Westnijlvirus muggen

Westnijlvirus (WNV)

Het westnijlvirus ofwel West Nile virus (WNV) wordt overgedragen door muggensoorten die in groten getale in de warmere klimaatgebieden kunnen voorkomen, maar ook in de gematigde klimaatzones voorkomen. Muggen, vogels, zoogdieren én mensen kunnen geïnfecteerd worden. In september 2020 is de eerste infectie van een vogel met het virus in Nederland geconstateerd en in oktober bij een mens.

Wat is het westnijlvirus?

Westnijlvirus (West Nile virus) is een virus dat door insecten over wordt gedragen; dit noemen we ook wel een arbovirus. Het veroorzaakt de ziekte westnijlkoorts (West Nile fever). Incidenteel kunnen muggen het virus ook overdragen andere dieren zoals paarden en op mensen, die erg ziek kunnen worden.

Hoe is de situatie in Nederland?

Al jaren wordt gedacht dat het westnijlvirus in Nederland kan opduiken, aangezien Nederlandse muggen het virus kunnen overdragen en ook Nederlandse vogels vatbaar zijn voor infectie. Een paar jaar geleden zijn in vogels antistoffen aangetoond die wijzen op verspreiding van het westnijlvirus in Nederland, maar het virus zelf werd nooit gevonden. Dat is nu wel gelukt, dankzij het gebruik van gevoelige PCR technieken. De vraag is nu in hoeverre het westnijlvirus al ongemerkt verspreid is geraakt in Nederland.

Welk onderzoek vindt hier plaats?

Vanuit het One Health PACT onderzoekt Wageningen University & Research het virus samen met andere onderzoeksinstituten. Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) houdt de situatie in Nederland nauwlettend in de gaten om voorbereid te zijn op een eventuele uitbraak. WBVR staat paraat om dieren te testen op mogelijke infecties met het westnijlvirus. Daarnaast onderzoeken het Laboratorium voor Virologie en het Laboratorium voor Entomologie in Wageningen samen de vatbaarheid van Nederlandse muggen voor het westnijlvirus.

Onderzoek naar de overdracht van deze virussen door steekmuggen vindt in Wageningen in een beveiligd BSL3 laboratorium plaats. Naar aanleiding van de westnijl-positieve grasmus wordt aanvullend onderzoek gedaan. Aanvullende bemonstering van steekmuggenpopulaties vindt plaats met speciale muggenvallen. In deze vallen wordt de Culex pipiens mug het meest aangetroffen. De verdere bestrijding van Usutu en westnijlvirussen is lastig omdat het eigenlijk vogelvirussen zijn. Een westnijlvaccin voor mensen is er niet. Huidig onderzoek is onder andere gericht op hoe het westnijlvirus zich vermenigvuldigt in cellen van de mug, vogel en mens, en hoe deze kennis gebruikt kan worden, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van effectieve vaccins.

Wat kun je zelf doen om WNV terug te dringen?

Het westnijlvirus wordt vooral door muggen van de Culex familie verspreid. Larven van deze mug groeien op in met water gevulde reservoirs, zoals regentonnen, gieters en verstopte dakgoten. In het licht van de huidige ontwikkelingen zal het onder controle houden van deze muggen een belangrijke strategie worden in de toekomst.

Je kunt overlast van muggen voorkomen door deze broedplaatsen aan te pakken, of door ervoor te zorgen dat de woning ‘muggenproof’ is, bijvoorbeeld met behulp van horren. In Amerika circuleert het westnijlvirus sinds 1999. Daar is het motto ‘Dress, DEET, Drain’: kleed je zodanig dat er zo min mogelijk ontblote huid beschikbaar is voor muggen (met name rond de schemering), gebruik anti-muggenmiddelen waar DEET in zit en laat (regen)water niet onnodig staan en gooi het weg.


Verspreiding onder dier en mens

Culex muggensoorten komen in heel Europa voor, maar vooral in het warmere Zuid-Europa en daar worden regelmatig besmettingen gerapporteerd. WNV vermeerdert zich in zowel deze muggensoorten als in vele diersoorten. Vooral vogels vormen een bron van virusverspreiding door muggen. Vele andere gewervelden waaronder zoogdieren, inclusief paarden en mensen, kunnen besmet worden. Besmette zoogdieren zijn ‘eindgastheren’, dat wil zeggen dat te weinig virus wordt gemaakt voor verdere verspreiding. Ongeveer 10 tot 20 procent van deze besmettingen leidt tot ziekteverschijnselen en slechts een zeer klein deel (1 procent) verloopt zeer ernstig.

Sterfte bij vogels vormt aanleiding voor onderzoek

Er zijn geen specifieke klinische verschijnselen, ze lijken op die van griep. Verhoogde sterfte onder vogels is aanleiding voor nader onderzoek en kan op de aanwezigheid van het westnijlvirus duiden. Laboratoriumdiagnose is mogelijk door middel van serologisch onderzoek, maar kruisreacties met andere flavivirussen kunnen een probleem vormen. Recente infecties in vogels kunnen ook aangetoond worden met een PCR-test die specifiek is voor westnijlvirus.

Westnijlvirus bij mensen

Bij mensen vertoont de ziekte in de meeste gevallen geen of (milde) griepachtige verschijnselen van tijdelijke aard. De meest voorkomende klinische symptomen zijn hoge koorts, hoofdpijn, nekstijfheid en diverse neurologische klachten. Bij oudere mensen en mensen met een verminderde weerstand kan de ziekte echter gepaard gaan met ernstige verschijnselen zoals verlamming en blijvende zenuwaandoeningen. Dit kan soms leiden tot de dood. In de Verenigde Staten overlijden 100-200 mensen per jaar ten gevolge van WNV-infectie.

Voor mensen is er geen vaccin beschikbaar. De ontwikkeling is in een vergevorderd stadium maar nog niet beschikbaar/toegelaten.

Westnijlvirus bij paarden

Infectie van paarden in de Verenigde Staten met het westnijlvirus leidde tot 2004 in ruim 15.000 gevallen tot de dood. Sinds 2004 is een vaccin voor paarden beschikbaar, waardoor de ziekte bij paarden sterk is teruggedrongen.

Voor paarden is er wel een vaccin beschikbaar. Deelname aan vrijwillige vaccinatie is erg wisselend en gebeurt vaak pas op het moment dat het virus circuleert.

Verspreiding van de ziekte

De ziekte kwam oorspronkelijk alleen in Afrika voor. Vooral de laatste decennia is de verspreiding uitgebreid naar voormalig vrije gebieden en werd de ziekte endemisch in gebieden rond de Middellandse zee, India en Centraal- en Zuid-Afrika. Het meest opvallend is de introductie eind vorige eeuw in The Bronx, een stadsdeel van New York, Verenigde Staten. In 2018 werden voor het eerst besmettingen in Duitsland gerapporteerd en in 2020 is het virus voor het eerst in Nederland gevonden.

Razendsnelle verspreiding in de VS

In 1999 werd WNV voor het eerst in de Verenigde Staten aangetroffen. De verspreiding over het gehele continent in de daaropvolgende jaren is een recent voorbeeld van de zeer snelle verspreiding na de eerste introductie in een nieuw gebied. De jaren erna bleek dat WNV zich definitief op dit continent heeft gevestigd. Het virus is waarschijnlijk via besmette vogels in New York binnengekomen.

WNV manifesteerde zich eerst door een grote sterfte in de kraaienpopulatie. Vervolgens werden ook mensen en paarden besmet en dat veroorzaakte veel ziekte en zelfs sterfte bij zowel mensen als paarden. Geïnfecteerde mensen en paarden ‘produceren’ onvoldoende WNV om door muggen opgenomen en verder verspreid te worden.

Verspreiding in Europa

WNV komt voor in Afrika, Europa, het Midden-Oosten, West- en Centraal-Azië, Oceanië. Tot ongeveer de eeuwwisseling kwamen sporadisch uitbraken voor in Zuid-Europa. Na de eeuwwisseling werden steeds vaker besmettingen in Zuid-Europese landen gerapporteerd en het gebied waar deze besmettingen werden aangetoond breidde zich steeds verder naar het noorden uit. Sinds de eeuwwisseling is er dus een lichte toename van incidentele besmettingen in en aan de rand van Europa. Deze trend heeft zich in de laatste jaren doorgezet en in 2018 werden opvallend veel besmettingen gerapporteerd. Daarnaast bleek het besmette gebied zich ook noordwaarts uit te breiden met besmettingen in Duitsland nabij Berlijn. In september 2020 is WNV voor het eerst aangetoond in Nederland.

Type virus

Het westnijlvirus behoort tot het genus Flavirus binnen de familie van Flaviviridae. Er worden twee groepen (lineages) van het virus onderscheiden op basis van genetische verwantschap.