Ga naar de inhoud
LongreadPublicatiedatum: 3 september 2026

Moestuinier zoekt uit welke gewassen elkaar versterken

Tekst: Tefke van Dijk

Duizenden moestuiniers in Nederland zijn dit voorjaar weer in de weer gegaan met zaaien, meten en wegen van tuinbonen en rode biet, voor het project Moestuinmix. Ze registreren de opkomst, planthoogte, bloeitijd en de opbrengst. Met ruim 2.300 aanmeldingen is de derde editie een recordjaar. ‘We werden overvallen door ons eigen succes’, zegt projectleider Yvonne Florissen.

Het doel van het project is achterhalen welke gewascombinaties elkaar versterken. ‘Elke deelnemer test dit jaar de combinatie tuinboon-rode biet en daarnaast tuinboon met een gewas naar keuze. Deze twee paren worden vervolgens vergeleken, om de prestaties van de tuinbonen met verschillende buren te kunnen meten.’ Fanatieke deelnemers kunnen ook melden welke insecten ze zien: bestuivers zoals bijen en zweefvliegen, maar ook plagen zoals bladluizen. Ook ziekten, schimmels en algemene groeiproblemen leggen ze vast. Al deze gegevens samen laten zien welke combinaties goed werken.

Deelnemers aan het project Moestuinmix kweken tuinbonen naast een ander gewas en registreren onder meer planthoogte, ziektes en opbrengst. Foto: Anna van Stuivenberg.

Florissen en haar collega Zoë Delamore leiden dit citizen scienceproject vanuit het Laboratorium voor Entomologie. Iedere deelnemende moestuinier ontvangt zaden en een uitgebreide handleiding met instructies voor het registreren van alle meetgegevens, en geeft in ruil kennis terug. Uiteindelijk vormen alle stukjes kennis samen het geheel waarmee onderzoekers beter begrijpen hoe gewassen elkaar kunnen versterken.

Plaagonderdrukking

MoestuinMix maakt deel uit van het vijfjarige onderzoeksprogramma CropMix, dat onderzoekt hoe gewasdiversiteit kan bijdragen aan duurzamere landbouw. Het programma richt zich op ecologische teeltmethoden, biodiversiteit en natuurlijke plaagonderdrukking; processen die door jaren van monocultuur in de landbouw grotendeels zijn verdwenen. ‘CropMix bestaat uit zo’n 70 onderzoekers, 35 consortiumpartners en een netwerk van ongeveer 25 boeren die allemaal een vorm van strokenteelt toepassen’, vertelt Florissen. ‘Maar we wilden ook burgers betrekken, en moestuiniers zijn daarvoor bij uitstek geschikt.’

In tegenstelling tot moderne akkerbouwers werken moestuiniers van nature al met gewasdiversiteit. Ze wisselen gewassen af, combineren soorten en letten op plagen. Vaak op basis van ervaring die generaties teruggaat. ‘Er zit veel inheemse kennis bij moestuiniers’, aldus Delamore. ‘Mensen zeggen bijvoorbeeld al jaren dat uien en wortels goed samengaan. Maar werkt dat écht? En waarom?’

“Er zit veel inheemse kennis bij moestuiniers”

De eerste twee jaren van het project leverden al opvallende inzichten. Zo doet de tuinboon het beter naast snijbiet dan naast rode biet, ondanks de nauwe verwantschap van die twee gewassen. Delamore: ‘Dat roept vragen op. Waarom is het ene gewas een betere buur dan het andere? We zien bovendien dat gewascombinaties niet op alle aspecten even goed scoren. Zo kan een bepaalde combinatie goed zijn tegen plaaginsecten, maar tegelijk ook minder bestuivers aantrekken.’ Werken met duizenden burgerwetenschappers brengt onvermijdelijk variatie met zich mee. Niet iedereen zaait, meet of rapporteert precies volgens de richtlijnen. ‘We geven deelnemers bewust veel vrijheid, zodat het past in hun tuin. Maar dat betekent ook dat er veel variabelen zijn’, legt Florissen uit. ‘Toch levert het een enorme waarde: we krijgen data vanuit heel Nederland, op verschillende grondsoorten en in uiteenlopende omstandigheden.’

Elke deelnemer test dit jaar de combinatie van tuinboon met rode biet, en tuinboon met een gewas naar keuze. Foto: Denise Lindenau.

Voor deelnemer Jeroen Piël uit Blaricum is het de combinatie van wetenschap en educatie die MoestuinMix bijzonder maakt. Hij werkt als vrijwilliger op de Educatieve Moestuin in Eemnes en ontvangt jaarlijks basisschoolkinderen, middelbare scholieren en dit jaar zelfs kleuters. De tuin doet dit voorjaar voor de derde keer mee aan MoestuinMix. Piël laat de bezoekers zien hoe hij bijdraagt aan het onderzoek. ‘We meten hoe hoog planten worden, wanneer ze bloeien en hoeveel peulen eraan zitten. Kinderen vinden het prachtig dat deze gegevens naar Wageningen gaan.’

De deelnemers aan MoestuinMix meten hoe hoog planten worden, wanneer ze bloeien en hoeveel peulen eraan zitten. Foto: Eductieve Moestuin Eemnes.

De inzichten uit MoestuinMix vormen ook input voor vervolgonderzoek. Op basis van veelbelovende combinaties wil het CropMixteam experimenten opzetten in gecontroleerde, akkerbouwachtige omstandigheden. ‘Dan kunnen we zien welke combinaties opschaalbaar zijn naar professionele teelt’, legt Florissen uit. Delamore hoopt bovendien dat de grote hoeveelheid nieuwe data in 2026 leidt tot scherpere inzichten: ‘We willen uiteindelijk adviezen kunnen formuleren die ook telers kunnen gebruiken.’

Voor boeren kan combinatieteelt een manier zijn om risico’s te spreiden, een strategie die in een veranderend klimaat steeds belangrijker wordt. ‘Bij monoculturen is de kwetsbaarheid groot’, zegt Florissen. ‘Door gewassen te combineren, kun je schade door plagen of extreme weersomstandigheden beperken.’

Voor deelnemers is het inspirerend om te zien hoe hun kleine bijdrage onderdeel wordt van een groter geheel. ‘Het idee dat je als moestuinier meewerkt aan onderzoek dat invloed kan hebben op de landbouw van de toekomst, vind ik geweldig’, zegt Piël. ‘Al is het maar op kleine schaal.’ 

Expert

Volg Wageningen University & Research op social media

Blijf op de hoogte en lees meer op onze social kanalen.