Inspirerende vrouwen van WUR: Eva Siebelink

Inspirerende vrouwen van WUR: Sjoukje Heimovaara

Bij Wageningen University & Research geloven wij dat een inclusieve cultuur bijdraagt aan beter onderzoek & onderwijs. Binnen een inclusieve cultuur voelt iedereen zich veilig en welkom. Vanuit het projectteam Diversity & Gender bij WUR werken wij aan deze cultuur via verschillende wegen. Een van deze manieren is het empoweren van vrouwen. Hoe maak je het verschil? Vandaar deze serie interviews met vrouwen die wij als rolmodellen zien binnen WUR.

“Vrouwen zouden zich meer moeten richten op wat zij wel kunnen en niet op wat zij niet kunnen.” Dat is de mening van Sjoukje Heimovaara, sinds 1 maart directeur AFSG. Volgens haar moeten vrouwen niet altijd empathisch en vriendelijk gevonden willen worden en niet altijd alles perfect willen doen. Sjoukje vertelt in dit interview over haar ervaringen met verschijnselen als glazen klif en sticky floor en heeft tips voor vrouwen met ambitie.

Kun je in het kort je loopbaan beschrijven?

“Ik heb in Wageningen plantenverdeling gestudeerd, waarbij mijn interesse vooral uitging naar de moleculaire hoek. Na mijn afstuderen (1989) ben ik gaan werken als onderzoeker bij TNO Voeding in Leiden, aanvankelijk aan gerstonderzoek voor brouwerijen. Deze afdeling van TNO was gehuisvest in de universiteit van Leiden; een WU/WR-constructie avant la lettre. Ik ben bij TNO afdelingshoofd geworden, heb gepubliceerd en ben in Leiden gepromoveerd op celbiologie. Na 13 jaar TNO ben ik gevraagd als directeur R&D bij Royal van Zanten. Daar ben ik doorgestroomd naar directeur van één van de twee bedrijven en later naar CEO van Royal van Zanten, een groot internationaal verdelingsbedrijf met ca. 1200 medewerkers. Eind 2018 heb ik het bedrijf namens de aandeelhouder verkocht aan een private equity fonds. Daarbij konden we het predicaat Koninklijk behouden. Vanwege een verschil van inzicht over de manier van werken, ben ik september 2019 opgestapt. Mijn bedoeling was even bijkomen van een pittige tijd, maar ik werd door diverse mensen gewezen op de vacature van directeur AFSG bij WUR. Ik was in de eerste instantie wat terughoudend, omdat ik niet bekend was in de voedingswereld. Maar kennelijk was dat geen probleem.”

Waarom terug naar WUR?

“Ik heb altijd een zwak gehouden voor Wageningen. WUR is een waanzinnig mooi instituut. Vanwege de vakgebieden, Agri en Food, staat WUR midden in de transities waar de wereld voor staat. WUR heeft een missie waarvoor ik mijn bed uit kan komen. Daarbij heeft Wageningen een prachtige campus. Er hangt een soort vibe onder studenten en onderzoekers, waar ik gelukkig van word. Jammer genoeg ben ik maar een week of twee op de campus geweest. Ik ben namelijk 1 maart begonnen en al snel moesten vanwege corona alle contacten online verlopen. Mijn werkplek is in Impulse en ik verheug me nu al op de discussies en optredens die we daar hopelijk weer kunnen meemaken. Ik ervaar een hoop gemeenschapszin.”

Heb jij het idee dat je als vrouw met andere uitdagingen te maken krijgt in je je carrière dan als man?

“Ik was me daar tot voor kort nooit zo bewust van. Eigenlijk ben ik pas na mijn vijftigste feministisch geworden. Pas de laatste jaren ervaar ik zelf dat er verschil gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen en ben ik daar meer activistisch in geworden.
Voorbeeld: Ik liep een jaar of vier geleden een dagje mee met een verkoper van Royal van Zanten op een grote markt in Colombia. Daar laat Van Zanten aan grote Zuid-Amerikaanse bedrijven middels bloeiproeven hun collectie zien. Ik ervaarde daar een verschil met Nederland. Eerst kon ik er mijn vinger niet op leggen, maar later constateerde ik dat het daar geen verschil maakt voor de discussie of een vrouw of een man wat zegt. Naar beiden wordt even serieus geluisterd. In dat werelddeel zijn bloemenverdelingsbedrijven vaak familiebedrijven, waar het heel normaal is dat vrouwen hoge posities hebben. Toen realiseerde ik mij pas dat er in Nederland soms wel uitmaakt of een vrouw of een man argumenten aandraagt in een discussie.
Andere voorbeelden: Toen ik in het bestuur van het NWO van de afdeling Aard- en Levenswetenschappen zat, is er onderzoek gedaan naar toekenning van onderzoeksprojecten. Daaruit bleek dat er wel degelijk een effect is van gender bij het toekennen van onderzoeksgelden. Het percentage van vrouwen die een beurs krijgt is beduidend lager dan van mannen. Ook aanvragers met buitenlandse namen scoorden duidelijk lager.
Ik heb het ook in mijn werk meegemaakt dat een hoofd verkoop liever geen vrouw wilde aannemen, want ‘dat zou niet goed gaan bij de klanten’.”

Ervaar jij verschil in de manier waarop je als vrouw tegemoet getreden wordt op universiteiten en in het bedrijfsleven?

“Ik kom uit de tuinbouw. Dat is een heel directe sector, daar wordt niet erg omfloerst gecommuniceerd. Tuinbouwers zijn zakelijk en als er een probleem is, dan zeggen ze dat meteen en onomwonden. Ik denk dat men bij een universiteit meer gewenst gedrag vertoont, waarvan ik niet weet of dat ook zo gewenst is.”

Hoe is dat binnen de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie, waar jij lid van bent?

“AWTI is een door de overheid ingesteld orgaan. Bij de samenstelling is heel secuur gekeken naar de balans tussen mannen en vrouwen. Met als gevolg dat er een behoorlijk percentage vrouwen in die raad zitten. De balans in diversiteit daarentegen was tot voor kort buitengewoon ongebalanceerd.”

Heb je in je werk te maken gehad met genderongelijkheid?

“Zo nu en dan. Je merkt het vooral bij financiers. Private equity fondsen zijn echt minder geïnteresseerd in bedrijven met een vrouwelijk CEO. Een CEO met een onderzoekachtergrond vinden zij ook zorgelijk. Onderzoekers worden niet gezien als zakelijk.
Dat vrouwen niet goed zijn met getallen is een misverstand. Van de eerstejaars wiskunde studenten is het merendeel vrouw, maar die haken in de loop van de studie af. De vooroordelen dat vrouwen altijd empathisch en vriendelijk zijn, is ook een misvatting. (Lachend) Ik ben helemaal niet vriendelijk!”

Heb jij een glazen plafond ervaren?

“Dat niet, maar wel een glazen klif. Ken je dat niet? Wat er vaak gebeurt, als er een moeilijke situatie ontstaat met een grote faalkans, is dat mannen zich terugtrekken en dat vrouwen naar voren stappen vanuit de gedachte ‘iemand moet het doen’. Het is wetenschappelijk aangetoond dat dat de reden is dat vrouwen vaker dan gemiddeld falen in hoge functies.
Dat herken ik wel. Ik heb meerder malen in die positie gezeten. Ik had geen natuurlijke drang om CEO te worden, maar op die momenten dat je denkt ‘dit gaat niet goed, ik ben er klaar mee’, dan stap ik eropaf en denk ik ‘dan doe ik het wel’.
Er wordt veel gesproken over glazen plafond en glazen klif, maar wat ik vooral ook zie is het verschijnsel sticky floor en dat zit meer in vrouwen zelf. Vrouwen zijn onzeker over zichzelf en denken eerder dat zie iets niet kunnen, terwijl dat niet terecht is. Als er bij een vacature tien criteria worden gesteld en een man voldoet er aan vijf, dan geeft hij zichzelf een goede kans. Als een vrouw aan zeven van de tien voldoet denkt zij: ik solliciteer niet, want ik heb er drie niet. Mannen hebben meer de instelling ’ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan’. Overigens mijn lijfspreuk.”

Heb je tips voor vrouwen met ambitie?

“Je moet lef hebben. Je moet weten wat je kunt en je daarop focussen en de rest leer je nog wel. Als je iets niet kan, ga dan op zoek naar mensen die je helpen met dat laatste restje.
Je moet ook niet perfect willen zijn en niet te aardig willen zijn op je werk. Thuis moet je aardig zijn, maar op het werk moet dat je niet in de weg staan.”

Binnen WUR hebben we voor de wetenschappelijk medewerkers het Tenure Track systeem, wat vind je van dit loopbaanbeleid?

“Ik zie het als een mooi instrument om mensen een pad te geven. Ik denk dat er hierdoor meer vrouwen in ‘de pijplijn’ zitten dan anders zou gebeuren. Wat ik ervan gezien heb is dat er in Wageningse situatie goede feedback en serieus advies wordt gegeven. Die intervisie vind ik prima geregeld. Het is een intensief traject; een hordenloop van beoordelingen. Ik vind wel dat er veel nadruk ligt op publiceren en acquisitie en kwantiteit. Onderwijs en onderwijs excellentie zouden wat mij betreft wel wat zwaarder mogen wegen. Tenure Track is goed om excellente mensen een kans te geven. Het leven is hard, maar als je de ambitie hebt, moet je die kans nemen. Ik ga ervan uit dat als je ziek bent of zwanger bent, dat er dan wel rek in zit. Ik denk dat een soortgelijk traject bij andere universiteiten minder intensief is. De goede kant van Wageningen is dat je goede feedback krijgt, de negatieve kant is dat het traject de hele organisatie wel erg veel energie en tijd kost.”

Hoe denk jij over het aantal vrouwen, de cultuur en inclusiviteit binnen WUR?

“Wat ik zie is dat Wageningen relatief weinig vrouwelijke hoogleraren heeft. Dat komt waarschijnlijk deels door de Wageningse vakgebieden; onderwerpen waar vrouwen traditioneel sterk in vertegenwoordigd zijn, zoals zorg en taal, worden hier niet onderzocht of gedoceerd.
Ik denk dat men hier wel de allerbeste intenties heeft op het gebied van gender en inclusiviteit. Ik neem aan dat het tekort aan vrouwelijke hoogleraren vooral onbewust is ontstaan.
Volgens mij is dat een probleem dat voor 50% in de dames zelf zit en voor 50% in de omgeving. Als je kijkt naar mijn afgestudeerde medestudentes, daarvan hebben heel weinig gekozen voor een ambitieuze carrière. Dat heeft vooral te maken met persoonlijk ambities.
Maar als je die ambities wel hebt, blijkt het echt wel lastiger te zijn om carrière te maken als vrouw. Ik wil niet dat mijn drie dochters dat nog meemaken, dat ze bijvoorbeeld worden afgewezen voor iets dat ze graag willen omdat ze een meisje zijn.”

Wat doe jij om als algemeen directeur je werk in balans te houden met je privéleven?

“Mijn kinderen zijn nu allemaal het huis uit. Maar om die balans te krijgen en te houden, heb ik heel lang vier dagen in de week gewerkt. Men zegt altijd dat je minimaal fulltime moet werken om carrière te maken, maar ik geloof daar niet in. Als je maar resultaat levert.
Toen onze dochters klein waren, hadden wij wel een ideale oplossing voor hun opvang. Samen met vrienden hebben wij hun twee en onze drie dochters samen opgevangen en opgevoed. Op die manier is er altijd minimaal één van de vier ouders beschikbaar. Dit is het beste besluit dat we hebben kunnen nemen. Dat vinden wij, maar met name onze kinderen. Ik heb twee dochters erbij gekregen en zij twee ouders.
Dus om te zorgen voor een goede balans tussen werk en privé, moet je het thuis goed regelen. Zorg voor een goed team. Daarbij moet je niet perfectie nastreven. Je zult moeten accepteren dat dingen niet precies zo gaan als je in gedachten had.”

Wat zijn je plannen voor over 5-10 jaar? Werk je dan nog binnen of buiten WUR?

“Ik heb een aanstelling voor vier jaar. Stel dat WUR mij wil houden en ik vind het werk leuk, dan kan dat nog eens vier jaar worden. Tot nu toe vind ik het superleuk en dat zit ‘m vooral in de collega’s. Er werken leuke mensen bij WUR en dan heb ik velen van hen, zoals PhD-ers en gastmedewerkers, nog niet eens ontmoet. Ik hoop dat ik mijn weg kan vinden, waardoor ik voldoende bij kan dragen. WUR heeft namelijk wel een complexe matrix structuur. Je bent best wel even bezig voordat je de organisatie kan doorgronden.”  

En hoe ziet de cultuur binnen WUR er dan uit? Wat is jouw ideaal?

“Ik hoop dat we van onze onbewuste vooroordelen af kunnen komen. Ik heb zelf ook wel eens zo’n test op vooroordelen gedaan. Daarbij denk je ‘dat heb ik niet, dat doe ik niet’ maar dan blijkt iedereen, inclusief jijzelf, die vooroordelen te hebben. Neem nou solliciteren. Ik weet hoe moeilijk het is om een profiel op te stellen, alleen al qua formulering, zonder een selectie uit te lokken. Ik ben voorstander van naamloos solliciteren, maar dan je moet toch een publicatielijst meesturen, dus dat werkt denk ik niet bij een universiteit. De samenstelling van de sollicitatiecommissie maakt ook uit. Ik maak me zorgen om gender, maar nog meer om diversiteit. Als je Machmud al Maheb op een sollicitatieformulier moet zetten, stuit je op nog veel grotere vooroordelen.”

Heb jij suggesties voor de volgende editie? Neem dan contact op met Eva Siebelink, projectleider Diversity & Gender.