Drie sleutels in de strijd tegen het westnijlvirus

Deze zomer is op meerdere plekken in Nederland het westnijlvirus vastgesteld, bij zowel mensen als dieren. Binnen Wageningen University & Research (WUR) doen verschillende disciplines, zoals Entomologie en Virologie, onderzoek naar het virus en de verspreiding ervan. Bij de bestrijding richten de onderzoekers zich op drie belangrijke sporen: vaccins, immuniteit bij muggen en bescherming tegen muggenbeten.
Het westnijlvirus rukt op. Verspreid over meer dan honderd gebieden zijn in de zomer van 2026 in Europa al ruim duizend besmettingen vastgesteld. Ook in Nederland is bij meerdere mensen het virus aangetroffen, waaronder bij een bloeddonor. Hoewel de meeste mensen (80 procent) geen klachten ervaren, kan het virus bij een deel van de geïnfecteerden wel gezondheidsproblemen opleveren, variërend van griepverschijnselen en hoofdpijn tot aantasting van het zenuwstelsel, hersenvliesontsteking en zelfs overlijden. Vooral mensen met verminderde weerstand, zoals ouderen, zijn kwetsbaar.
Naast mensen zijn ook paarden en vogels kwetsbaar voor het virus. Vogels spelen bovendien een cruciale rol bij de verspreiding, zegt Gorben Pijlman, hoogleraar Arbovirologie en Medische Biotechnologie bij het Laboratorium voor Virologie. “Wanneer een mug een besmette vogel bijt, raakt de mug besmet omdat vogels een zeer hoge virusconcentratie in hun bloed opbouwen. Zangvogels dragen het virus vaak bij zich zonder ziek te worden, maar kraaiachtigen en roofvogels kunnen ernstige zenuwverschijnselen krijgen en massaal sterven.”
Hogere temperaturen dragen bij aan opmars virus
Een van de factoren die een belangrijke rol spelen bij de opmars van het virus in Europa is de stijgende temperatuur, vertelt Sander Koenraadt, hoogleraar Ecologie en Bestrijding van Ziekteoverdragende Vectoren bij het Laboratorium voor Entomologie. “Hogere temperaturen zorgen voor grotere muggenpopulaties. Hoe meer muggen, hoe groter de kans dat ze het virus bij zich dragen. Maar een mug die het virus bij zich draagt, moet het virus ook nog overbrengen naar mens of dier. Dat gebeurt via de speekselklieren. Bij hogere temperaturen raakt een mug sneller volledig geïnfecteerd en kan die het virus dus via z’n speeksel overdragen op mensen.”
In 2020 werd het westnijlvirus voor het eerst in Nederland waargenomen bij een persoon. De eerstvolgende geregistreerde besmetting was pas in 2025. Maar dat betekent volgens Koenraadt niet dat het virus in de tussenliggende jaren afwezig was. “Ik durf vrijwel zeker te zeggen dat er de afgelopen jaren meerdere mensen besmet zijn geweest. We hebben het virus namelijk ook in onderzochte muggen en vogels aangetroffen. Alleen hadden de besmette personen waarschijnlijk geen of hele milde klachten, waardoor ze zich niet hebben laten testen op het virus.”
Onderzoek naar westnijlvirus bij WUR
WUR doet al ruim 15 jaar onderzoek naar het westnijlvirus, ruim voordat het virus in Nederland opdook. Koenraadt: “We zagen in die tijd dat het virus oprukte in Zuid-Europa. Aanvankelijk dachten we dat het virus alleen kon worden overgedragen door muggen in het warmere zuiden van Europa, maar dat bleek niet het geval. In 2015 heeft onderzoek van viroloog Jelke Fros aangetoond dat ook de Nederlandse huissteekmug het virus kan overdragen. Toen we zagen dat temperatuur een belangrijke rol speelde in de opmars, wisten we dat het een kwestie van tijd was voordat het virus ook hier zou opduiken. Dat we er nu in toenemende mate last van hebben, verbaast me dan ook niks.”
Bij het onderzoek naar de risico’s van het westnijlvirus en de overdracht ervan is het belangrijk te weten waar mogelijke virusoverdragers voorkomen. Hierbij maken de onderzoekers gebruik van citizen science. Via het project Muggenradar kunnen burgers doorgeven hoeveel muggenlast ze ervaren. Deze meldingen leveren onderzoekers belangrijke informatie op over de aanwezigheid en activiteit van muggen gedurende het jaar. Dit helpt om meer inzicht te krijgen in het risico op de overdracht van door muggen verspreide virussen.
Momenteel kijken Koenraadt en zijn medeonderzoekers onder meer naar de vraag of en hoe het virus overwintert in de mug. “We weten dat een deel van de muggen in een soort winterslaap gaat. De vraag is in hoeverre warmere winters de kans op overleving van een muggenpopulatie vergroten en of muggen een soort reservoir vormen voor het virus en daarmee een brug vormen voor virusoverdracht in het volgende jaar. Het is niet zo dat je dan in het voorjaar meteen een enorme uitbraak hebt, maar het zou wel de kans op verdere verspreiding vergroten. We weten al van een vergelijkbaar virus – het Usutu-virus – dat het kan overwinteren in de mug.”
Het Biosafety Level 3 Lab
Veel onderzoek naar het westnijlvirus bij WUR vindt plaats in het Biosafety Level 3 Lab (BSL3 Lab). In dit streng beveiligde laboratorium bundelen onderzoekers van Entomologie en Virologie hun krachten om fundamentele kennis te vergaren over onder meer virusoverdracht, interactie tussen virussen en besmettingsrisico’s voor mensen en dieren. Pijlman, Koenraadt en Fros stonden in 2013 samen aan de wieg van het BSL3 Lab. Pijlman: “De nauwe samenwerking tussen Virologie en Entomologie op één locatie maakt ons uniek. Samen bestuderen we het westnijlvirus op brede schaal, van moleculair niveau tot de rol van muggen binnen een ecosysteem. Naast het westnijlvirus kijken we in het lab ook naar andere vectorgebonden virussen, zoals Zika, chikungunya en tekenencefalitis.”

Doorsnede van een mug. De celkernen zijn blauw gekleurd en een virus dat alleen muggen infecteert is groen zichtbaar. Onderzoekers gebruiken zulke beelden om te volgen hoe het virus zich door de mug verspreidt en te onderzoeken of het muggen weerbaarder kan maken tegen voor mensen gevaarlijke virussen, zoals het zikavirus.
Een van de dingen in het lab is het ontleden van muggen, zegt Pijlman. “Zo kunnen we zien wat er met een virus gebeurt zodra het in de mug is beland. Als een mug bloed drinkt, wordt eerst de middenmaag geïnfecteerd. Vervolgens moet het virus z’n weg vinden richting de speekselklieren. Hoe werkt dit proces en welke barrières moet het virus nemen? Daarnaast kijken we hoe we het virus kunnen verzwakken door het virale RNA heel gericht te modificeren. Hierdoor kan het virus zich minder goed vermenigvuldigen. Zo’n afgezwakt virus kan interessant zijn voor het ontwikkelen van vaccins. Die zijn momenteel alleen nog voor paarden beschikbaar.”
Ontwikkeling van vaccins tegen westnijlvirus
Het ontwikkelen van vaccins is volgens Pijlman een belangrijke route om het virus te stuiten. “Uit studies met muizen op Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad weten we dat het vaccineren met een afgezwakt virus leidt tot een sterke immuunreactie en bescherming tegen latere infectie met het westnijlvirus. Omdat het gaat om levend-verzwakte virussen, moeten we ook vaststellen of er nog overdracht naar muggen kan plaatsvinden. In het BSL3 lab voeden we daarom steekmuggen met kippenbloed dat een bepaalde hoeveelheid vaccinmateriaal bevat. Na twee weken kijken we dan of er virus in het muggenspeeksel aanwezig is. Als de muggen het virus niet meer kunnen overdragen, draagt dat bij aan de veilige toepassing van deze vaccins in de toekomst.”
Het kan nog wel even duren voordat het zo ver is, benadrukt Pijlman. “Dat heeft niet zozeer een technologische, maar vooral een financiële reden. Voordat farmaceuten een vaccin ontwikkelen en op de markt brengen, willen ze eerst weten of er voldoende vraag naar is. Anders is het commercieel niet interessant. Het aantal besmettingen met het westnijlvirus neemt weliswaar toe, maar is vergeleken met andere virusinfecties nog relatief laag. Een gemiddelde seizoensgriep veroorzaakt veel meer sterfgevallen. Toch vind ik dat we moeten inzetten op een vaccin. Dat kun je dan bijvoorbeeld beschikbaar stellen voor kwetsbare groepen of mensen die veel in de natuur zijn.”
Immuniteit van muggen vergroten
Een ander pad dat de onderzoekers in Wageningen bewandelen, is het aanpassen van het microbioom van de huissteekmug, oftewel de verzameling micro-organismen in het lichaam. Doel hiervan is om de immuniteit van de mug tegen het westnijlvirus te vergroten, legt onderzoeker Jelke Fros uit. “Er zijn allerlei technieken om dit te doen. Wij zetten voornamelijk in op virussen die voor mensen ongevaarlijk zijn en alleen muggen infecteren en zo het immuunsysteem van de mug activeren. Hierdoor wordt het voor het westnijlvirus moeilijker of zelfs onmogelijk om zich te vestigen in de mug. De grote vraag is alleen hoe je ervoor zorgt dat een groot deel van de muggenpopulatie immuniteit opbouwt. Zover zijn we momenteel nog niet met ons onderzoek.”
Betere bescherming tegen muggen
Voor de kortere termijn is het grootste wapen tegen het westnijlvirus vooral om ons beter te beschermen tegen muggen, zegt Koenraadt. “Dat kan in huis met horren, klamboes en antimuggenspray, maar ook met maatregelen buitenshuis. Dan gaat het vooral om het voorkomen dat muggen eitjes kunnen leggen in plasjes stilstaand water. Giet dus schoteltjes en bloempotten leeg en ververs vogelbadjes regelmatig. Maar tegelijkertijd moeten we in de bebouwde omgeving ook ruimte maken voor waterberging in natte tijden. Al met al is het dus een enorm complex vraagstuk waarbij je moet kijken naar het hele systeem. En juist dat maakt dit zo interessant.”


