WOT Centrum voor Visserijonderzoek

(WOT-05) - In dit programma worden wettelijke onderzoekstaken uitgevoerd die betrekking hebben op het beheer van de visserij op zee, in Nederlandse kust- en binnenwateren en de aquacultuur.
Alle relevante KennisOnline Visserij-projecten zijn op Research@WUR samengebracht in één overzicht
De inhoud van het programma betreft de advisering van het visserijbeleid in deze gebieden en het verzamelen van gegevens die daarvoor nodig zijn. Tevens wordt in internationaal verband, via de International Council for Exploration of the Sea (ICES) meegewerkt aan de advisering voor het beheer van de wateren in het noordoost-Atlantisch gebied. Het Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) onderzoekt de ontwikkeling van vis- en schelpdierbestanden in de zee en in het IJsselmeer om de overheid te adviseren bij het beheer van de visserij.
Over CVO
Het Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) is een onderzoeksinstituut dat wettelijke onderzoekstaken uitvoert die betrekking hebben op de visserij in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Het gaat om taken die betrekking hebben op het beheer van de visserij en die vastgelegd zijn in nationale en internationale wetgeving zoals het verzamelen van gegevens over de visserij en de visbestanden en het geven van beheersadviezen.
Het CVO is gestationeerd in IJmuiden bij Wageningen Marine Research, dat ook de expertise levert voor het uitvoeren van de taken.
Het onderzoeksprogramma van het CVO wordt jaarlijks vastgesteld in overleg met het ministerie van LVVN. De belangrijkste onderdelen zijn het onderzoek naar de ontwikkeling en exploitatie van de visbestanden in zee, het IJsselmeer en de schelpdiervoorraden in Nederlandse kustwateren. Ten aanzien van het beheer van de visserij in deze gebieden worden aan de overheid adviezen gegeven.Het onderzoek op zee maakt deel uit van internationale onderzoeksprogramma's. De onderzoekers die voor het CVO werken zijn gespecialiseerd in wetenschappelijk onderzoek op het gebied van vis, de visserij, populatie-dynamica en aquatische ecosystemen.
Ga snel naar:
Toestandsbeoordelingen en beleidsadviezen visserij
Introductie
Binnen dit project worden de beleidsuitvoerende overheden geadviseerd over het in stand houden van de biologische rijkdommen van de zee en een duurzame en evenwichtige exploitatie hiervan met een zo beperkt mogelijke impact van de visserij op de mariene ecosystemen.
Achtergrond
De belangrijkste doelstellingen van het (Nederlandse en Europese) visserijbeleid zijn instandhouding van de biologische mariene rijkdommen en een duurzame en evenwichtige exploitatie hiervan. Op basis van de wetenschappelijke adviezen vindt besluitvorming over beheersmaatregelen plaats in de Raad van Europese ministers of (gedelegeerd) door de Europese Commissie.
Projectdoelstelling
Binnen dit project worden de beleidsuitvoerende overheden geadviseerd over het beheer van visbestanden, de wijze van exploitatie door de visserij en de lange en korte termijneffecten van de exploitatie op deze bestanden alsmede op het mariene ecosysteem. De advisering is gebaseerd op de toestandsbeoordeling van de visbestanden, de toestand van de visserij, de situatie waarin de aquatische ecosystemen zich bevinden en evaluatie van beheersplannen.
Werkwijze
De advisering is gebaseerd op analyse van gegevens over de visserij en visbestanden die in andere projecten zijn verzameld. Ook worden visserijonafhankelijke gegevens afkomstig van hiervoor speciaal opgezette surveys (bestandsopnamen) gebruikt. In veel gevallen wordt nauw samengewerkt met onderzoeksinstituten in het buitenland. De analyse van de gegevens over visbestanden worden uitgevoerd door internationale werkgroepen, gecoördineerd door ICES en STECF voor Europese wateren. CECAF en SPRFMO coördineren voor de respectievelijke gebieden onder hun jurisdictie.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
In het project worden adviezen gegeven over het beheer van de visserij op basis van actuele toestandsbeoordelingen van de belangrijkste visbestanden en ecosystemen. De adviezen worden in internationaal verband opgesteld.
Marktbemonstering Zeevisserij
Introductie
Binnen het project Marktbemonstering zeevisserij wordt de aanvoer van zeevis door de commerciële visserij bemonsterd in de Nederlandse visafslagen. Deze bemonstering is een continuering van langlopende tijdseries. De gegevens worden gebruikt bij het vaststellen van de situatie waarin de visbestanden, waarop wordt gevist, zich bevinden.
Achtergrond
Het project vloeit voort uit de Europese verplichting (DCF) die Europese Lidstaten verplicht biologische gegevens van aangevoerde vis te verzamelen. Deze gegevens zijn onder meer lengte, gewicht, leeftijd, geslacht en geslachtsrijpheid van de vis. Deze bemonstering is een continuering van langlopende tijdseries die in sommige gevallen al in 1957 zijn begonnen.
Projectdoelstelling
Door bemonstering van de aanvoer van de visserij wordt informatie verzameld die, in internationaal verband, gebruikt wordt bij het analyseren van de toestand van de visbestanden in zee. De resultaten hiervan vormen de basis voor de adviezen aan LVVN voor het beheer van de visserij in de Noordzee en Noordoostelijke Atlantische Oceaan.
Daarnaast wordt ook bijgedragen aan de bemonstering van de Europese visserijen in de Oostelijke Atlantische Oceaan en de Pacifische wateren. Per 2025 moeten waarnemers in de Pacific middels een accreditatie bevoegd zijn aan boord als waarnemer te fungeren. Nederland coördineert het accreditatieproces en de bemonstering met ingang van 2025.
Werkwijze
In beginsel worden er representatieve monsters genomen op de belangrijkste visafslagen in Nederland. Sommige vissoorten (bijv. makreel, haring) worden niet via de visafslagen verhandeld, maar worden rechtstreeks via de rederijen verkocht. Voor deze soorten zijn afspraken gemaakt met de schepen om zo de benodigde monsters te verkrijgen. Afhankelijk van de gewenste parameters wordt er ook vis gekocht op de afslagen en deze wordt verwerkt op het laboratorium van WMR in IJmuiden.
Alle verkregen data wordt, na kwaliteitscontrole, opgeslagen in een centrale database en vervolgens verwerkt tot data die gebruikt kan worden in het internationale adviestraject.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Primair resultaat is het verzamelen en aanleveren van data over de samenstelling van de aangevoerde vangst die, samen met andere data, de basis vormt voor de adviezen aan LVVN en de EC voor de uitvoering van het Europees Visserijbeleid.
Secundair voedt de verkregen data andere verzoeken om advies, zoals studies naar impact van de aanlandplicht en biologische studies naar bepaalde vissoorten.
Bestandsopnamen op zee
Introductie
Visserij-onafhankelijke gegevens zijn essentieel om een volledig beeld te krijgen van de ontwikkeling van commerciële visbestanden en de toestand waarin zij zich bevinden. Binnen dit project vinden surveys plaats op viseieren en -larven, vissurveys op bodemsoorten en akoestische surveys die zich op scholende vissoorten richten.
Achtergrond
De Europese Data Collectie Verordening (Data Collection Framework, DCF) verplicht Lidstaten tot het verzamelen van visserijonafhankelijke biologische data.
Projectdoelstelling
De primaire doelstelling van dit project het verzamelen van visserij-onafhankelijke data ten behoeve van de toestandsbeoordeling van commerciële vissoorten. Door het inzetten van standaardmethodieken is het mogelijk om verschillende jaren met elkaar te vergelijken, trends te onderzoeken en tijdseries op te bouwen. Alhoewel de doelstelling primair gericht is op de commerciële vissoorten, worden waar mogelijk alle soorten uit de vangst geregistreerd.
Werkwijze
Binnen dit project wordt sterk samengewerkt met andere Lidstaten. Het efficiënt inzetten van kostbare scheepstijd en streven naar uniformiteit in onderzoeksaanpak en methodes vereist een goede afstemming. Coördinatie is daarom ook één van de doelstellingen van dit project en vindt over het algemeen plaats in internationale werkgroepen.
De werkwijze is per survey verschillend in termen van methodiek, timing in het jaar, doelsoorten en gebied. De wijze van bemonstering is per survey, met inachtneming van internationale afspraken, beschreven in protocollen. Alle verzamelde biologische gegevens en informatie over de omstandigheden waaronder de gegevens verzameld zijn worden, na een grondige kwaliteitscontrole, opgeslagen in een centrale database bij WMR en waar mogelijk toegevoegd aan internationale databases.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
De resultaten van dit project zijn relatieve indices van de hoeveelheid vis, vislarven of viseieren. De indices van de verschillende jaren kunnen met elkaar worden vergeleken zodat duidelijk wordt of de hoeveelheid vis in zee is afgenomen of toegenomen.
Daarnaast leveren de surveys essentiële data voor ecosysteembeschrijvingen, ecosysteemindicatoren voor de KRM (bijv. de Large Fish Indicator, marien afval) en beheersmaatregelen voor de visserij. De gegevens van de bestandschattingen voor commerciële vissoorten waar de surveys indirect aan bijdragen- worden gebruikt voor de beschrijvende elementen voor commerciële visbestanden.
De gegevens van de surveys worden publiek beschikbaar gemaakt via diverse door ICES gehoste databases.
Monitoring bijvangsten
Introductie
Dit project richt zich op het verzamelen van informatie over ongewenste bijvangsten in de commerciële zeevisserij in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij niet alleen om bijvangsten van ondermaatse vis of vangst die buiten het quota valt, maar ook niet-commerciële vissoorten, vogels, zeezoogdieren en benthische organismen.
Achtergrond
Het verzamelen en beschikbaar maken van discard gegevens en registratie van incidentele bijvangsten en zeldzame vis vloeit voort de Europese Data Collectie Verordening (DCF).
Projectdoelstelling
De algemene doelstelling van het project is het verzamelen van kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de ongewenste bijvangsten (ook wel discards genoemd) van de Nederlandse commerciële visserij. Het project richt zich op de belangrijkste visserijen (m.u.v. de garnalenvisserij) in Nederland en levert visserij specifieke informatie.
Werkwijze
De overlevingskans van de overboord gezette vis is afhankelijk van verschillende factoren, bijvoorbeeld van soort, gebruikte vistechniek, weesomstandigheden, vislocatie etc. De gegevens die verzameld worden, variëren per soort, vaak aantallen en volumes, maar in sommige gevallen ook lengte- en leeftijdssamenstelling van de ongewenste bijvangsten.
Het onderzoek vindt plaats op zee, de gegevens worden verzameld aan boord van commerciële visserijschepen in de pelagische visserij, demersale actieve visserij (vissend met minimaal 80 mm maaswijdte) en demersale passieve visserij. De selectie- en bemonsteringscriteria zijn vastgesteld in de DCF. De bemonstering omvat momenteel twee verschillende bemonsteringsmethoden, namelijk “waarnemers” en “zelfbemonstering”. Bij de eerste, meer conventionele, methode nemen waarnemers (WMR medewerkers) die meevaren op commerciële visserijschepen zelf monsters. Binnen de zelfbemonstering worden de monsters genomen door geïnstrueerde bemanningsleden. De monsters met bijbehorende trekgegevens (minimaal totale vangst per trek, visserijinspanning en vispositie) worden aangeland en aan WMR overgedragen. WMR zorgt voor de verdere verwerking van de monsters. De bemonsteringsmethodiek is vastgelegd in een handboek met protocollen.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Het project levert schattingen van de hoeveelheid ongewenste bijvangst in kwalitatieve en kwantitatieve termen aan de relevante internationale werkgroepen (ICES en STECF) en waar nodig aan andere belanghebbenden.
Visserijstatistiek
Introductie
Binnen dit project worden gegevens verzameld met betrekking tot de activiteiten van de visserij en de tijdreeksen geanalyseerd. Dit project ondersteunt andere WOT05 projecten met betrekking tot dataleveringen en de ontwikkeling en implementatie van nieuwe bemonsteringsmethodieken en methodieken om statistisch verantwoord schattingen te maken van de visvangst.
Achtergrond
De Europese Data Collectie Verordening (Data Collection Framework, DCF) verplicht de Lidstaten om visserijstatistieken te verzamelen en te rapporteren volgens vastgestelde richtlijnen. Het gaat hierbij om gegevens over vlootactiviteiten, vangsten en aanvoer van de Nederlandse vissersschepen in de wereld en buitenlandse schepen in Nederland.
Projectdoelstelling
Het verzamelen en analyseren van tijdreeksen met betrekking tot de activiteiten van de visserij. Deze analyses vormen samen met de biologische data vanuit de marktbemonstering, discardonderzoek en bestandsopnamen op zee de vierde pijler onder de jaarlijkse toestandsbeoordelingen. Daarnaast vormen deze analyses de basis voor diverse studies naar de effecten van visserij op het ecosysteem en voor de evaluatie van beheersmaatregelen.
Dit project ondersteunt andere projecten zoals marktbemonstering met betrekking tot dataleveringen en de ontwikkeling en implementatie van nieuwe bemonsteringsmethodieken en methodieken om statistisch verantwoord schattingen te maken van de visvangst. Alle projectonderdelen behoren tot de strikte WOT taken.
Werkwijze
De verschillende projectonderdelen vormen gezamenlijk een compleet pakket met betrekking tot het verzorgen van de data aanlevering aan gespecialiseerde werkgroepen, projecten en rapportages. Het opbouwen van kwantitatieve tijdreeksen van logboek en aanlandingsstatistieken, methodiek en databaseontwikkeling vereisen ieder een eigen aanpak in deelprojecten.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Het project visserijstatistiek levert tijdseries op voor gebruik in gespecialiseerde werkgroepen van bijvoorbeeld ICES en STECF. Ter ondersteuning van dit proces levert het project database- en methodiekontwikkelingen en het project ondersteunt diverse projecten en dataverzoeken door het leveren van data dan wel het faciliteren van onderzoek.
Vis- en visserijonderzoek IJsselmeer en Markermeer
Introductie
Door middel van surveys, een marktbemonstering, logboekregistraties en monitoring van migrerende en diadrome vissen levert dit project de benodigde informatie om te voldoen aan de wettelijke kaders aan het Ministerie van LVVN en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (RWS).
Achtergrond
Het beheer van het IJssel- en Markermeer is grotendeels gebaseerd op internationale regelgeving of afspraken zoals de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de natte infrastructuur van Natuurnetwerk Nederland, Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, Natura 2000, de Aalverordening en het Biodiver-siteitsverdrag. Deze verdragen stellen de kaders voor het volgen van de visstand en de maatregelen om de gestelde doelen te halen.
Projectdoelstelling
De doelstellingen van het project zijn:
- verzamelen van visserij-onafhankelijke gegevens en gegevens van beroepsvisserij ten behoeve van de vangstadvisering van aal, spiering en commerciële schubvissoorten (baars, blankvoorn, brasem, snoekbaars). Door jaarlijkse gestandaardiseerde bemonstering kunnen eventuele trends in de tijdserie worden bepaald;
- analyseren van trends in de ontwikkeling van habitatrichtlijn-soorten (trekvissen) in het kader van Natura2000 doelstellingen en rapportage naar EU;
- aanleveren van de benodigde gegevens voor en het uitvoeren van de berekeningen van de Ecologische Kwaliteit Ratio’s (EKRs) binnen de Kader Richtlijn Water (KRW) voor de evaluatie van de toestand van de visgemeenschap.
Binnen de doelstellingen van het project vallen tevens het uitvoeren van de jaarlijkse bestandsopname op het IJssel-en Markermeer in het najaar, de bemonstering van de oevers in de zomerperiode, de marktbemonstering schubvis, de vangst- en inspanningsregistratie en het monitoren van migrerende en diadrome vissen in het vismigratieseizoen.
Werkwijze
De werkwijze verschilt per onderdeel qua methodiek, timing in het jaar en gebied. In het open water van het IJsselmeer en Markermeer wordt in het najaar met een onderzoeksschip met twee verschillende vistuigen een bestandsopname uitgevoerd. De oeverbemonstering is in augustus/september met een elektrisch schepnet vanaf kleine visboot en aanvullend met een zegen gevist. Bij de marktbemonstering worden de vangsten aan boord van de staandwant- en zegenvisserij doorgemeten en wordt een representatief deel van de vangst meegenomen voor biologische metingen. De data van de vangst- en inspanningsregistratie wordt door beroepsvissers/RVO bij ons aangeleverd. Monitoring van diadrome en migrerende vissen gebeurt, in samenwerking met Rijkswaterstaat, met fuiken in de belangrijkste trekperioden van vissoorten, in samenwerking met beroepsvissers.
Alle verzamelde biologische data worden, na kwaliteitscontrole, opgeslagen in de centrale database Frisbe bij WMR.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
De basisgegevens die binnen het Vis- en visserijonderzoek IJsselmeer en Markermeer worden verzameld, zijn noodzakelijk om trends in de ontwikkeling van de visstand te kunnen signaleren, de toestand van de visstand te kunnen evalueren en beheersmaatregelen of ingrepen te kunnen toetsen zoals vereist door de Europese richtlijnen. De tijdreeksen van basisgegevens die in de afgelopen decennia zijn opgebouwd zijn ook onontbeerlijk als achtergrond bij het oplossen van meer specifieke vraagstellingen vanuit het beleid, bijvoorbeeld op het gebied van ecologisch duurzame visserij, de effecten van klimaatveranderingen en waterkrachtcentrales en het herstel van vismigratie.
De resultaten van het project Vis- en visserijonderzoek IJsselmeer en Markermeer zijn schattingen van de hoeveelheid vis van een bepaalde soort in een bepaald jaar. Van alle gegevens verzameld in de open water monitoring en oevermonitoring in het IJsselmeer en Markermeer zijn lengte-frequentieverdelingen beschikbaar. Tevens is voor een aantal soorten de leeftijdsopbouw van de vangst beschikbaar.
Naast deze bestandsschattingen leveren de onderzoeken essentiële gegevens voor de ecosysteemindicatoren (EKR’s) ten behoeve van de KRW en informatie over het belang van het IJsselmeergebied als doortrekgebied voor migrerende vissoorten (Habitatrichtlijn).
Het project levert rechtstreeks de data voor de uitvoering van het spieringbeleid aan de hand van het zogenoemde spieringprotocol.
Aalonderzoek
Introductie
Binnen dit project wordt data verzameld, toegespitst op de verschillende levensstadia van aal, om de ontwikkeling van het aalbestand en de migratiemaatregelen te kunnen evalueren.
Achtergrond
Sinds 2009 zijn EU- Lidstaten middels de Aalverordening verplicht een pakket beheersmaatregelen te nemen ter bescherming van aal. Voor Nederland staan deze beschreven in het aalbeheerplan. Rapportage van de effecten van deze maatregelen vindt eens in de drie jaar plaats en moet inzicht geven in de ontwikkeling van het Nederlandse aalbestand en migratiemogelijkheden.
Projectdoelstelling
Het voldoen aan de verplichtingen van de Aalverordening inclusief monitoring van schieraal, glasaal en monitoring in sloten. De toestandsbeoordeling van aal in Nederland wordt gedaan middels modelanalyses waarover wordt gerapporteerd.
Werkwijze
Binnen dit project wordt op verschillende wijze data verzameld, toegespitst op de verschillende levensstadia van aal. De wijze van gegevensverzameling verschilt per onderdeel en is beschreven, met inachtneming van internationale afspraken, in Handboek zoetwater visbemonsteringen.
Het project omvat de volgende componenten:
- glasaalbemonstering bij de cruciale intrekpunten van Nederland,
- fuikmonitoring gericht op schieraal op cruciale in- en uittrekpunten in de Rijkswateren,
- vangstregistratie en vangstbemonstering van de commerciële aalvisserij, in samenwerking met beroepsvissers,
- visserijonafhankelijk dataverzamelingsprogramma in polderwateren,
- inventarisatie van migratieknelpunten,
- statistische en modelanalyses over de toestandsveranderingen van de aal om aan de verplichtingen van de Aalverordening te voldoen.
Alle verzamelde biologische data worden, na kwaliteitscontrole, opgeslagen in één van de centrale databases bij WMR en waar gewenst toegevoegd aan internationale databases.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Het overall resultaat van dit project is het leveren van input voor een evaluatie van toestands-veranderingen in het aalbestand in Nederland. De evaluatie zelf is ook onderdeel van dit project.
Bestandsopnamen schelpdieren
Introductie
Als basis voor het Nederlandse visserijbeleid worden middels bestandsopnamen hoeveelheden, ruimtelijke verspreiding en samenstelling van een aantal schelpdierbestanden in de Nederlandse kustwateren en estuaria vastgelegd.
Achtergrond
Het beleidsbesluit Schelpdiervisserij 2005-20201 en de voortzetting daarvan in de periode 2023-20332 vormt de basis van het Nederlandse beleid ten aanzien van de exploitatie van schelpdieren. Voor de vergunningverlening voor schelpdiervisserij vormt de monitoring van schelpdierbestanden een belangrijke basis.
Projectdoelstelling
Doel is het schatten van de bestandsomvang van schelpdiersoorten die geëxploiteerd worden. Dit dient om vast te kunnen stellen of, en hoeveel, er gevist mag worden. Een tweede doel is het kunnen evalueren van effecten van schelpdiervisserij, en veranderingen in visserij beleid, op de schelpdierpopulaties.
Werkwijze
Door middel van bestandsopnamen worden hoeveelheden, ruimtelijke verspreiding en samenstelling van een aantal schelpdierbestanden in de Nederlandse kustwateren en estuaria vastgelegd. Het betreft bestanden van mosselen (Mytilus edulis), kokkels (Cerastoderma edule), Japanse oesters (Crassostrea (Magallana) gigas) en Filipijnse tapijtschelpen (Ruditapes philippinarum) in Waddenzee en/of Deltawateren en van commercieel interessante soorten in de Nederlandse kustzone, zoals de halfgeknotte strandschelp (Spisula subtruncata) en de zwaardschede (Ensis sp.). De gebruikte methodieken omvatten bemonsteringen van de zeebodem, en het inmeten van droogvallende banken met GPS. Hierbij wordt gebruik gemaakt van o.a. verschillende schepen, satellietbeelden en informatie van vissers en toezichthouders.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Het project levert schattingen over de omvang, ligging en verspreiding van verschillende schelpdierbestanden in de Nederlandse kustwateren (Noordzee, Waddenzee, Westerschelde, Oosterschelde, Veerse Meer en Grevelingenmeer) in termen van totale en oogstbare biomassa.
Voor het onderdeel ‘Toetsing aquatische soorten voor aquacultuur’ wordt de verzamelde informatie tijdens de experimenteerfase in een audit beoordeeld. Een onafhankelijke deskundigencommissie beoordeelt vervolgens het dossier en het auditrapport conform het RDA advies. Bij goedkeuring komt de soort op de lijst van voor productie te houden dieren. Bij een negatief besluit en na het verstrijken van de ontheffingstermijn dient de kweek van de betreffende soort te worden stopgezet.
1 Ten tijde van publicatie van dit werkplan 2021-2023 is er nog geen vervangend beleidsbesluit en blijft vooralsnog het oude beleidsbesluit geldig.
2 LNV 2023: Duurzame eiwitten uit Nederlandse schelpdieren Actualisatie Schelpdierbeleid 2023 – 2033
Recreatieve visserij
Introductie
In dit project worden gegevens verzameld met betrekking tot de omvang van de recreatieve visserij op een selectie van vissoorten in de Noordzee en in de binnenwateren.
Achtergrond
De Europese Data Collectie Verordening (DCF) verplicht Lidstaten dataverzameling met betrekking tot de omvang van de recreatieve visserij op aal, kabeljauw, zeebaars, pollak, zalm, elasmobranchen (haaien en roggen) in de Noordzee en op aal en zalm in de binnenwateren.
Projectdoelstelling
Binnen het project wordt data verzameld met betrekking tot de Nederlandse recreatieve visserij op bovengenoemde soorten. Op basis hiervan wordt een schatting gemaakt van de recreatieve vangst (onttrekking en teruggezet) van aal, kabeljauw en zeebaars in de Noordzee en aal in binnenwateren en de kustwateren. Van zalm, pollak, elasmobranchen worden de vangsten vermeld.
Werkwijze
Het project bestaat uit drie basisonderdelen. Een Screening Survey om te bepalen hoeveel Nederlandse recreatieve vissers er zijn uit een groot aantal deelnemers. De Screening Survey wordt om het jaar uitgevoerd. De laatste screening survey vond in december 2023 plaats en zal in december 2025 weer plaatsvinden. Uit deze survey worden ~2500 recreatieve vissers geselecteerd om deel te nemen aan een Logboek Survey. In de logboek survey geven de de deelnemers een jaar lang al hun vangsten en vistrips door. Van maart 2024 tot februari 2025 vond de laatste Logboek Survey plaats. Sinds 2014 doen naast de reguliere logboek survey ook ~15-60 recreatieve staandwant vissers mee aan een losstaande staandwant survey.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Het overall resultaat van dit project zijn aantal- en gewichtsschattingen van de vangsten door recreatieve vissers van kabeljauw, zeebaars, en aal. Pollak, zalm en elasmobranchen worden te weinig gevangen om absolute gewichtsschattingen te maken en zullen absolute vangstaantallen worden gegeven.
Onderzoek in Caribisch Nederland
Introductie
In samenwerking met internationale organisaties wordt binnen dit programma meegewerkt aan de advisering voor (voornamelijk) het beheer van de visbestanden en hun habitats in nationale wateren. Met uitzondering van de taken voor de Dutch Caribbean Biodiversity Database en de periodieke rapportages over de Staat van de Natuur, betreffen de omschreven onderzoekstaken grotendeels mariene onderzoekstaken. Ondanks de plaatsing van de werkzaamheden onder WOT Visserij hebben veel onderdelen betrekking op gegevensverzameling en advisering over natuur en milieu.
Achtergrond
Caribisch Nederland maakt onderdeel uit van de Caribische “biodiversity hotspot” met een zeer hoge biodiversiteit, maar ook hoge menselijke druk. Ondanks aanzienlijke investeringen van LVVN in het afgelopen anderhalf decennium, is er nog steeds sprake van een grote kennisachterstand voor wat betreft de status van vele soorten, soortgroepen en habitats. Vanwege de kennisachterstand voor de meeste van deze andere soorten en habitats, werd in het eerste rapport Staat van de Natuur voor Caribisch Nederland (2018) gewezen op de noodzaak om aanvullend onderzoek en monitoring te doen om tot een betere inschatting te komen van de status van de ontbrekende soorten en soortengroepen.
De verplichting tot onderzoek in Caribisch Nederland volgt uit diverse internationale verdragen en afspraken.
Projectdoelstelling
De doelstelling van het project is tweeledig: enerzijds om gegevens te verzamelen in Caribisch Nederland die de basis vormen voor robuust advies over behoud van kwaliteit van de kust- en binnenwateren en visbestanden in het gebied. Daarnaast is advisering van Ministerie LVVN en de eilandelijke overheden met betrekking tot het beheer van de visserij en aquatische ecosystemen onderdeel van de doelstelling.
Werkwijze
In samenwerking met lokale organisaties worden gegevens verzameld in kustecosystemen (mangroven, zeegrassen, koraal) en vindt onderzoek plaats naar commerciële visbestanden en kwetsbare mariene soorten zoals haaien en zeezoogdieren. De informatie wordt opgeslagen in en beschikbaar gemaakt via de Dutch Caribbean Biodiversity Database. Periodiek vindt rapportage over de Staat van de natuur in Caribisch Nederland plaats.
Projectresultaat
Met de gegevens die in dit project worden verzameld, kunnen Ministerie LVVN en de eilandelijke overheden worden geadviseerd over het beheer van de visserij en aquatische ecosystemen. Het project levert informatie over visbestanden, visserij, kwetsbare soorten en habitats in de Nederlands Caribische wateren.
Programmamanagement en kwaliteit
Introductie
De Wettelijke taken visserijonderzoek zijn ondergebracht in een programma Visserijonderzoek. De algehele coördinatie en kwaliteitsborging van dit programma is ondergebracht in dit project als overkoepelende taak. Tevens bevat dit project een aantal wettelijke taken zoals de coördinatie van het bemonsteringsprogramma binnen de kaders van de DCF (EU dataverzamelingsrichtlijn).
Achtergrond
Binnen dit programma worden Wettelijke Onderzoek Taken uitgevoerd op het gebied van het beheer van de visserij op zee, in Nederlandse kust- en binnenwateren en de aquacultuur. De inhoud van het programma heeft betrekking op de advisering van het visserijbeleid en het verzamelen van gegevens die daarvoor nodig zijn. Tevens wordt via de internationale organisaties meegewerkt aan de advisering voor het beheer in internationale wateren. De belangrijkste gebruikers van de adviezen zijn de EU en het Ministerie van LVVN.
Projectdoelstelling
De uitvoering van de coördinatie, inclusief kwaliteitsborging en verplichtingen vanuit de DCF, van het wettelijk visserijonderzoek zoals ondergebracht in WOT programma 05. Hieronder valt ook de communicatie over het programma met de opdrachtgever.
Werkwijze
De coördinatie van het programma is in handen van CVO, in nauwe samenwerking met de betrokken beleidsmedewerkers van het Ministerie van LVVN en de bij het programma behorende AdviesCommissie en het OpdrachtgeversOverleg. De internationale afstemming van de opzet en uitvoering van het programma valt eveneens binnen dit project. Ook de operationele aansturing namens LVVN van de zeegaande onderzoeksschepen wordt binnen dit project uitgevoerd.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Het project levert de integrale coördinatie van het Nederlandse WOT Visserij programma en de coördinatie van de EU datacollectie. Daarnaast valt ook de deelname aan internationale Regionale Coördinatie Groepen (RCGs, inclusief subgroepen) met betrekking tot de uitvoering van de verplichtingen onder de Europese Data Collectie Verordening onder dit project. Het project levert tevens de algehele kwaliteitsborging van de biologische bepalingen binnen het programma.
Toestandsbeoordelingen en beleidsadviezen visserij
Introductie
Binnen dit project worden de beleidsuitvoerende overheden geadviseerd over het in stand houden van de biologische rijkdommen van de zee en een duurzame en evenwichtige exploitatie hiervan met een zo beperkt mogelijke impact van de visserij op de mariene ecosystemen.
Achtergrond
De belangrijkste doelstellingen van het (Nederlandse en Europese) visserijbeleid zijn instandhouding van de biologische mariene rijkdommen en een duurzame en evenwichtige exploitatie hiervan. Op basis van de wetenschappelijke adviezen vindt besluitvorming over beheersmaatregelen plaats in de Raad van Europese ministers of (gedelegeerd) door de Europese Commissie.
Projectdoelstelling
Binnen dit project worden de beleidsuitvoerende overheden geadviseerd over het beheer van visbestanden, de wijze van exploitatie door de visserij en de lange en korte termijneffecten van de exploitatie op deze bestanden alsmede op het mariene ecosysteem. De advisering is gebaseerd op de toestandsbeoordeling van de visbestanden, de toestand van de visserij, de situatie waarin de aquatische ecosystemen zich bevinden en evaluatie van beheersplannen.
Werkwijze
De advisering is gebaseerd op analyse van gegevens over de visserij en visbestanden die in andere projecten zijn verzameld. Ook worden visserijonafhankelijke gegevens afkomstig van hiervoor speciaal opgezette surveys (bestandsopnamen) gebruikt. In veel gevallen wordt nauw samengewerkt met onderzoeksinstituten in het buitenland. De analyse van de gegevens over visbestanden worden uitgevoerd door internationale werkgroepen, gecoördineerd door ICES en STECF voor Europese wateren. CECAF en SPRFMO coördineren voor de respectievelijke gebieden onder hun jurisdictie.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
In het project worden adviezen gegeven over het beheer van de visserij op basis van actuele toestandsbeoordelingen van de belangrijkste visbestanden en ecosystemen. De adviezen worden in internationaal verband opgesteld.
Marktbemonstering Zeevisserij
Introductie
Binnen het project Marktbemonstering zeevisserij wordt de aanvoer van zeevis door de commerciële visserij bemonsterd in de Nederlandse visafslagen. Deze bemonstering is een continuering van langlopende tijdseries. De gegevens worden gebruikt bij het vaststellen van de situatie waarin de visbestanden, waarop wordt gevist, zich bevinden.
Achtergrond
Het project vloeit voort uit de Europese verplichting (DCF) die Europese Lidstaten verplicht biologische gegevens van aangevoerde vis te verzamelen. Deze gegevens zijn onder meer lengte, gewicht, leeftijd, geslacht en geslachtsrijpheid van de vis. Deze bemonstering is een continuering van langlopende tijdseries die in sommige gevallen al in 1957 zijn begonnen.
Projectdoelstelling
Door bemonstering van de aanvoer van de visserij wordt informatie verzameld die, in internationaal verband, gebruikt wordt bij het analyseren van de toestand van de visbestanden in zee. De resultaten hiervan vormen de basis voor de adviezen aan LVVN voor het beheer van de visserij in de Noordzee en Noordoostelijke Atlantische Oceaan.
Daarnaast wordt ook bijgedragen aan de bemonstering van de Europese visserijen in de Oostelijke Atlantische Oceaan en de Pacifische wateren. Per 2025 moeten waarnemers in de Pacific middels een accreditatie bevoegd zijn aan boord als waarnemer te fungeren. Nederland coördineert het accreditatieproces en de bemonstering met ingang van 2025.
Werkwijze
In beginsel worden er representatieve monsters genomen op de belangrijkste visafslagen in Nederland. Sommige vissoorten (bijv. makreel, haring) worden niet via de visafslagen verhandeld, maar worden rechtstreeks via de rederijen verkocht. Voor deze soorten zijn afspraken gemaakt met de schepen om zo de benodigde monsters te verkrijgen. Afhankelijk van de gewenste parameters wordt er ook vis gekocht op de afslagen en deze wordt verwerkt op het laboratorium van WMR in IJmuiden.
Alle verkregen data wordt, na kwaliteitscontrole, opgeslagen in een centrale database en vervolgens verwerkt tot data die gebruikt kan worden in het internationale adviestraject.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Primair resultaat is het verzamelen en aanleveren van data over de samenstelling van de aangevoerde vangst die, samen met andere data, de basis vormt voor de adviezen aan LVVN en de EC voor de uitvoering van het Europees Visserijbeleid.
Secundair voedt de verkregen data andere verzoeken om advies, zoals studies naar impact van de aanlandplicht en biologische studies naar bepaalde vissoorten.
Bestandsopnamen op zee
Introductie
Visserij-onafhankelijke gegevens zijn essentieel om een volledig beeld te krijgen van de ontwikkeling van commerciële visbestanden en de toestand waarin zij zich bevinden. Binnen dit project vinden surveys plaats op viseieren en -larven, vissurveys op bodemsoorten en akoestische surveys die zich op scholende vissoorten richten.
Achtergrond
De Europese Data Collectie Verordening (Data Collection Framework, DCF) verplicht Lidstaten tot het verzamelen van visserijonafhankelijke biologische data.
Projectdoelstelling
De primaire doelstelling van dit project het verzamelen van visserij-onafhankelijke data ten behoeve van de toestandsbeoordeling van commerciële vissoorten. Door het inzetten van standaardmethodieken is het mogelijk om verschillende jaren met elkaar te vergelijken, trends te onderzoeken en tijdseries op te bouwen. Alhoewel de doelstelling primair gericht is op de commerciële vissoorten, worden waar mogelijk alle soorten uit de vangst geregistreerd.
Werkwijze
Binnen dit project wordt sterk samengewerkt met andere Lidstaten. Het efficiënt inzetten van kostbare scheepstijd en streven naar uniformiteit in onderzoeksaanpak en methodes vereist een goede afstemming. Coördinatie is daarom ook één van de doelstellingen van dit project en vindt over het algemeen plaats in internationale werkgroepen.
De werkwijze is per survey verschillend in termen van methodiek, timing in het jaar, doelsoorten en gebied. De wijze van bemonstering is per survey, met inachtneming van internationale afspraken, beschreven in protocollen. Alle verzamelde biologische gegevens en informatie over de omstandigheden waaronder de gegevens verzameld zijn worden, na een grondige kwaliteitscontrole, opgeslagen in een centrale database bij WMR en waar mogelijk toegevoegd aan internationale databases.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
De resultaten van dit project zijn relatieve indices van de hoeveelheid vis, vislarven of viseieren. De indices van de verschillende jaren kunnen met elkaar worden vergeleken zodat duidelijk wordt of de hoeveelheid vis in zee is afgenomen of toegenomen.
Daarnaast leveren de surveys essentiële data voor ecosysteembeschrijvingen, ecosysteemindicatoren voor de KRM (bijv. de Large Fish Indicator, marien afval) en beheersmaatregelen voor de visserij. De gegevens van de bestandschattingen voor commerciële vissoorten waar de surveys indirect aan bijdragen- worden gebruikt voor de beschrijvende elementen voor commerciële visbestanden.
De gegevens van de surveys worden publiek beschikbaar gemaakt via diverse door ICES gehoste databases.
Monitoring bijvangsten
Introductie
Dit project richt zich op het verzamelen van informatie over ongewenste bijvangsten in de commerciële zeevisserij in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij niet alleen om bijvangsten van ondermaatse vis of vangst die buiten het quota valt, maar ook niet-commerciële vissoorten, vogels, zeezoogdieren en benthische organismen.
Achtergrond
Het verzamelen en beschikbaar maken van discard gegevens en registratie van incidentele bijvangsten en zeldzame vis vloeit voort de Europese Data Collectie Verordening (DCF).
Projectdoelstelling
De algemene doelstelling van het project is het verzamelen van kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de ongewenste bijvangsten (ook wel discards genoemd) van de Nederlandse commerciële visserij. Het project richt zich op de belangrijkste visserijen (m.u.v. de garnalenvisserij) in Nederland en levert visserij specifieke informatie.
Werkwijze
De overlevingskans van de overboord gezette vis is afhankelijk van verschillende factoren, bijvoorbeeld van soort, gebruikte vistechniek, weesomstandigheden, vislocatie etc. De gegevens die verzameld worden, variëren per soort, vaak aantallen en volumes, maar in sommige gevallen ook lengte- en leeftijdssamenstelling van de ongewenste bijvangsten.
Het onderzoek vindt plaats op zee, de gegevens worden verzameld aan boord van commerciële visserijschepen in de pelagische visserij, demersale actieve visserij (vissend met minimaal 80 mm maaswijdte) en demersale passieve visserij. De selectie- en bemonsteringscriteria zijn vastgesteld in de DCF. De bemonstering omvat momenteel twee verschillende bemonsteringsmethoden, namelijk “waarnemers” en “zelfbemonstering”. Bij de eerste, meer conventionele, methode nemen waarnemers (WMR medewerkers) die meevaren op commerciële visserijschepen zelf monsters. Binnen de zelfbemonstering worden de monsters genomen door geïnstrueerde bemanningsleden. De monsters met bijbehorende trekgegevens (minimaal totale vangst per trek, visserijinspanning en vispositie) worden aangeland en aan WMR overgedragen. WMR zorgt voor de verdere verwerking van de monsters. De bemonsteringsmethodiek is vastgelegd in een handboek met protocollen.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Het project levert schattingen van de hoeveelheid ongewenste bijvangst in kwalitatieve en kwantitatieve termen aan de relevante internationale werkgroepen (ICES en STECF) en waar nodig aan andere belanghebbenden.
Visserijstatistiek
Introductie
Binnen dit project worden gegevens verzameld met betrekking tot de activiteiten van de visserij en de tijdreeksen geanalyseerd. Dit project ondersteunt andere WOT05 projecten met betrekking tot dataleveringen en de ontwikkeling en implementatie van nieuwe bemonsteringsmethodieken en methodieken om statistisch verantwoord schattingen te maken van de visvangst.
Achtergrond
De Europese Data Collectie Verordening (Data Collection Framework, DCF) verplicht de Lidstaten om visserijstatistieken te verzamelen en te rapporteren volgens vastgestelde richtlijnen. Het gaat hierbij om gegevens over vlootactiviteiten, vangsten en aanvoer van de Nederlandse vissersschepen in de wereld en buitenlandse schepen in Nederland.
Projectdoelstelling
Het verzamelen en analyseren van tijdreeksen met betrekking tot de activiteiten van de visserij. Deze analyses vormen samen met de biologische data vanuit de marktbemonstering, discardonderzoek en bestandsopnamen op zee de vierde pijler onder de jaarlijkse toestandsbeoordelingen. Daarnaast vormen deze analyses de basis voor diverse studies naar de effecten van visserij op het ecosysteem en voor de evaluatie van beheersmaatregelen.
Dit project ondersteunt andere projecten zoals marktbemonstering met betrekking tot dataleveringen en de ontwikkeling en implementatie van nieuwe bemonsteringsmethodieken en methodieken om statistisch verantwoord schattingen te maken van de visvangst. Alle projectonderdelen behoren tot de strikte WOT taken.
Werkwijze
De verschillende projectonderdelen vormen gezamenlijk een compleet pakket met betrekking tot het verzorgen van de data aanlevering aan gespecialiseerde werkgroepen, projecten en rapportages. Het opbouwen van kwantitatieve tijdreeksen van logboek en aanlandingsstatistieken, methodiek en databaseontwikkeling vereisen ieder een eigen aanpak in deelprojecten.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Het project visserijstatistiek levert tijdseries op voor gebruik in gespecialiseerde werkgroepen van bijvoorbeeld ICES en STECF. Ter ondersteuning van dit proces levert het project database- en methodiekontwikkelingen en het project ondersteunt diverse projecten en dataverzoeken door het leveren van data dan wel het faciliteren van onderzoek.
Vis- en visserijonderzoek IJsselmeer en Markermeer
Introductie
Door middel van surveys, een marktbemonstering, logboekregistraties en monitoring van migrerende en diadrome vissen levert dit project de benodigde informatie om te voldoen aan de wettelijke kaders aan het Ministerie van LVVN en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (RWS).
Achtergrond
Het beheer van het IJssel- en Markermeer is grotendeels gebaseerd op internationale regelgeving of afspraken zoals de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de natte infrastructuur van Natuurnetwerk Nederland, Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, Natura 2000, de Aalverordening en het Biodiver-siteitsverdrag. Deze verdragen stellen de kaders voor het volgen van de visstand en de maatregelen om de gestelde doelen te halen.
Projectdoelstelling
De doelstellingen van het project zijn:
- verzamelen van visserij-onafhankelijke gegevens en gegevens van beroepsvisserij ten behoeve van de vangstadvisering van aal, spiering en commerciële schubvissoorten (baars, blankvoorn, brasem, snoekbaars). Door jaarlijkse gestandaardiseerde bemonstering kunnen eventuele trends in de tijdserie worden bepaald;
- analyseren van trends in de ontwikkeling van habitatrichtlijn-soorten (trekvissen) in het kader van Natura2000 doelstellingen en rapportage naar EU;
- aanleveren van de benodigde gegevens voor en het uitvoeren van de berekeningen van de Ecologische Kwaliteit Ratio’s (EKRs) binnen de Kader Richtlijn Water (KRW) voor de evaluatie van de toestand van de visgemeenschap.
Binnen de doelstellingen van het project vallen tevens het uitvoeren van de jaarlijkse bestandsopname op het IJssel-en Markermeer in het najaar, de bemonstering van de oevers in de zomerperiode, de marktbemonstering schubvis, de vangst- en inspanningsregistratie en het monitoren van migrerende en diadrome vissen in het vismigratieseizoen.
Werkwijze
De werkwijze verschilt per onderdeel qua methodiek, timing in het jaar en gebied. In het open water van het IJsselmeer en Markermeer wordt in het najaar met een onderzoeksschip met twee verschillende vistuigen een bestandsopname uitgevoerd. De oeverbemonstering is in augustus/september met een elektrisch schepnet vanaf kleine visboot en aanvullend met een zegen gevist. Bij de marktbemonstering worden de vangsten aan boord van de staandwant- en zegenvisserij doorgemeten en wordt een representatief deel van de vangst meegenomen voor biologische metingen. De data van de vangst- en inspanningsregistratie wordt door beroepsvissers/RVO bij ons aangeleverd. Monitoring van diadrome en migrerende vissen gebeurt, in samenwerking met Rijkswaterstaat, met fuiken in de belangrijkste trekperioden van vissoorten, in samenwerking met beroepsvissers.
Alle verzamelde biologische data worden, na kwaliteitscontrole, opgeslagen in de centrale database Frisbe bij WMR.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
De basisgegevens die binnen het Vis- en visserijonderzoek IJsselmeer en Markermeer worden verzameld, zijn noodzakelijk om trends in de ontwikkeling van de visstand te kunnen signaleren, de toestand van de visstand te kunnen evalueren en beheersmaatregelen of ingrepen te kunnen toetsen zoals vereist door de Europese richtlijnen. De tijdreeksen van basisgegevens die in de afgelopen decennia zijn opgebouwd zijn ook onontbeerlijk als achtergrond bij het oplossen van meer specifieke vraagstellingen vanuit het beleid, bijvoorbeeld op het gebied van ecologisch duurzame visserij, de effecten van klimaatveranderingen en waterkrachtcentrales en het herstel van vismigratie.
De resultaten van het project Vis- en visserijonderzoek IJsselmeer en Markermeer zijn schattingen van de hoeveelheid vis van een bepaalde soort in een bepaald jaar. Van alle gegevens verzameld in de open water monitoring en oevermonitoring in het IJsselmeer en Markermeer zijn lengte-frequentieverdelingen beschikbaar. Tevens is voor een aantal soorten de leeftijdsopbouw van de vangst beschikbaar.
Naast deze bestandsschattingen leveren de onderzoeken essentiële gegevens voor de ecosysteemindicatoren (EKR’s) ten behoeve van de KRW en informatie over het belang van het IJsselmeergebied als doortrekgebied voor migrerende vissoorten (Habitatrichtlijn).
Het project levert rechtstreeks de data voor de uitvoering van het spieringbeleid aan de hand van het zogenoemde spieringprotocol.
Aalonderzoek
Introductie
Binnen dit project wordt data verzameld, toegespitst op de verschillende levensstadia van aal, om de ontwikkeling van het aalbestand en de migratiemaatregelen te kunnen evalueren.
Achtergrond
Sinds 2009 zijn EU- Lidstaten middels de Aalverordening verplicht een pakket beheersmaatregelen te nemen ter bescherming van aal. Voor Nederland staan deze beschreven in het aalbeheerplan. Rapportage van de effecten van deze maatregelen vindt eens in de drie jaar plaats en moet inzicht geven in de ontwikkeling van het Nederlandse aalbestand en migratiemogelijkheden.
Projectdoelstelling
Het voldoen aan de verplichtingen van de Aalverordening inclusief monitoring van schieraal, glasaal en monitoring in sloten. De toestandsbeoordeling van aal in Nederland wordt gedaan middels modelanalyses waarover wordt gerapporteerd.
Werkwijze
Binnen dit project wordt op verschillende wijze data verzameld, toegespitst op de verschillende levensstadia van aal. De wijze van gegevensverzameling verschilt per onderdeel en is beschreven, met inachtneming van internationale afspraken, in Handboek zoetwater visbemonsteringen.
Het project omvat de volgende componenten:
- glasaalbemonstering bij de cruciale intrekpunten van Nederland,
- fuikmonitoring gericht op schieraal op cruciale in- en uittrekpunten in de Rijkswateren,
- vangstregistratie en vangstbemonstering van de commerciële aalvisserij, in samenwerking met beroepsvissers,
- visserijonafhankelijk dataverzamelingsprogramma in polderwateren,
- inventarisatie van migratieknelpunten,
- statistische en modelanalyses over de toestandsveranderingen van de aal om aan de verplichtingen van de Aalverordening te voldoen.
Alle verzamelde biologische data worden, na kwaliteitscontrole, opgeslagen in één van de centrale databases bij WMR en waar gewenst toegevoegd aan internationale databases.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Het overall resultaat van dit project is het leveren van input voor een evaluatie van toestands-veranderingen in het aalbestand in Nederland. De evaluatie zelf is ook onderdeel van dit project.
Bestandsopnamen schelpdieren
Introductie
Als basis voor het Nederlandse visserijbeleid worden middels bestandsopnamen hoeveelheden, ruimtelijke verspreiding en samenstelling van een aantal schelpdierbestanden in de Nederlandse kustwateren en estuaria vastgelegd.
Achtergrond
Het beleidsbesluit Schelpdiervisserij 2005-20201 en de voortzetting daarvan in de periode 2023-20332 vormt de basis van het Nederlandse beleid ten aanzien van de exploitatie van schelpdieren. Voor de vergunningverlening voor schelpdiervisserij vormt de monitoring van schelpdierbestanden een belangrijke basis.
Projectdoelstelling
Doel is het schatten van de bestandsomvang van schelpdiersoorten die geëxploiteerd worden. Dit dient om vast te kunnen stellen of, en hoeveel, er gevist mag worden. Een tweede doel is het kunnen evalueren van effecten van schelpdiervisserij, en veranderingen in visserij beleid, op de schelpdierpopulaties.
Werkwijze
Door middel van bestandsopnamen worden hoeveelheden, ruimtelijke verspreiding en samenstelling van een aantal schelpdierbestanden in de Nederlandse kustwateren en estuaria vastgelegd. Het betreft bestanden van mosselen (Mytilus edulis), kokkels (Cerastoderma edule), Japanse oesters (Crassostrea (Magallana) gigas) en Filipijnse tapijtschelpen (Ruditapes philippinarum) in Waddenzee en/of Deltawateren en van commercieel interessante soorten in de Nederlandse kustzone, zoals de halfgeknotte strandschelp (Spisula subtruncata) en de zwaardschede (Ensis sp.). De gebruikte methodieken omvatten bemonsteringen van de zeebodem, en het inmeten van droogvallende banken met GPS. Hierbij wordt gebruik gemaakt van o.a. verschillende schepen, satellietbeelden en informatie van vissers en toezichthouders.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Het project levert schattingen over de omvang, ligging en verspreiding van verschillende schelpdierbestanden in de Nederlandse kustwateren (Noordzee, Waddenzee, Westerschelde, Oosterschelde, Veerse Meer en Grevelingenmeer) in termen van totale en oogstbare biomassa.
Voor het onderdeel ‘Toetsing aquatische soorten voor aquacultuur’ wordt de verzamelde informatie tijdens de experimenteerfase in een audit beoordeeld. Een onafhankelijke deskundigencommissie beoordeelt vervolgens het dossier en het auditrapport conform het RDA advies. Bij goedkeuring komt de soort op de lijst van voor productie te houden dieren. Bij een negatief besluit en na het verstrijken van de ontheffingstermijn dient de kweek van de betreffende soort te worden stopgezet.
1 Ten tijde van publicatie van dit werkplan 2021-2023 is er nog geen vervangend beleidsbesluit en blijft vooralsnog het oude beleidsbesluit geldig.
2 LNV 2023: Duurzame eiwitten uit Nederlandse schelpdieren Actualisatie Schelpdierbeleid 2023 – 2033
Recreatieve visserij
Introductie
In dit project worden gegevens verzameld met betrekking tot de omvang van de recreatieve visserij op een selectie van vissoorten in de Noordzee en in de binnenwateren.
Achtergrond
De Europese Data Collectie Verordening (DCF) verplicht Lidstaten dataverzameling met betrekking tot de omvang van de recreatieve visserij op aal, kabeljauw, zeebaars, pollak, zalm, elasmobranchen (haaien en roggen) in de Noordzee en op aal en zalm in de binnenwateren.
Projectdoelstelling
Binnen het project wordt data verzameld met betrekking tot de Nederlandse recreatieve visserij op bovengenoemde soorten. Op basis hiervan wordt een schatting gemaakt van de recreatieve vangst (onttrekking en teruggezet) van aal, kabeljauw en zeebaars in de Noordzee en aal in binnenwateren en de kustwateren. Van zalm, pollak, elasmobranchen worden de vangsten vermeld.
Werkwijze
Het project bestaat uit drie basisonderdelen. Een Screening Survey om te bepalen hoeveel Nederlandse recreatieve vissers er zijn uit een groot aantal deelnemers. De Screening Survey wordt om het jaar uitgevoerd. De laatste screening survey vond in december 2023 plaats en zal in december 2025 weer plaatsvinden. Uit deze survey worden ~2500 recreatieve vissers geselecteerd om deel te nemen aan een Logboek Survey. In de logboek survey geven de de deelnemers een jaar lang al hun vangsten en vistrips door. Van maart 2024 tot februari 2025 vond de laatste Logboek Survey plaats. Sinds 2014 doen naast de reguliere logboek survey ook ~15-60 recreatieve staandwant vissers mee aan een losstaande staandwant survey.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Het overall resultaat van dit project zijn aantal- en gewichtsschattingen van de vangsten door recreatieve vissers van kabeljauw, zeebaars, en aal. Pollak, zalm en elasmobranchen worden te weinig gevangen om absolute gewichtsschattingen te maken en zullen absolute vangstaantallen worden gegeven.
Onderzoek in Caribisch Nederland
Introductie
In samenwerking met internationale organisaties wordt binnen dit programma meegewerkt aan de advisering voor (voornamelijk) het beheer van de visbestanden en hun habitats in nationale wateren. Met uitzondering van de taken voor de Dutch Caribbean Biodiversity Database en de periodieke rapportages over de Staat van de Natuur, betreffen de omschreven onderzoekstaken grotendeels mariene onderzoekstaken. Ondanks de plaatsing van de werkzaamheden onder WOT Visserij hebben veel onderdelen betrekking op gegevensverzameling en advisering over natuur en milieu.
Achtergrond
Caribisch Nederland maakt onderdeel uit van de Caribische “biodiversity hotspot” met een zeer hoge biodiversiteit, maar ook hoge menselijke druk. Ondanks aanzienlijke investeringen van LVVN in het afgelopen anderhalf decennium, is er nog steeds sprake van een grote kennisachterstand voor wat betreft de status van vele soorten, soortgroepen en habitats. Vanwege de kennisachterstand voor de meeste van deze andere soorten en habitats, werd in het eerste rapport Staat van de Natuur voor Caribisch Nederland (2018) gewezen op de noodzaak om aanvullend onderzoek en monitoring te doen om tot een betere inschatting te komen van de status van de ontbrekende soorten en soortengroepen.
De verplichting tot onderzoek in Caribisch Nederland volgt uit diverse internationale verdragen en afspraken.
Projectdoelstelling
De doelstelling van het project is tweeledig: enerzijds om gegevens te verzamelen in Caribisch Nederland die de basis vormen voor robuust advies over behoud van kwaliteit van de kust- en binnenwateren en visbestanden in het gebied. Daarnaast is advisering van Ministerie LVVN en de eilandelijke overheden met betrekking tot het beheer van de visserij en aquatische ecosystemen onderdeel van de doelstelling.
Werkwijze
In samenwerking met lokale organisaties worden gegevens verzameld in kustecosystemen (mangroven, zeegrassen, koraal) en vindt onderzoek plaats naar commerciële visbestanden en kwetsbare mariene soorten zoals haaien en zeezoogdieren. De informatie wordt opgeslagen in en beschikbaar gemaakt via de Dutch Caribbean Biodiversity Database. Periodiek vindt rapportage over de Staat van de natuur in Caribisch Nederland plaats.
Projectresultaat
Met de gegevens die in dit project worden verzameld, kunnen Ministerie LVVN en de eilandelijke overheden worden geadviseerd over het beheer van de visserij en aquatische ecosystemen. Het project levert informatie over visbestanden, visserij, kwetsbare soorten en habitats in de Nederlands Caribische wateren.
Programmamanagement en kwaliteit
Introductie
De Wettelijke taken visserijonderzoek zijn ondergebracht in een programma Visserijonderzoek. De algehele coördinatie en kwaliteitsborging van dit programma is ondergebracht in dit project als overkoepelende taak. Tevens bevat dit project een aantal wettelijke taken zoals de coördinatie van het bemonsteringsprogramma binnen de kaders van de DCF (EU dataverzamelingsrichtlijn).
Achtergrond
Binnen dit programma worden Wettelijke Onderzoek Taken uitgevoerd op het gebied van het beheer van de visserij op zee, in Nederlandse kust- en binnenwateren en de aquacultuur. De inhoud van het programma heeft betrekking op de advisering van het visserijbeleid en het verzamelen van gegevens die daarvoor nodig zijn. Tevens wordt via de internationale organisaties meegewerkt aan de advisering voor het beheer in internationale wateren. De belangrijkste gebruikers van de adviezen zijn de EU en het Ministerie van LVVN.
Projectdoelstelling
De uitvoering van de coördinatie, inclusief kwaliteitsborging en verplichtingen vanuit de DCF, van het wettelijk visserijonderzoek zoals ondergebracht in WOT programma 05. Hieronder valt ook de communicatie over het programma met de opdrachtgever.
Werkwijze
De coördinatie van het programma is in handen van CVO, in nauwe samenwerking met de betrokken beleidsmedewerkers van het Ministerie van LVVN en de bij het programma behorende AdviesCommissie en het OpdrachtgeversOverleg. De internationale afstemming van de opzet en uitvoering van het programma valt eveneens binnen dit project. Ook de operationele aansturing namens LVVN van de zeegaande onderzoeksschepen wordt binnen dit project uitgevoerd.
Dit is een doorlopend project en loopt over de gehele tijdsduur van de Uitvoeringsovereenkomst.
Projectresultaat
Het project levert de integrale coördinatie van het Nederlandse WOT Visserij programma en de coördinatie van de EU datacollectie. Daarnaast valt ook de deelname aan internationale Regionale Coördinatie Groepen (RCGs, inclusief subgroepen) met betrekking tot de uitvoering van de verplichtingen onder de Europese Data Collectie Verordening onder dit project. Het project levert tevens de algehele kwaliteitsborging van de biologische bepalingen binnen het programma.

De Wettelijke Onderzoekstaken (WOT) Visserij is een van de zes WOT-programma’s van Wageningen University & Research. Het Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) onderzoekt de ontwikkeling van vis- en schelpdierbestanden in de zee en in de binnenwateren om de overheid te adviseren bij het beheer van de visserij. De kennis wordt niet alleen gebruikt voor visserijadviezen, maar ook voor de ecologische beoordeling van mariene wateren. Deze animatie introduceert de verschillende onderzoekstaken die de WOT Visserij uitvoert.
Contact
Heb jij vragen over Centrum voor Visserijonderzoek? Stel ze aan onze expert.