invasieve plagen. Dat heeft nadelige gevolgen: chemische bestrijdingsmiddelen kunnen schade toebrengen aan het milieu en sommige middelen werken niet meer omdat plaagorganismen er resistent tegen zijn geworden.

Onderzoek naar biologische bestrijding blijft dus hard nodig, en WUR loopt hierin nog altijd voorop. In totaal hebben Wageningse onderzoekers al meer dan zestig soorten opgespoord die kunnen worden ingezet als plaagbestrijders in kassen. Daarnaast kijken wetenschappers onder meer naar schimmels die de plant in groeien en de plantgroei stimuleren, microben die de wortels versterken en het veredelen van resistente plantenrassen. Ook factoren als kasklimaat, vocht en belichting worden uitgebreid onderzocht. Gerben Messelink, buitengewoon hoogleraar Biologische plaagbestrijding in de glastuinbouw, bestudeert hoe biologische bestrijders elkaar kunnen aanvullen.

Biologische bestrijding wordt ook toegepast in de open teelten, waar de omstandigheden minder voorspelbaar zijn dan in de glastuinbouw. Daarom kijken wetenschappers van WUR in open situaties onder andere naar nuttige micro-organismen en naar bloemrijke akkerranden waarin natuurlijke vijanden kunnen schuilen en overleven.

Staand leger

Veel Wagenings onderzoek heeft als doel om een teeltsysteem zo in te richten dat het met biologische bestrijding grotendeels zelf in staat is om ziekten en plagen te onderdrukken. In deze weerbare teeltsystemen staat een ‘staand leger’ van nuttige insecten paraat. Deze organismen zijn al vanaf het begin van de teelt aanwezig, en niet pas op het moment dat een plaag wordt gesignaleerd. Om de schadelijke groene perzikluis te bestrijden kan een teler bijvoorbeeld graanplanten in zijn kas zetten. Sluipwespen kunnen zich dan voeden met graanluizen, waardoor ze zich sneller vermenigvuldigen en klaarstaan als de perzikluis opduikt.

Het inrichten van zo’n weerbare omgeving is alleen mogelijk met brede kennis van alle facetten die bij de teelt komen kijken, waaronder de ziekten en plagen die bestreden moeten worden, hun natuurlijke vijanden en de reactie van planten op deze organismen. Dit hele gebied is het onderzoeksveld van Wageningen University & Research, in nauwe samenwerking met andere kennisinstituten en bedrijven in de agrosector. Zo vonden al vele biologische bestrijdingswijzen via Wageningen hun weg naar kassen, akkers en boomgaarden.