Nieuws

Nieuw licht op duurzaamheid van palmolie

Published on
7 december 2020

Het leek allemaal vrij duidelijk. De productie van palmolie is slecht voor het milieu en voor soorten als de orang-oetan, vanwege ontbossing, branden en veenontginning. Als we dan toch plantaardige oliën consumeren, zou het beter zijn daarvoor gewassen als olijf, zonnebloem, koolzaad en soja te nemen. Een nieuwe studie van onderzoekers uit zeventien landen van alle continenten laat in Nature Plants zien dat het niet zo simpel ligt. “In Nederland wijzen we te makkelijk naar andere landen”.

De publicatie in het tijdschrift Nature Plants geeft een overzicht van de milieu-en biodiversiteitseffecten van palmolie en vergelijkt die met andere oliegewassen, zoals koolzaad, soja, katoen of zonnebloem. De belangrijkste conclusie van het onderzoeksteam is dat we de gevolgen van palmolieproductie vrij goed kennen, maar veel te weinig afweten van de effecten van de andere gewassen. Bijgevolg zijn discussies over de duurzaamheid van plantaardige oliën alleen zinvol als er meer bekend is over de gevolgen van hun productie.

De palmolie controverse. Drie belangrijkste oliegewassen vergeleken. Oliepalm, met oogstcycli van ongeveer 25 jaar, wordt verbouwd in gebieden met veel plant- en diersoorten, waarvan er veel met uitsterven worden bedreigd, en waarvan sommige in oliepalmen leven. De olieopbrengsten zijn groot. De olieproductie met eenjarige gewassen zoals soja en koolzaad vergt veel meer land en herbergt minder soorten.
De palmolie controverse. Drie belangrijkste oliegewassen vergeleken. Oliepalm, met oogstcycli van ongeveer 25 jaar, wordt verbouwd in gebieden met veel plant- en diersoorten, waarvan er veel met uitsterven worden bedreigd, en waarvan sommige in oliepalmen leven. De olieopbrengsten zijn groot. De olieproductie met eenjarige gewassen zoals soja en koolzaad vergt veel meer land en herbergt minder soorten.

Alternatieve oliegewassen over het hoofd gezien

De grote negatieve gevolgen voor milieu en biodiversiteit als complexe tropisch oerwouden worden vervangen door een monocultuur van oliepalmen zijn al jaren bekend, zegt onderzoeksleider prof. Erik Meijaard van de Universiteit van Kent. “Dat uit zich in een sterke daling van het aantal planten- en diersoorten in oliepalmplantages, de uitstoot van broeikasgassen als kooldioxide en methaan, verandering van regionaal klimaat, vervuiling van waterwegen, en rook en smog wanneer er vuur wordt gebruikt bij de ontginning. Het is dus terecht dat er veel naar oliepalm is gekeken. Maar in de tussentijd zijn wellicht de effecten van alternatieve gewassen over het hoofd gezien”.

Ontbossing door soja waarschijnlijk ernstiger

De studie laat zien dat milieuschade niet uniek is voor de oliepalm en dat alle oliegewassen negatieve gevolgen hebben. De geschatte 21,5–23,4 miljoen hectares oliepalm (ongeveer vijf keer de oppervlakte van Nederland) zijn, hoewel sterk variërend van 3% in West Afrika tot 47% in Maleisië, verantwoordelijk voor minder dan 5% van de wereldwijde ontbossing. Dit is een stuk minder dan de ontbossing veroorzaakt door het vijfmaal grotere oppervlak (125 miljoen hectare) aan soja in de wereld. Soja is na de veehouderij de grootste factor in wereldwijde ontbossing.

De verbouw van koolzaad gaat gepaard met grote hoeveelheden kunstmest en hogere uitstoot van kooldioxide dan de oliepalm. En het verbouwen van kokosnoot en pinda’s voor olieproductie heeft ook negatieve gevolgen voor tropische en subtropische biodiversiteit. Maar in welke mate is niet duidelijk. Het feit dat oliepalmen als vaste planten wel 25 jaar meegaan en veel andere oliegewassen eenjarig betekent ook dat er meer langdurige studies naar de effecten van oliepalm zijn geweest, en dat er daarom meer over gerapporteerd wordt.

Oliegewas Olieproductie (miljoen ton per jaar) Oppervlak (miljoen hectare) Olie opbrengst (ton per ha) Soortenrijkdom*
oliepalm 84.8 22.5 1.9-4.8 472
soja 57.2 123.9 0.4-0.8 278
koolzaad 27.4 35.5 0.7-1.8 227
zonnebloem 19.9 26.5 0.5-0.9 189
pinda 5.9 28.2 0.5-0.8 351
katoen 5.3 32.1 0.3-0.4 299
kokosnoot 3.6 12.3 0.4-2.4 317
olijf 3.4 9.7 0.3-2.9 Geen data

* Aantal amfibieën, zoogdieren en vogels op de Rode Lijst van IUCN die in het gebied van het oliegewas voorkomen.

Hand in eigen boezem

De heftige discussies over palmolie gaan met name over het voorkomen van verdere ontbossing en het verlies van soorten in landen als Indonesië en Maleisië, zegt medeauteur emeritus prof. Herbert Prins van het Departement Dierwetenschappen van Wageningen University & Research. “Maar we moeten vraagstukken over toekomstige landbouwproductie ook op ons zelf betrekken. De staat van de Nederlandse natuur is pover, en natuurrestauratie verdient serieuzere aandacht. Alleen door te kijken naar de grotere duurzaamheidscontext van de productie van plantaardige oliën op wereldschaal kunnen we zinvolle plannen maken over hoe we het best in de toekomstige vraag kunnen voorzien. Wijzen naar andere landen is te makkelijk als we de balk in ons eigen oog niet zien.”

2 tot 8 keer meer olie van oliepalm

Het is van belang dat we precies weten wat de negatieve effecten zijn van verschillende oliegewassen, zowel voor het milieu als de mens, zegt medeauteur prof. Douglas Sheil, verbonden aan de Norwegian University of Life Sciences in Ås, Noorwegen. “De oliepalm levert veel meer olie dan andere gewassen, wel twee en acht keer meer olie per hectare dan koolzaad, soja, pinda, katoen, kokosnoot of zonnebloem. Zolang de vraag naar plantaardige olie voor onze voeding, diervoeders, biodiesel of in andere producten blijft stijgen moet de productie omhoog. Want plantaardige olie is dagelijkse consumptiegoed in voeding en zeep. De vraag verkleinen is niet gemakkelijk.”

Verhouding landgebruik en productie per oliegewas.
Verhouding landgebruik en productie per oliegewas.

De studie laat zien dat als in de voorspelde vraag naar plantaardige oliën in 2050 voornamelijk door oliepalmen moet worden voorzien, er zo’n 31,3 miljoen hectare extra land nodig is. Wordt er voor soja gekozen, dan is er 179 miljoen hectare landbouwland nodig. “Dit zijn simpele berekeningen die nog voorbij gaan aan de beperkte uitwisselbaarheid van verschillende oliën met hun eigen karakteristieken”, zegt prof. Prins. “En denk ook aan de sociale effecten, zoals werkgelegenheid verbonden aan de verschillende oliegewassen. Duurzaamheiddiscussies kunnen niet voorbij gaan aan dit soort optimalisatievraagstukken.”

Een groot hiaat in deze optimalisatievraagstukken is de mogelijke rol van micro-algen een andere eencelligen als mogelijke nieuwe oliebronnen. “Er zijn belangrijke ontwikkelingen op dit gebied”, zegt prof. Meijaard, “maar er wordt nog niet op een schaal geproduceerd die de competitie aankan met huidige oliegewassen. Vergeet echter niet dat er veel kan veranderen. Honderd jaar geleden werden onze plantaardige oliën met name geproduceerd door kokos, pinda, katoen, sesam, en soja, en palmolie speelde toen nauwelijks een rol”.

Publicatie

The environmental impacts of palm oil in context. Erik Meijaard, Thomas Brooks, Kimberly M. Carlson et al., Nature Plants, 7 december 2020. doi 10.1038/s41477-020-00813-w