Nieuws

Wageningse experts reageren op biodiversiteitsakkoord: ‘grote, noodzakelijke stap’

Published on
20 december 2022

Op 19 december sloten bijna 200 landen een historisch akkoord over de bescherming van biodiversiteit. Dat was de uitkomst van de COP15, de VN-top over biodiversiteit in Montreal. De Wageningse wetenschappers Jelle Behagel, Sylvia Karlsson-Vinkhuyzen en Liesje Mommer volgden de top op de voet. Hoe kijken zij naar het resultaat van de onderhandelingen?

‘Dit is het Parijs-akkoord voor biodiversiteit’, zegt universitair hoofddocent bos- en natuurbeleid Jelle Behagel, die in Montreal aanwezig was. ‘Ik ben erg opgelucht. Tijdens de top vreesde ik dat er geen akkoord zou worden gesloten, maar het is toch gelukt.’ Ook Liesje Mommer, grondlegger van het Wageningen Biodiversity Initiative, is positief gestemd: ‘Dit is een enorme stap, een noodzakelijke stap. De natuur heeft gewonnen!’ Mommer volgde de top vanuit Nederland, waar ze via Whatsapp op de hoogte werd gehouden door mensen die de onderhandelingen bijwoonden. ‘Biodiversiteit staat nu met hoofdletters op de politieke agenda, ook bij bedrijven. En dit is ook goed voor het bewustzijn van mensen.’

30 by 30

Het akkoord dat in Montreal werd gesloten bevat een aantal belangrijke elementen. Het meest in het oog springende onderdeel is ’30 by 30’, de afspraak dat in 2030 zeker 30 procent van al het land en water op aarde beschermd gebied moet zijn. Op dit moment heeft bijna 16% van het land en ongeveer 8% van zeeën en oceanen zo’n beschermde status. Dat is een realistisch doel, meent Behagel, die hoopt dat landen deze 30% in hun wetgeving gaan opnemen.

Het akkoord bevat ook een ‘substantiële financiële commitment’, zoals Behagel het noemt. Het is de bedoeling dat welvarende landen in 2025 zo'n 20 miljard dollar per jaar betalen, en in 2030 zeker 30 miljard. ‘Dat is zeker niet genoeg, maar wel veel meer dan in het verleden.’ Daarnaast erkent het VN-akkoord de rechten van inheemse volkeren en lokale gemeenschappen.

shutterstock_660194176 vogel.jpg

Verder zijn er belangrijke stappen gezet op het gebied van landbouw en voedselproductie. Target 10, een van de 23 doelen in de overeenkomst, gaat in op de noodzaak om landbouw, visserij en bosbouw duurzaam te beheren. Sylvia Karlsson-Vinkhuyzen, universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep Bestuurskunde: ‘In de tekst staan termen als agroecological approaches en biodiversity-friendly practices. Dat zijn woorden die ik graag zie. Wetenschappers weten dat je biodiversiteitsverlies niet alleen kunt stoppen door te richten op het beschermen van natuurgebieden. De focus op duurzame productie, van voedsel bijvoorbeeld, is minstens net zo belangrijk.’

Het echte werk

De Wageningse experts zijn het erover eens dat het akkoord van Montreal niet het einde, maar het begin van een proces is. Nu komt het aan op de uitvoering. ‘De overeenkomst is niet juridisch bindend. Er zijn genoeg voorbeelden uit het verleden van akkoorden die niet werden nageleefd door de VN-lidstaten, waardoor geen enkel doel werd behaald’, zegt Karlsson-Vinkhuyzen. Wel moeten landen een nationaal biodiversiteitsplan en een actieplan indienen, zoals bij de klimaatakkoorden van Parijs ook het geval was. Deze plannen zullen ook regelmatig worden geëvalueerd. ‘Dat is al veel meer dan we eerst hadden’, aldus Behagel.

Bovendien kan het document op meerdere manieren impact hebben, benadrukt Karlsson-Vinkhuyzen. ‘Deze afspraken kunnen invloed hebben op publiek-private samenwerkingen, op donoren zoals ontwikkelingsbanken, en op de publieke opinie. In Montreal viel het me al op dat bedrijven veel aanweziger en ambitieuzer waren dan tijdens eerdere conferenties.’

‘Er is een mooie stip aan de horizon gezet’, concludeert Liesje Mommer. ‘Maar het echte werk begint nu. Ik denk dat wij daar als WUR een belangrijke bijdrage aan kunnen leveren.’