Blauwtong

Blauwtong

De virusziekte blauwtong wordt overgedragen door kleine bijtende vliegjes die bekend staan als knutten (zeer specifieke Culicoïdes soorten). Het virus kent vele varianten. Blauwtong vermeerdert zich in herkauwers en in deze knutten. Directe besmetting tussen herkauwers is zeer onwaarschijnlijk. Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) is nationaal referentielaboratorium voor deze dierziekte.

Welke dieren zijn gevoelig voor blauwtong?

Herkauwers zijn gevoelig voor het blauwtongvirus. Bij schapen zijn de klinische verschijnselen duidelijk waarneembaar, bij geiten wat minder. Runderen vertonen nauwelijks tot geen klinische verschijnselen.

Wat zijn de symptomen?

De symptomen worden vaak samengevat met FFF (Fever, Face, Feet). Deze verschijnselen worden vooral bij schapen waargenomen als: hoge koorts, speekselen, zwelling in de kop, inclusief tong en lippen, en pijn en ontsteking van de kroonrand van de hoeven. Dieren eten niet meer, liggen veel, lopen kreupel of staan met een bolle rug om de pijn in de poten te verlichten.

Andere herkauwers kunnen ook besmet worden, maar de ziekte is minder ernstig en verloopt vaak zonder duidelijk waarneembare verschijnselen. Besmette runderen produceren langer en meer virus in het bloed en spelen daarom een belangrijke rol in de ziekteverspreiding.

Bekijk de lijst met symptomen bij schapen

Besmette schapen vertonen de volgende klinische verschijnselen:

  • Koorts en algemeen ziek zijn
  • Zwellingen en soms bloedingen in de kop
  • Erosie en necrose van de mondslijmvliezen
  • Gezwollen en heel soms een blauwe tong
  • Kreupelheid door zwellingen in de poten en kroonrandontsteking
  • Met een bolle rug staan
  • Abortus en geboorteafwijkingen
  • Vermagering resulterend in groeivertraging
  • Sterfte kan optreden binnen 8-10 dagen (0 – 50%)
  • Bij herstel kan haaruitval optreden met kaalheid tot gevolg

Wat gebeurt er met besmette dieren?

De eigenaar zal ze ondersteunen om van de ziekte te herstellen via pijnbestrijding en door te zorgen dat ze blijven eten. Gestorven dieren worden normaal afgevoerd.

Kunnen mensen ook besmet raken?

Nee, mensen zijn ongevoelig voor het blauwtongvirus.

Waar komt blauwtong voor?

Blauwtong komt bijna overal in de wereld voor. Besmette gebieden worden vooral begrensd door het verspreidingsgebied van de knutten die het virus lokaal verspreiden. Vanaf het einde van de vorige eeuw kwam steeds meer blauwtong voor in landen aan de Middellandse Zee en op de Balkan. Tot 2006 bleef dit beperkt tot Zuid-Europese landen, maar uitbreiding naar het noorden werd verwacht door onder andere klimaatverandering.

In de extreem warme zomer van 2006 werd blauwtong serotype 8 geconstateerd in Limburg bij schapen en runderen. Later waren er ook meldingen in België, Duitsland en het noorden van Frankrijk. In 2007 was er een enorme verspreiding van de ziekte over vele Noordwest-Europese landen. Alleen al in Nederland werden er meer dan 6.000 bedrijven officieel besmet verklaard.

Is vaccinatie mogelijk?

Ja, in 2008 ging een vaccinatiecampagne van start in getroffen landen waaronder Nederland. Daarna daalde het aantal besmettingen sterk vanwege de vaccinatie en door hoge natuurlijke immuniteit door besmettingen in voorgaande jaren.

Is Nederland blauwtongvrij?

Na een aantal jaren zonder nieuwe besmettingen werd Nederland samen met een aantal andere Noordwest-Europese landen in 2012 officieel blauwtongvrij verklaard. De situatie in Zuid-Europa blijft echter veranderlijk, daar kost het grote moeite om de situatie voor verschillende serotypen onder controle te krijgen, deels door herintroducties vanuit Noord-Afrika.

Bestaat er nog risico op blauwtong in Nederland?

Ja, er is risico op introductie van blauwtong in Nederland. Enerzijds vanwege een verdere uitbreiding van het verspreidingsgebied van de knuttensoorten die het virus verspreiden. Anderzijds vanwege transport/import van besmette dieren en vervolgens besmetting van de lokale knuttenpopulatie.

In 2006 werd blauwtong serotype 8 in Nederland aangetroffen. De route van de introductie is altijd onduidelijk gebleven, wat betekent dat een introductie nog steeds en opnieuw kan gebeuren. Het is verder onduidelijk of ieder type blauwtongvirus verspreid kan worden door de knuttensoorten in Noordwest-Europa. Met andere woorden; of een introductie wel tot een uitbraak zal en kan leiden.

Tussen 2015 en 2019 is er in omringende landen zoals Frankijk, Duitsland, België en Zweden weer blauwtong serotype 8 aangetroffen. Het risico op blauwtong in Nederland lijkt dus in de afgelopen periode weer wat toegenomen.

Overzicht van Europese toezichtgebieden voor verschillende serotypen van blauwtongvirus. (maart 2021, bron: OIE)
Overzicht van Europese toezichtgebieden voor verschillende serotypen van blauwtongvirus. (maart 2021, bron: OIE)

Welke varianten zijn er?

De groep van virussen die blauwtong veroorzaken bestaat uit minimaal 29 varianten (serotypen). Bescherming tegen één variant biedt geen bescherming tegen andere varianten.

Lees meer over de varianten

Europa

Vanaf het begin van deze eeuw komen in Zuid-Europa serotypen 1, 2, 4, 9 en 16 voor. Serotype 9 kwam vooral voor op de Balkan en is inmiddels uit Europa verdwenen. In 2006 kwam daar serotype 8 in Noordwest-Europa bij. In 2017 verscheen serotype 3 in Zuid-Italië.

Atypische blauwtongvirussen

Door de verhoogde alertheid bij dierhouders en autoriteiten, de vergrote kennis, intensieve surveillanceprogramma’s en verbeterde onderzoeksmogelijkheden werden in het afgelopen decennium nieuwe serotypen ontdekt. Deze werden in Zuid-Europa gevonden, zoals serotype 25 in Zwitserland, en 27 op Corsica. Andere nieuw serotypen buiten Europa zijn serotype 26 in Kuwait, 28 in Jordanië, 29 in Zuid-Afrika en mogelijk meerdere nieuw serotypen in Mongolië.

Deze nieuwe serotypen komen alleen bij kleine herkauwers en veroorzaken nauwelijks ziekte. Ze worden mogelijk verspreid zonder tussenkomst van knutten. Daarom worden dit atypische blauwtongvirussen genoemd.

Hoe kunnen we verspreiding voorkomen?

Verspreiding van blauwtong kan verminderd worden door het bestrijden van knutten. Massale insectenbestrijding is onacceptabel; insecticiden komen in de omgeving terecht en zijn mogelijk schadelijk voor nuttige insecten. Lokale toepassing van insectenwerende stoffen is wel mogelijk om de kans op besmetting te verminderen.

Hoe verloopt de diagnostiek?

Wageningen Bioveterinary Research kan als nationaal referentielaboratorium dieren testen op blauwtong. Voor klinisch verdachte dieren kan de verdenking ontkracht dan wel bevestigd worden. Gezonde dieren kunnen getest worden om blauwtong uit te sluiten, bijvoorbeeld ten behoeve van import/export, sperma en eicelproductie en nationale dierverplaatsingen.

Aantonen van het virus

Polymerase Chain Reaction (PCR)

  • Met de PCR-test kan bloed (volbloed) en orgaanmonsters (lymfeknopen, milt) van dieren getest worden op blauwtongvirus
  • Blauwtongvirus wordt aangetoond door een stukje van het virale genoom te detecteren met de PCR-test, deze toont alle bekende serotypen aan
  • Andere PCR-testen tonen specifiek één serotype aan, maar deze zijn niet routinematig beschikbaar bij WBVR
  • De uitslag van de test is bekend na 1-2 dagen.

Virusisolatie

  • Het blauwtongvirus kan worden geïsoleerd (aangetoond/opgekweekt) uit volbloed of orgaanmonsters op een aantal manieren:
    • Isolatie in geëmbryoneerde kippeneieren
    • Isolatie op zoogdiercellen
    • Isolatie op insectencellen
  • Eventueel kan bloed met minimale hoeveelheden blauwtongvirus gebruikt worden om schapen te infecteren en zo het virus te vermeerderen (in eerste instantie is dit onwenselijk, want het is een dierexperiment en bovendien is het kostbaar en tijdrovend).
  • Virusisolatie is bewerkelijk en het resultaat kan dagen tot weken op zich laten wachten.

Aantonen van antistoffen

ELISA

  • Met de ELISA-test kunnen antistoffen tegen alle serotypen van het blauwtongvirus worden aangetoond in serum (stolbloed) en melkmonsters
  • Er wordt met deze ELISAs geen onderscheid gemaakt tussen serotypen
  • De uitslag is bekend na 2-4 dagen

Serotype-specifieke antistoffen

Serotype-specifieke serologie kan worden uitgevoerd met een serumneutralisatietest (SNT). De SNT wordt bij WBVR niet routinematig uitgevoerd.

Wereldwijd zijn er geen seroptype-specifieke ELISA-testen beschikbaar.

Publicaties

Bekijk onze publicaties over blauwtong