Blogpost

COVID-19 financiering vanaf 1.5m afstand bekeken

Gepubliceerd op
20 mei 2020

Het is tijd de compensatiemaatregelen in het kader van de coronacrisis te vervangen door selectieve hulp die veerkracht versterkt. Door in termen van kredietrisico’s en terugbetaling te denken, missen we de echte maatschappelijke uitdagingen van COVID-19. De “no regret” investeringen, die onze kwaliteit van leven ook voor de toekomst veilig kunnen stellen, zitten vooral in de niet-financiële criteria.

Covid-19 financiering vanaf 1.5m afstand bekeken

Investeren in de toekomst

Voor het afwenden van grote epidemieën zoals COVID-19 hebben we een gezondere bevolking, een stabiele regionale voedselvoorziening en ook minder luchtvervuiling nodig.

Voor het afwenden van grote epidemieën zoals COVID-19 hebben we een gezondere bevolking, een stabiele regionale voedselvoorziening en ook minder luchtvervuiling nodig.

Dat is geen compensatie, maar investering in de toekomst volgens duidelijk vastgestelde criteria:

  1. Investeringen in gezonde voeding moeten de voorwaarden scheppen voor een gezondere levensstijl bij consumenten. De voedingssector moet hier proactief op inspelen met producten die op duurzame productie zijn gebaseerd en ook preventieve gezondheidszorg met individuele diëten bevorderen.
  2. Investeringen in een duurzame voedselvoorziening moeten voedselverspilling voorkomen en een efficiënt gebruik van resources en circulariteit bevorderen om voedsel veilig te stellen. Afspraken met bedrijven moeten duurzaamheid tot oogmerk hebben en technologieën hiervoor gebruiken of ontwikkelen. Dit moet leiden tot bewuste keuzes in bodembescherming, dierenwelzijn en klimaat. Tevens moeten duurzame voedselproducten toegankelijk, beschikbaar en bruikbaar zijn.
  3. Investeringen die de luchtkwaliteit verbeteren zijn vooral een uitdaging, waar positieve effecten op luchtkwaliteit door minder verkeer of alternatief extra maatregelen mee moeten wegen in de beoordeling.

Kredietwaardigheid gaat samen met veerkracht

Kijk bij kredietwaardigheid vooral ook naar de flexibiliteit, de verbondenheid van een bedrijf met zijn omgeving en het HR beleid. Indien er bewuste keuzes zijn gemaakt over duurzaamheid en gezonde voedselproductie en het verzekeren van de risico’s hiervan, kan een onderneming zich waarschijnlijk zelf redden. Werknemers komen met nieuwe ideeën, de leiding kan snel schakelen met andere afnemers en sectoren en nieuwe oplossingen bedenken. Zie bijvoorbeeld Bavaria, dat naast bier nu ook (tijdelijk) handgel produceert, omdat we daar nu even veel behoefde aan hebben.

Als bedrijven niet voldoen aan deze kredietwaardigheidseisen gaan ze misschien failliet. Dat is soms een minder groot drama dan gedacht. Veel bedrijven die zonder steun failliet gaan maken een doorstart, nadat verlies van waarde van de activa is afgewenteld op de beleggers c.q. investeerders. De productiecapaciteit is niet weg.

Dat geldt zeker in de landbouw en bij voedselfabrikanten. Temeer omdat er, afgezien van snijbloemen, horeca frietjes en kalfsvlees, geen echt grote vraaguitval is. Een recessie zal waarschijnlijk wel de vraag naar luxere producten verminderen, maar deze producten dragen ook niet bij aan de gezonde voedselvoorziening die ons bestand kan maken tegen COVID-19. In ontwikkelingslanden kan dit natuurlijk bij imperfecte markten wel anders liggen (Ruben 2020).

Investeringen kunnen uit publieke en private bronnen komen. In de praktijk wordt bijna altijd een mix gebruikt. Dat neemt niet weg dat investeren risico’s met zich mee brengt.

Publieke financiering wordt steeds vaker ingezet om het aanvankelijke risico van verandering, dus de transactiekosten, te dekken zodat private financiering mogelijk wordt. Hieraan is er volgens de banken geen gebrek. Wanneer de ‘gewone burger’ als deelnemer bijvoorbeeld investeerder is in pensioenfondsen, dan hebben bedrijven die financiële hulp zoeken alleen bestaansrecht als ze ook bijdragen aan het bereiken van maatschappelijke doelen in het post-COVID tijdperk. Een pensioenbetaler wil immers van zijn pensioen genieten. Laten we dus de investeerders van Schiphol hun risico op de overheid afwentelen, of moeten we misschien andere bedrijven steunen?

Laten we dus de investeerders van Schiphol hun risico op de overheid afwentelen, of moeten we misschien andere bedrijven steunen?

Het antwoord is genuanceerd

Kortom, het antwoord op de vraag of de overheid financiële steun moet geven in deze crisis is heel genuanceerd: bied steun waar het bijdraagt aan de nodige verandering die we moeten maken en stel prioriteiten die ons helpen om zo snel mogelijk naar het nieuwe normaal toe te werken. De criteria hiervoor zijn niet uit te drukken in geld alleen.


Geschreven door Sabine Desczka
Met medewerking van
Krijn Poppe