Ga naar de inhoud
LongreadPublicatiedatum: 14 januari 2022Bijgewerkt: 6 juli 2026

Populatie grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee

Op deze pagina staan gedetailleerde aantallen en ruimtelijke verspreiding van grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee.

Trilaterale tellingen

De tellingen van grijze zeehonden op zandbanken in de internationale Waddenzee en op Helgoland worden jaarlijks gecoördineerd uitgevoerd in Nederland, Duitsland en Denemarken en gezamenlijk gerapporteerd. In 2026 is het aantal getelde grijze zeehonden met 3,6% gestegen ten opzichte van 2025, tot een totaal van 12.497 dieren (Schop et al. 2025; 2026). Meer dan 70% van de grijze zeehonden wordt in het Nederlandse deel van de internationale Waddenzee geteld. In de afgelopen decennia is de verdeling van de dieren over de Waddenzee veranderd, omdat de aantallen in Duitsland zijn gegroeid en later ook een aantal dieren in het Deense waddengebied is waargenomen. Voor deze relatief nieuwe soort worden daarom pas sinds 2008 gecoördineerde tellingen uitgevoerd tussen Duitsland en Nederland en pas sinds 2014 ook met Denemarken.

In het Nederlandse deel van de Waddenzee werden in 2026 8.981 grijze zeehonden geteld: een stijging van 4% ten opzichte van 2025. De laatste vijf jaar zijn de tellingen gemiddeld met 6% per jaar toegenomen. Grijze zeehonden zijn honderden jaren afwezig geweest in de Waddenzee. Pas in de loop van de vorige eeuw zijn ze geleidelijk teruggekeerd (Reijnders, van Dijk, en Kuiper 1995). In 1980 zijn de eerste grijze zeehondenpups waargenomen op de zandbanken van Terschelling. In de daaropvolgende dertig jaar zijn de aantallen flink gegroeid. Uit modelberekeningen blijkt dat deze groei niet alleen aan geboortes kan worden toegeschreven (Brasseur et al. 2015). Import van grijze zeehonden uit Groot-Brittannië blijkt nog steeds een grote rol te spelen in de aantalsontwikkeling. Daarnaast keert een deel van de dieren die in het waddengebied worden gezien terug naar het Verenigd Koninkrijk.

Grijze zeehonden worden niet overal op het Nederlandse wad evenveel gezien. Veruit de meeste worden gezien op de platen in het westelijke Waddengebied en in de Nederlandse Delta. Om dit inzichtelijk te maken, kijken we naar verschillende Waddenzeegebieden (figuur 1), die van elkaar zijn gescheiden door wantijen: ondiepe zones die tijdens laagwater moeilijk zijn over te steken. Hieronder worden per gebied de jaarlijks gepubliceerde aantallen in maart/april vanaf 2008 weergegeven (figuur 2). De meeste grijze zeehonden worden gezien in gebied 3, tussen Vlieland en Terschelling, en in gebied 1, tussen Den Helder en Texel.

Kaart van de Waddenzee boven Nederland waarin genummerde deelgebieden zijn aangegeven

Figuur 1. De verschillende deelgebieden van de Nederlandse Waddenzee waarbinnen zeehonden worden geteld.

Staafdiagram van aantallen grijze zeehonden geteld in de Nederlandse Waddenzee en de deelgebieden

Figuur 2. Aantallen grijze zeehonden geteld in de Nederlandse Waddenzee (grijze kolommen) en in de Nederlandse deelgebieden (gekleurde lijnen) vanaf 2008 tot 2026 

Sinds 2001 zijn grijze zeehonden opgenomen in de reguliere monitoring van de Nederlandse Waddenzee, die in het kader van de Wettelijke Onderzoekstaken (WOT) in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) wordt uitgevoerd. Onderzoekers van Wageningen Marine Research tellen elk jaar vanuit een vliegtuig de grijze zeehonden tijdens de geboorteperiode (december) en tijdens de verharingsperiode (maart/april). Om een goed beeld te krijgen, worden tijdens de geboorteperiode drie tellingen en tijdens de verharingsperiode twee tellingen uitgevoerd. De tellingen vinden plaats tijdens laagwater en bestrijken het hele Nederlandse Waddengebied, van Den Helder tot de Eems aan de Duitse grens. Hierbij worden alle bekende ligplaatsen vanaf een hoogte van ten minste 500 voet (ruim 150 meter) gefotografeerd.

Tijdens de geboorteperiode kan bij de telling onderscheid worden gemaakt tussen pups en volwassen dieren. De geboorteperiode duurt ruim zes weken: de eerste jongen worden in november gezien, terwijl ook half januari soms nog pasgeboren pups worden waargenomen. Doordat er drie keer in het geboorteseizoen wordt geteld, is de kans kleiner dat het hoogtepunt van de geboortes wordt gemist. Tijdens de verharingsperiode in maart/april wordt twee keer geteld. Ook hier is er kans het hoogtepunt te missen, want de verharing verloopt niet helemaal synchroon: sommige dieren zijn al verhaard, terwijl andere net beginnen (Schop et al. 2017). Tijdens de verharingsperiode worden pups niet meer onderscheiden van de oudere dieren.

Het aantal zeehonden in Nederland, inclusief die in het Deltagebied, staat ook op de site van het Natuurcompendium van het Planbureau voor de Leefomgeving ("Gewone en grijze zeehond in Waddenzee en Deltagebied"). Daarnaast worden de gegevens in een groter internationaal verband gepresenteerd, zoals in de ICES-rapportage van de Working Group on Marine Mammal Ecology (WGMME). Meer details over telmethoden en resultaten worden besproken in een rapport over de aantallen gewone en grijze zeehonden sinds 2002 (Cremer et al. 2017).

Telresultaten ten opzichte van de werkelijke aantallen

Hoeveel zeehonden op de kant komen, is afhankelijk van een aantal factoren, zoals de getijdecyclus, het tijdstip van de dag, het seizoen, het weer, verstoring, de tijdsduur waarin de zandbanken droogvallen, de voedselbeschikbaarheid en de periode waarin geboortes, zogen en paartijd plaatsvinden. Er blijkt een duidelijke seizoensinvloed te zijn op het aantal dieren dat wordt geteld. Bij grijze zeehonden worden de hoogste aantallen op de zandbanken waargenomen in de maanden maart/april. In de winter (nov-jan) worden de pups geboren. Afhankelijk van de periode worden verschillende segmenten van de populatie geteld. Tijdens de geboorte- en zoogperiode (december) zien we vooral zwangere vrouwtjes, moederdieren met hun jongen en volwassen mannetjes die een territorium verdedigen. Tijdens de verharingsperiode in maart/april worden dieren van alle leeftijden gezien. De pups die net na de zoogtijd zijn verhaard, komen dan minder op de kant.

Er is geen tijdstip in het jaar waarop de gehele populatie op de zandbanken wordt gezien. Daarom is de telling een index en geen werkelijk aantal in het gebied. De index kan wel worden gebruikt om bijvoorbeeld de groei van de populatie te volgen.

Contact

Volg Wageningen University & Research op social media

Blijf op de hoogte en lees meer op onze social kanalen.