Ga naar de inhoud
LongreadPublicatiedatum: 12 januari 2026

Geen duurzaamheid zonder rechtvaardigheid

We leven buiten de grenzen van onze planeet. Al jaren putten we ecosystemen uit, maar zonder oog voor sociale ongelijkheid blijft echte duurzaamheid een papieren ideaal. Onderzoekers van Wageningen University & Research willen daarom het begrip ‘safe and just operating space’ een nieuwe impuls geven. Want een gezonde planeet en een eerlijke samenleving kunnen niet los van elkaar bestaan – ze hebben elkaar hard nodig.

“Natuurlijk zijn ecologische grenzen belangrijk,” zegt Hans van Meijl, senior-econoom bij Wageningen Social & Economic Research. “Als we de uitstoot van broeikasgassen blijven verhogen, overschrijden we onvermijdelijk de grenzen van de aarde.” Maar, aldus van Meijl, aan de sociale kant moet je eerst voldoen aan basisbehoeften om oog te hebben voor die problemen. “Als mensen honger hebben, in diepe armoede leven of worden getroffen door conflicten, dan is er geen ruimte om na te denken over ecologische grenzen. Dan draait alles om overleven.”

Daarom pleiten Van Meijl en collega’s als Katrien Termeer (hoogleraar Bestuurskunde) en Marc Müller (landbouweconoom) voor meer aandacht voor de sociale, de ‘just’ kant van duurzaamheidstransities. Hoe krijgen we die rechtvaardigheidsaspecten beter in beeld?

Van filosofie naar modellen en meetbaarheid

Binnen het Europese project BRIGHTSPACE werkt Marc Müller met onderzoekers uit verschillende landen aan antwoorden op precies die vraag. “We brengen de ‘safe and just operating space’ van de Europese landbouw in kaart,” legt hij uit. Een belangrijke invalshoek, omdat landbouw aan de ene kant druk zet op natuur en aan de andere kant voorziet in basisbehoeften zoals voedsel, werkgelegenheid en inkomen. Regels die proberen het één te verbeteren, kunnen daardoor juist negatieve effecten hebben op het ander. Met BRIGHTSPACE willen we die effecten inzichtelijk maken, zodat beleidsmakers beter onderbouwde keuzes kunnen maken.

“Ons doel is om dit principe te vertalen naar een set modellen,” zegt Müller. “Juist omdat het zo complex is, met talloze afhankelijkheden, moeten we het eerst goed kunnen doorgronden.” Dat lukt alleen door ecologische én sociale indicatoren samen te brengen — precies de integrale kennis waar Wageningen University & Research al jarenlang in investeert. “Modellen zijn daarvoor een sterk vertrekpunt,” aldus Müller. Daarmee onderscheidt WUR zich binnen Europa als één van de weinige kennisinstituten die sociale rechtvaardigheid niet alleen agendeert, maar ook daadwerkelijk kan kwantificeren. 

Indicatoren voor rechtvaardigheidsdimensies

Welke indicatoren laten de sociale grenzen zien waarbinnen de landbouw kan verduurzamen? “Denk aan het inkomen van boeren en hun positie in de markt,” zegt Müller. “Maar ook aan voedselprijzen en betaalbaarheid voor consumenten. Sociale en economische overwegingen gelden zowel voor producenten als voor consumenten. Heeft iedereen toegang tot gezond voedsel? Ook dierenwelzijn speelt een rol, net als het behoud van landschappen met recreatieve waarde — indicatoren voor een rechtvaardige ruimte hebben betrekking op mensen, dieren én natuur.”

De nieuwe modellen laten zien wat er met zulke ‘just’-indicatoren gebeurt wanneer bijvoorbeeld strenger duurzaamheidsbeleid wordt ingevoerd. “Daarmee kunnen we gericht adviseren over beleid, zoals ondersteuning van nieuwe technologieën om de CO₂-uitstoot te verminderen – of het beprijzen van CO₂. Door aan de juiste knoppen te draaien, wordt zichtbaar hoe je zowel de duurzame als de sociale kant van de transitie meeneemt. Ook wordt duidelijk welke afwentelingsrisico’s er ontstaan.”

Wie mag er meedoen?

Een veelgehoorde kritiek op het ‘just’-principe is dat de keuze van indicatoren en meetmethoden subjectief is. Waar modellen met harde data kunnen laten zien wanneer we een ecologische grens overschrijden, is de sociale grens veel lastiger te bepalen: wanneer ontstaat precies armoede, uitsluiting of conflict?

Juist daarom kijkt Katrien Termeer met haar collega’s niet alleen naar wat meetbaar is, maar ook naar hoe eerlijk een transitie wordt ervaren1. “Als een transitie niet eerlijk voelt, gaat die niet werken,” zegt ze. “Kijk naar de energietransitie: als vooral elektrisch rijden wordt gestimuleerd, vallen mensen die zo’n auto niet kunnen betalen buiten de boot. Zij kunnen zich achtergesteld voelen en helemaal afhaken.”

Volgens Termeer kunnen rechtvaardigheidsvraagstukken binnen duurzaamheids-transities vanuit drie invalshoeken worden bekeken. Erkenningsrechtvaardigheid gaat over wie wordt gezien en serieus genomen in het systeem: alleen boeren en consumenten, of ook dieren, natuur en toekomstige generaties? Verdelingsrechtvaardigheid gaat over wat wordt (her)verdeeld en tussen wie, zoals inkomen, risico’s of toegang tot gezond voedsel. Procedurele rechtvaardigheid richt zich op de manier waarop besluiten worden genomen: wie heeft invloed, wie mag meebeslissen?

1 De Bruin, A (2025). ‘Perceptions of justice in food systems transitions.’ PhD Thesis, Wageningen University.

‘Small wins’ die systemen doen kantelen

Met al die invalshoeken rekening houden én binnen ecologische grenzen blijven, is geen eenvoudige klus. “Je realiseert verandering nooit in één keer,” zegt Termeer. “Je moet klein maar betekenisvol beginnen, met small wins.” Het kan gaan om technische innovaties, burgerinitiatieven, nieuwe partnerschappen of overheidsbeleid. Voorbeelden van burgerinitiatieven zijn  Hereboeren, lokale energiecoöperaties of voedselbanken. Met voldoende steun en ruimte om te groeien, worden zulke lokale initiatieven echte versnellers van verandering.

Die kracht zit in verspreiding, verdieping en verbreding. “Koppel milieubeleid bijvoorbeeld aan armoedebeleid, zodat je ook mensen in achterstandswijken meekrijgt,” zegt Termeer. “Of maak een koppeling met gezondheid.” Zo kan een klein initiatief uitgroeien tot de nieuwe norm. 

Repair Café: van idee naar norm

Een goed voorbeeld zijn volgens Termeer de Repair Cafés. Wat ooit begon als een buurtinitiatief om spullen te repareren in plaats van weg te gooien, is inmiddels uitgegroeid tot een initiatief van formaat met meer dan 5.000 cafés in ruim veertig landen. Daar wordt niet alleen gerepareerd: er worden ook gegevens verzameld over wat niet te repareren is. Burgerinitiatieven zijn in gesprek gegaan met fabrikanten en beleidsmakers.

Met resultaat: de EU heeft inmiddels het ‘right to repair’ ingevoerd. Fabrikanten moeten producten zo ontwerpen dat ze repareerbaar zijn en mensen niet steeds geld kwijt zijn aan het kopen van nieuwe producten. “Dat is zo’n moment waarop een lokaal idee doorbreekt in beleid en industrie,” zegt Termeer. “Dan zie je echte transitie ontstaan.”

Pitbulls met impact en leiders met lef

Small wins staan niet op zichzelf: er zijn mensen nodig die ze volhouden en verder brengen. “Ik noem ze pitbullterriërs,” zegt Termeer, “mensen die blijven vasthouden aan hun idee, ook als het lastig wordt.” Zulke aanjagers hebben leiders met lef nodig — mensen die toegang hebben tot bestuur, beleid, kennis of financiële middelen.

Een treffend voorbeeld hiervan komt uit Brazilië. In één stad werkten lokale bestuurders, maatschappelijke organisaties en scholen samen met boeren uit de omgeving om voedselzekerheid te verbeteren. Kinderen kregen gezonde maaltijden met lokaal voedsel, en er ontstond een compleet netwerk van afspraken, producenten en onderwijsprogramma’s. Toen een nieuwe president met het motto “iedere Braziliaan moet drie gezonde maaltijden per dag kunnen eten” aantrad, besloot hij dat deze lokale aanpak vertaald moest worden naar nationaal beleid. “Dat is wat er kan gebeuren als vasthoudende mensen de juiste bondgenoten vinden,” zegt Termeer.

Rechtvaardig beleid vraagt koersvastheid

Een duidelijke richting is essentieel voor elke transitie – zowel aan de safe als aan de just kant. Die koers mag niet wankelen, benadrukt Hans van Meijl. “Onder druk van geopolitieke ontwikkelingen zie je dat Europa duurzaamheidsbeleid afzwakt. Juist nu moeten we vasthouden. Veranker planetaire grenzen in beleid en bescherm kwetsbare groepen mensen met financiële prikkels.”

Dat kan heel concreet, zegt hij, en het is zeker mogelijk om zowel de safe als just dimensie te verankeren: “Beloon boeren voor ecosysteemdiensten en maak gezond voedsel toegankelijker, bijvoorbeeld via de btw. Dat kost geld, maar als we onze duurzaamheidsdoelen loslaten, betalen we later een veel hogere prijs.”

De kracht van Wageningen Social & Economic Research ligt precies op dit snijvlak. Met modellen, data, kennis van ecosystemen én inzicht in sociale en economische effecten kan men zichtbaar maken welke keuzes werken – en voor wie. “We zien boeren als deel van de oplossing,” zegt Müller. “Zij kennen hun grond als geen ander. Wat ze nodig hebben is betrouwbaar, langetermijnbeleid dat richting geeft en innovatie beloont.”

Met kennis, AI én burgers zelf transities versnellen

Naast de inzet van data en modellen en diepgaande kennis over landbouw, natuur en voedsel, ziet Müller ook toekomst in de inzet van kunstmatige intelligentie (AI) vanuit WUR. “Zo kunnen Large Language Models (LLM’s, zoals ChatGPT) de blinde vlekken opvullen waarin bestaande modellen nog tekortschieten,” zegt hij. “Een interessante toepassing is het in kaart brengen van de motieven van boeren om in de afgelopen jaren te protesteren, door grote hoeveelheden tekst uit sociale media en andere bronnen te analyseren. Daarmee wordt zichtbaar welke beleidsmaatregelen in welk land voor hoeveel boeren aanleiding waren om mee te doen aan protesten. Zo kunnen we causale verbanden leggen tussen de manier waarop boeren beleid ervaren en hun bereidheid om in actie te komen.”

Termeer benadrukt dat technologie alleen niet genoeg is — de samenleving zelf moet meebewegen. Technische en sociale innovaties gaan hand in hand. Volgens haar ligt er veel potentie in het benaderen van grote transitievragen, zoals de voedsel- of energietransitie, niet van bovenaf - maar juist vanuit initiatieven . “Maar dan moeten we wel durven af te wijken van de gebaande paden.” Beleidsmakers en bestuurders krijgen te maken met sterke lobby’s die verduurzaming proberen te vertragen. “Tegen hen zou ik willen zeggen: laat je daardoor niet van de wijs brengen. Alleen als we die druk herkennen en ons er niet door laten leiden, kunnen transities duurzaam én rechtvaardig worden.”

Heeft u vragen?

Contact

Ontdek meer

Ontdek meer