Blauwtong

Blauwtong

Blauwtong (Eng: Bluetongue) is een insecten-overdraagbare virusziekte, die wordt overgedragen door zeer specifieke Culicoïdes soorten, kleine bijtende vliegjes bekend als knutten. Blauwtongvirus vermeerdert zich in allerlei soorten herkauwers en in deze specifieke vliegjes. Blauwtongvirus wordt verspreid door besmette knutten, terwijl directe besmetting tussen herkauwers zeer onwaarschijnlijk is. Er zijn vele varianten van het virus, zogenoemde serotypen. Wageningen Bioveterinary Research is het nationaal referentielaboratorium voor Blauwtong.

Klinische verschijnselen Blauwtong

Klinische verschijnselen worden vaak samengevat met FFF (Fever, Face, Feet). Deze verschijnselen worden vooral bij schapen waargenomen als: hoge koorts, speekselen, zwelling in de kop, inclusief tong en lippen, en pijn en ontsteking van de kroonrand van de hoeven. Dieren eten niet meer, liggen veel, lopen kreupel of staan met een bolle rug om de pijn in de poten te verlichten.

Besmette schapen vertonen de volgende klinische verschijnselen:

  • koorts en algemeen ziek zijn
  • zwellingen en soms bloedingen in de kop
  • erosie en necrose van de mondslijmvliezen
  • gezwollen en heel soms een blauwe tong
  • kreupelheid door zwellingen in de poten en kroonrandontsteking
  • met een bolle rug staan
  • abortus en geboorteafwijkingen
  • vermagering resulterend in groeivertraging
  • sterfte kan optreden binnen 8-10 dagen (0 – 50%)
  • bij herstel kan haaruitval optreden met kaalheid tot gevolg

Andere herkauwers kunnen ook besmet worden, maar de ziekte is minder ernstig en verloopt vaak zonder duidelijk waarneembare verschijnselen. Besmette runderen produceren langer en meer virus in het bloed en spelen daarom een belangrijke rol in de ziekteverspreiding en het in standhouden van besmette gebieden. De klinische verschijnselen van Blauwtong, inclusief foto's, zijn beschreven in Backx et al., Veterinary Record 2007 voor schapen en geiten, in Backx et al., Veterinary Microbiology 2009 voor runderen.

Blauwtong in Europa

Overzicht van Europese toezichtgebieden voor verschillende serotypen van blauwtongvirus. (27 maart 2019, bron: OIE)
Overzicht van Europese toezichtgebieden voor verschillende serotypen van blauwtongvirus. (27 maart 2019, bron: OIE)

Risico op Blauwtong in Nederland

In 2003 werd door Wageningen Bioveterinary Research een risicoanalyse opgesteld voor een mogelijke introductie van Blauwtong in Nederland. De conclusie van deze risicoanalyse was dat er een kans is op introductie van Blauwtong in Nederland. Deze kans was gebaseerd op de steeds verdere uitbreiding van het verspreidingsgebied van Zuid-Europese knuttensoorten die blauwtongvirus verspreiden. Inderdaad werd deze knuttensoort een aantal jaren ook af en toe in Zuid-Frankrijk aangetroffen. Een andere mogelijkheid is transport/import van besmette dieren en vervolgens besmetting van de lokale knuttenpopulatie die de ziekte verder zouden kunnen verspreiden.

In 2006 werd Blauwtong in Nederland aangetroffen. De route van de introductie is altijd onduidelijk gebleven. Hoe vaccinvirussen vanuit Z-Afrika Noordwest-Europa hebben kunnen bereiken is ook onduidelijk gebleven. Dit betekent dat een introductie van hetzelfde of andere serotypen nog steeds en opnieuw kan gebeuren. Het is echter onduidelijk of ieder blauwtongvirus verspreid kan worden door de knuttensoorten in Noordwest Europa. Met andere woorden, of een introductie van blauwtongvirus wel tot een uitbraak zal en kan leiden.

Sinds September 2015 werd in Frankrijk weer Blauwtong serotype 8 gesignaleerd. In de afgelopen jaren is het toezichtsgebied voor dit serotype weer langzaam uitgebreid over heel Frankrijk, Zwitserland en het aangrenzende gebied van Duitsland en in 2019 werd ook in België op een aantal veebedrijven blauwtong aangetroffen. Het risico op Blauwtong in Nederland lijkt dus in de afgelopen periode weer wat toegenomen.

Insectenbestrijding

Verspreiding van blauwtong kan eventueel verminderd worden door het bestrijden van knutten. Echter, deze bestrijding van knutten is niet eenvoudig. Massale insectenbestrijding is bovendien onacceptabel. Grote hoeveelheden insecticiden komen in de omgeving terecht komen, die mogelijk schadelijk zijn voor nuttige insecten. Lokale toepassing van insectenwerende stoffen is wel mogelijk om de kans op besmetting te verminderen.