Landbouw die minder water nodig heeft: quinoa spin-off bouwt voort op WUR-kennis

- dr. EN (Robert) van Loo
- Senior Onderzoeker
Afgelopen augustus was wereldwijd de heetste maand ooit gemeten. Klimaatverandering, hitte, droogte en verzilting zetten gewasopbrengsten onder druk. Gewassen zoals quinoa, dat al 6000 jaar in de hooggebergten van Zuid-Amerika wordt geteeld, zouden kunnen helpen. Radicle Crops, een spin-off van WUR, werkt nauw samen met WUR aan klimaatbestendige gewassen die op meer plekken ter wereld geteeld kunnen worden.
Ondanks de vele voordelen van quinoa wordt het gewas wereldwijd nog relatief weinig geteeld. Quinoa kan goed omgaan met droogte en bepaalde vormen van verzilting én is bovendien rijk aan eiwitten en mineralen. “Voor veel oplossingen voor wereldwijde problemen zoals hitte en droogte, kunnen we kijken naar de natuur,” zegt Andrés Torres Salvador, algemeen directeur van Radicle Crops. “Maar grote bedrijven investeren momenteel nog beperkt in de ontwikkeling van deze oplossingen.”
Radicle Crops wil die potentie breder benutten. Met innovatieve veredelingstechnieken werkt het bedrijf aan quinoa en andere gewassen zoals witte lupine en Andes lupine (ook wel tarwi). Deze gewassen bevatten meer en kwalitatief hoogwaardiger eiwit dan tarwe en aardappel. En ze zijn beter bestand tegen veranderende klimaatomstandigheden. “We willen bijdragen aan een landbouw die minder afhankelijk is van een klein aantal gewassen en beter is voorbereid op de toekomst.”
De Wageningse basis
De zoektocht naar quinoa voor de Nederlandse en Europese teelt begon in Wageningen al in de jaren negentig. Door een ras uit Chili te kruisen met een ras uit Ecuador, ontwikkelde WUR een variant die minder bitter is en minder daglichturen nodig heeft om rijp te worden.
Vooral in Frankrijk kreeg de teelt een impuls en ontstond een afzetmarkt. “Quinoa kwam meer in de belangstelling te staan waardoor we het veredelingsprogramma verder konden uitbouwen”, zegt WUR-onderzoeker Robert Van Loo. “Zo ontstond er eerst een quinoateeltgroep in Nederland (de Dutch Quinoa Group), die later uitgroeide tot een veredelingsbedrijf dat nu bekendstaat als Radicle Crops”, vult Torres Salvador aan.
Overname veredelingsprogramma
“Radicle Crops nam in 2023 het quinoaveredelingsprogramma van WUR over”, zegt Torres Salvador. “Inclusief negen gepatenteerde, saponinevrije rassen (saponine is een bittere stof die voorkomt op de buitenste zaden van de quinoaplant), genetisch materiaal en veredelingstechnologieën. Maar de samenwerking met WUR blijft heel belangrijk.”
Radicle Crops is gevestigd op Wageningen Campus en werkt samen met Wageningse onderzoekers. “Voor een jong bedrijf is het moeilijk om alle benodigde expertise en onderzoeksfaciliteiten zelfstandig op te bouwen”, zegt Torres Salvador. “WUR heeft specialistische expertise op het gebied van veredelingsmethoden, het gebruik van DNA- en RNA-sequentie-analyse en hoe je daarmee eigenschappen kunt koppelen aan DNA-merkers of aan variatie in genen.”
Ook de onderzoeksfaciliteiten van WUR spelen een belangrijke rol. Zo maakt Radicle Crops gebruik van WUR’s hightech faciliteiten zoals NPEC, een infrastructuur voor plantenfenotypering. Daar kunnen planten in detail worden bestudeerd onder gecontroleerde omstandigheden. Onderzoekers kunnen bijvoorbeeld instellen hoeveel droogte- of zoutstress een plant krijgt. “Wij meten en analyseren daar bijvoorbeeld wat quinoa zo efficiënt maakt in het weerstaan van droogte.”
Sneller van proefveld naar praktijk
Voor WUR ligt de winst vooral in de directe koppeling met de praktijk, zegt Van Loo. “De Wageningse kennis over quinoa kan sneller van het laboratorium en het proefveld naar de praktijk worden gebracht. Daarnaast is het interessant dat Radicle Crops nieuwe onderzoeksvragen aandraagt vanuit de praktijk.” Torres Salvador vult aan: “Vanaf dag één vliegen we met drones en gebruiken we NPEC's ultra-precisiebeelden om gedetailleerde groei- en proefdata van onze veredelingslijnen vast te leggen. Het riep direct een vraag op: hoe slaan we deze data efficiënt op en hoe structureren en benutten we de data? Die vraag vormt de basis van het project DAS-CROPPER.”
“Met data kunnen we modellen ontwikkelen die voorspellen hoe quinoa reageert in verschillende teeltomstandigheden”, zegt Van Loo. “We bekijken hoe we AI kunnen inzetten om datasets beter te interpreteren.”
De eerste fase van de ontwikkeling van quinoa door WUR werd financieel mogelijk gemaakt door de Nederlandse overheid en de EU. Om de veredeling verder te versnellen, investeerde Radicle Crops vervolgens bijna vier miljoen euro. Een van de technieken die wordt ingezet is F1-hybrideveredeling, waarbij verschillende ouderlijnen worden gekruist om nakomelingen te krijgen die gewenste eigenschappen, zoals droogtetolerantie en zouttolerantie, combineren.
Maar met een goed nieuw ras ben je er nog niet. Telers moeten het rendabel kunnen verbouwen, voedselproducenten moeten er iets mee kunnen en consumenten moeten het product aantrekkelijk vinden. “Daarom richt Radicle Crops zich niet alleen op de ontwikkeling van de plant, maar ook op het opbouwen van partnerschappen en een markt”, zegt Torres Salvador. “Op Wageningen Campus komt een breed netwerk samen van wetenschappers, studenten, telers en bedrijven. Daarnaast is hier veel kennis aanwezig, van gewassen en teelt tot voedseltechnologie en consumenten.”
“De mooiste innovaties ontstaan wanneer je verder durft te denken dan wat vandaag mogelijk lijkt. Met WUR willen we die grens blijven verleggen.”
- Andrés Torres Salvador
- Algemeen directeur Radicle Crops
Geteeld in 18 landen
Inmiddels wordt de quinoa van Radicle Crops in 18 landen commercieel geteeld, op in totaal meer dan 10.000 hectare. Van Europese landen tot Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland. Daarmee bouwt het bedrijf aan een internationaal netwerk van partners.

“Quinoa is voor ons niet het eindpunt, maar het vertrekpunt. We denken samen met WUR ook aan andere gewassen”, zegt Torres Salvador. Als voorbeeld noemt hij camelina. “Dat gewas heeft weinig water nodig en heeft potentie als grondstof voor duurzame vliegtuigbrandstof.”
De ontwikkeling van zulke gewassen vraagt wel om een lange adem. “WUR moet concurrerend blijven, onder meer als het gaat om de kosten van faciliteiten, zoals het gebruik van NPEC”, zegt Torres Salvador. Ook de financiering van grote, langlopende onderzoeksprojecten vormt een uitdaging, vult Van Loo aan. “Dit soort onderzoek werd in het verleden voor een groter deel ondersteund door publieke financiering van de Nederlandse overheid en de EU, omdat het publieke belang werd erkend van verbreding van de landbouw voor de hele samenleving. Nu wordt verwacht dat bedrijven zelf al investeren in de lange aanloopfase. Dat vraagt durf van bedrijven om een lange terugverdientijd te accepteren.”
Radicle Crops is een bedrijf dat die uitdaging aandurft, zegt Van Loo. “Zoals ook nu door de lead te nemen bij een Top Sector projectaanvraag rond een groot initiatief gericht op camelina voor duurzame vliegtuigbrandstof.” Torres Salvador: “We zijn ook enthousiast over iets groters: het ontwikkelen van technologieën die de veredeling versnellen. Samen met wetenschappers van WUR onderzoeken we nieuwe kruisingssystemen waarmee we polyploïdie - planten met meerdere sets chromosomen -kunnen benutten om nieuwe gewassen robuuster en productiever te maken.”
Torres Salvador: “De mooiste innovaties ontstaan wanneer je verder durft te denken dan wat vandaag mogelijk lijkt. Met WUR willen we die grens blijven verleggen.”
Neem contact op
Heeft u een vraag over dit onderzoek naar klimaatbestendige gewassen of ziet u kansen om samen te werken? Neem contact op met onze expert.


