Een zandbak als brug tussen wetenschap en praktijk

Groenblauwe daken die regenwater vasthouden, rivieren die weer ruimte krijgen, landschappen die beter tegen droogte kunnen: onderzoek levert allerlei natuurlijke oplossingen op voor klimaatverandering. Maar hoe breng je ze van papier naar praktijk? Wageningse onderzoekers kijken hoe creatieve werkvormen kunnen helpen om complexe keuzes samen met betrokkenen te verkennen.
In een bak zand rijst een landschap op. Deelnemers verschuiven met hun handen een dijk, verdiepen een geul of hogen een stuk land op. Een beamer projecteert gegevens uit een digitaal model over het zand. Zodra iemand iets verandert, beweegt het model mee: water zoekt nieuwe routes en overstromingsrisico’s worden zichtbaar. Wat normaal abstract blijft, ligt hier letterlijk onder de vingers.
Dit Tangible Landscape, letterlijk een tastbaar landschap, is een van de creatieve werkvormen waarmee WUR-onderzoekers experimenteren. De zandbak maakt zichtbaar hoe land en water klimaatbestendig kunnen worden ingericht, en helpt om daar het gesprek over te voeren.
“Tangible Landscape helpt betrokkenen anders te kijken, samen te werken en nieuwe vragen te stellen”
Marlies van Ree, onderzoeker klimaatadaptatie en Nature Based Solutions (NbS) bij Wageningen Environmental Research, ziet daarin meer dan een hulpmiddel om data te tonen. ‘Afhankelijk van de casus werken onderzoekers bijvoorbeeld samen met beleidsmakers, waterschappen, bedrijven en bewoners. ‘Het Tangible Landscape helpt betrokkenen anders te kijken, samen te werken en nieuwe vragen te stellen. Juist omdat zij vanuit verschillende rollen naar hetzelfde landschap kijken, is een gedeeld gesprek niet vanzelfsprekend.’
De natuur als bondgenoot
NbS zijn manieren om maatschappelijke uitdagingen rond klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en waterbeheer aan te pakken met behulp van natuurlijke processen. Daan Verstand, onderzoeker klimaatadaptatie bij Wageningen Environmental Research (WENR), gebruikt de definitie van de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN. ‘Een maatregel is een Nature Based Solution als die enerzijds een maatschappelijk probleem oplost en anderzijds de biodiversiteit verbetert’, zegt hij. ‘Die twee facetten moeten erin zitten.’
In steden kunnen bomen, stadsparken en groenblauwe daken helpen tegen hitte en wateroverlast, terwijl ze leefgebied bieden aan vogels en insecten. Langs rivieren is Ruimte voor de Rivier een bekend voorbeeld. Dan voorkom je overstromingen niet door de dijken te verhogen, maar door de rivier meer ruimte te geven.
“Overheden en waterschappen zien steeds meer dat het alsmaar verhogen van een dijk of het wegpompen van water steeds lastiger wordt”
De belangstelling groeit. ‘Overheden en waterschappen zien steeds meer dat het alsmaar verhogen van een dijk of het wegpompen van water steeds lastiger wordt’, zegt Verstand. NbS gebruiken natuurlijke processen. Dat vraagt om een andere manier van denken. ‘Je geeft een natuurlijk proces weer de ruimte’, zegt hij. ‘Dat vinden we als mens best lastig. We willen het liever controleren. Bovendien kost het tijd voordat zo’n oplossing volledig werkt.’
Van groen dak tot slim baggeren
Binnen het Kennisbasis-programma Climate Resilient Water and Land Use werken verschillende WUR-instituten aan NbS. Bij groenblauwe daken onderzoeken wetenschappers bijvoorbeeld hoe je regenwater langer kunt vasthouden en biodiversiteit kunt stimuleren. Bij baggerwerkzaamheden om havens en vaargeulen bevaarbaar te houden, kijken ze hoe het vrijkomende sediment op een ecosysteemgerichte manier kan worden teruggebracht in het systeem. Dat kan bijvoorbeeld door kwelders op te hogen, waardoor de natuurlijke kustverdediging wordt versterkt.
Die voorbeelden laten ook zien waarom het in praktijk brengen van dit soort oplossingen ingewikkeld kan zijn. Waterveiligheid, landbouw, natuur, economie en ruimtelijke ordening lopen door elkaar, terwijl beleid vaak in losse domeinen is georganiseerd. Dat roept praktische vragen op zoals: wie is verantwoordelijk, wie betaalt, wie profiteert en wie beslist?
Deze longread maakt deel uit van een reeks verhalen over Kennisbasis-onderzoek.
Met Kennisbasis-onderzoek zet Wageningen Research in op eigen onderzoek en kennisontwikkeling. Door expertise uit verschillende disciplines te verbinden, ontwikkelt het programma nieuwe inzichten voor kennisvragen van het bedrijfsleven, de overheid en de maatschappij, nu en in de toekomst.
Feiten alleen zijn niet genoeg
Daarom werken onderzoekers vanuit verschillende kennisvelden en WUR-instituten niet alleen aan afzonderlijke maatregelen, maar zoeken ze elkaar ook op rond vragen die in meerdere projecten spelen. Hoe betrek je beleidsmakers en gebiedspartijen, hoe breng je verschillende belangen bij elkaar en hoe verbind je onderzoek met de praktijk?
Daar komen creative practices in beeld, zoals de zandbak. ‘Het zijn eigenlijk allemaal verschillende manieren waarop je creativiteit kunt inzetten in je proces of in je uitkomst’, zegt Van Ree. ‘Want we weten dat feiten alleen niet voldoende zijn. Uit gedragsonderzoek blijkt dat keuzes voor een groot deel worden gestuurd door emotie, verbeelding en ervaring. We nemen een groot deel van onze beslissingen op basis van gevoel, niet alleen op basis van verstand.’

Wat niet betekent dat kennis niet belangrijk is: wetenschap moet blijven meten, doorrekenen en onderbouwen. Maar mensen veranderen niet automatisch van gedrag door nóg een grafiek. ‘We maken al 40 jaar rapportages over dat het niet goed gaat met het klimaat’, zegt Van Ree. ‘Misschien is dat niet de juiste manier, of vraagt het in ieder geval óók om een andere manier.’ Bij NbS speelt bovendien de relatie tussen mens en natuur mee. ‘Het gaat ook over hoe wij ons verhouden tot natuur en tot elkaar.’
Het landschap tussen je vingers
De Tangible Landscape laat zien hoe zo’n creatieve aanpak in de praktijk werkt. Het landschap wordt nagebouwd in speciaal zand dat zijn vorm behoudt. Daarop wordt informatie uit een computermodel geprojecteerd. ‘Als je bijvoorbeeld een dijk weghaalt, zie je wat de consequenties zijn voor het landschap’, zegt Van Ree. ‘Je ervaart direct wat er gebeurt. En het doet iets met mensen om in zand te kneden. Het verbindt. Iedereen heeft vroeger in de zandbak gezeten.’

Het landschap in 3D
Met de zandmaquette en scanner worden kaarten en modelresultaten in 3D zichtbaar. Projectleider Xiaolu Hu legt uit hoe Tangible Landscapes werkt.

Kaarten over het landschap
Een topografische kaart wordt rechtstreeks op de zandmaquette geprojecteerd. Zo verbinden deelnemers de vorm van het landschap met geografische informatie. Ook andere GIS-kaarten kunnen op de maquette worden getoond.

Zelf het landschap veranderen
Met gekleurde kaartjes brengen deelnemers mogelijke veranderingen aan, bijvoorbeeld ander landgebruik of een nieuwe inrichtingsmaatregel. De scanner herkent de kaartjes, waarna verschillende scenario’s direct kunnen worden doorgerekend en vergeleken.

Meteen zien wat een keuze doet
Het model rekent de gevolgen van de voorgestelde veranderingen door en projecteert de resultaten op de zandmaquette. Zo zien deelnemers direct wat verschillende keuzes voor het landschap betekenen en kunnen ze daar samen over in gesprek.
Tijdens interne pilots met onderzoekers en collega’s van WUR zag Van Ree dat deelnemers anders spraken. Het ging minder over aantallen woningen, technische eisen of losse belangen, en meer over waarden: wat maakt dit gebied leefbaar? ‘Door samen met je handen in het zand te zitten, ontstaat er meer ruimte om op een open manier over complexe en soms gevoelige opgaven te praten.’
Dat helpt ook omdat disciplines niet altijd dezelfde taal spreken. Een ecoloog, hydrologisch modelleur, beleidsmaker en gebiedsbeheerder kunnen dezelfde woorden gebruiken, maar iets anders bedoelen. Door een vraagstuk beeldend of tastbaar te maken, ontstaat volgens Van Ree een andere vorm van gedeeld begrip. ‘We hebben voor sommige dingen een beperkte woordenschat of geven een andere betekenis aan dezelfde woorden.’
“Het doet iets met mensen om in zand te kneden, het verbindt”
In het najaar staan enkele grotere sessies met externe betrokkenen gepland. De eerste casus draait om het ‘bos van de toekomst’. Daarvoor wordt het casusgebied, een deel van de Veluwe, met een 3D-geprinte mal in zand nagebouwd. Daarnaast wordt tijdens een stakeholderbijeenkomst over natuurinclusief baggeren in december, een andere casus binnen dit project, een nieuwe creative practice ingezet.
Binnen dit Kennisbasis-programma onderzoeken de onderzoekers daarom verschillende creative practices om beter te begrijpen wanneer en op welke manier zo’n werkvorm van toegevoegde waarde is. Daarbij kijken ze bijvoorbeeld of de werkvorm tot nieuwe inzichten leidt, deelnemers anders naar een vraagstuk laat kijken, hun betrokkenheid bij het onderwerp versterkt of nieuwe verbindingen en vormen van samenwerking oplevert. ‘We gaan de komende activiteiten goed monitoren’, zegt Van Ree. ‘Zo krijgen we meer inzicht in wat de waarde ervan is.’
Niet alleen achteraf communiceren
Die vraag naar waarde raakt meteen aan het moment waarop creative practices worden ingezet. Volgens Verstand lukt opschaling van NbS niet door binnen WUR een oplossing te bedenken en aan het eind te vertellen hoe anderen die moeten toepassen. ‘Je moet beleidsmakers en andere stakeholders tijdens het traject al actief betrekken.’
Creative practices lossen dit vraagstuk niet op, maar kunnen wel zichtbaar maken waar het schuurt en welke belangen er spelen. Zo kunnen ze bijdragen aan wederzijds begrip. Water vasthouden kan helpen tegen droogte, maar ook gevolgen hebben voor de landbouw. Natuurvriendelijk baggeren kan voordelen hebben voor ecosystemen, maar moet ook passen bij scheepvaart, regelgeving en kosten. Deze werkvormen kunnen helpen om eerder in het proces het goede gesprek te voeren.
“Je moet beleidsmakers en andere stakeholders tijdens het traject al actief betrekken”
Van Ree ziet dat als een belangrijk verschil. ‘Vaak zitten we aan de wetenschapskant nog in: hoe maken we onze opgedane kennis op een andere manier inzichtelijk of voelbaar?’, zegt ze. ‘Maar wij willen laten zien dat het veel meerwaarde kan hebben als je creative practices al aan de voorkant inzet.’
Geen wondermiddel
Creative practices zijn geen wondermiddel. Wil je meten hoeveel CO₂ vrijkomt uit veen, dan heb je vooral goede meetapparatuur nodig. Geen klei of zand. ‘Het past niet op ieder moment en het past ook niet voor iedereen’, zegt Van Ree. ‘Je moet goed nadenken: wat is het doel, past creativiteit daarbij en, zo ja, welke vorm?’
Het past niet op ieder moment en het past ook niet voor iedereen. ‘Sommige mensen voelen weerstand bij tekenen, bouwen of spelen’, zegt Van Ree. ‘Dan kan een werkvorm averechts werken.’
Het risico bestaat dat een speelse vorm de ernst van het onderwerp bagatelliseert. Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies zijn geen spel. Daar moet je zorgvuldig mee omgaan, zegt Van Ree. Deze manier van werken vraagt bovendien tijd, geld en begeleiding. En de impact is lastig te meten: soms wordt de waarde pas later zichtbaar, bijvoorbeeld doordat iemand anders gaat kijken, een nieuwe vraag stelt of een samenwerkingspartner vindt.
Kennis en verbeelding
Voor onderzoekers betekent het ook een andere manier van werken. ‘Het vraagt openheid’, zegt Van Ree. ‘En een beetje lef. Je weet niet precies waar het op uitkomt.’ Ze hoopt dat creative practices meer ingebed raken in de structuur van projecten en trajecten.
Verstand hoopt dat deze aanpak helpt om Nature Based Solutions dichter bij de praktijk te brengen. ‘Ik hoop dat we bij veel meer mensen tastbaar kunnen maken wat het concept Nature Based Solutions betekent’, zegt hij. ‘Dat ze weten welke maatregelen er zijn voor hun specifieke probleem en ermee aan de slag kunnen.’ Creative practices kunnen daarbij een brug slaan tussen wetenschap en samenleving: niet door complexe kennis eenvoudiger te maken dan ze is, maar door die zichtbaar, tastbaar en invoelbaar te maken en zo het gesprek te openen over wat er nodig is om samen verder te komen.
Ook interessant
Experts
Volg Wageningen University & Research op social media
Blijf op de hoogte en lees meer op onze social kanalen.


