Stijgende voedselprijzen door oorlog in Iran: dit zijn de oorzaken en gevolgen

- dr. CB (Bart) de Steenhuijsen Piters
- Senior Researcher Food Systems / Food & Nutrition Security
Voedsel kan duurder worden als gevolg van de oorlog in Iran. Bij ons in Nederland, maar ook in landen in Afrika en Azië, waar dat gevolgen kan hebben voor de voedselzekerheid. De oorzaak ligt bij de kunstmestmarkt. WUR-onderzoeker Bart de Steenhuijsen Piters legt uit wat de gevolgen zijn. ‘Ons voedselsysteem zou weerbaarder moeten worden tegen dit soort schokken.’
De productie van kunstmest vergt veel energie, waarvoor vaak aardgas of olie gebruikt wordt. Aardgas is bovendien een grondstof van kunstmest. Geschat wordt dat een vijfde van alle kunstmest in de wereld wordt geproduceerd in het Midden-Oosten, waar aardgas goedkoop voorradig is. Die kunstmest wordt normaal gesproken verhandeld via de Straat van Hormuz, een zeestraat tussen Iran en Oman. Op dit moment ligt die handel stil door de oorlog in Iran.
Naast de 20% van de kunstmesthandel die direct geraakt wordt, wordt alle productie van kunstmest wereldwijd duurder, omdat aardgas duurder wordt. Sinds de aanval van de VS en Israël op Iran is de prijs van ureum, een bestanddeel van kunstmest, omhoog geschoten, naar nu 600 dollar per ton. Dat is een stijging van zestig procent ten opzichte van de gangbare prijs.
Dat gebeurt niet voor het eerst. Toen Rusland Oekraïne binnenviel steeg de prijs van kunstmest ook, en veel sterker dan nu. Zo erg als toen is het nu nog niet.


Ontwikkeling in de prijs van kunstmest in het afgelopen jaar.
Wat zijn de gevolgen van de hoge prijs van kunstmest?
‘Boeren kunnen twee dingen doen. Ze kunnen de duurdere kunstmest kopen en de hogere prijs doorberekenen in hun producten. Dat zal in Europa veelal gebeuren. Het leidt tot hogere voedselprijzen in de supermarkt voor consumenten. Dat noemen we dan inflatie, en mensen klagen daar over, maar het leidt bij ons in Nederland veelal niet tot verminderde toegang tot voedsel.
“Derde crisis op rij schokt wereldvoedselsysteem”
Veel boeren in Afrika zullen juist minder kunstmest gebruiken. Ze kunnen die vaak niet betalen, en weten bovendien dat hun klanten hogere voedselprijzen niet kunnen dragen. Daardoor zullen ze minder voedsel produceren. Door de sterke internationale verwevenheid van de voedselhandel ontstaat een soort vlindereffect. Een consument in een buitenwijk van Nairobi krijgt minder te eten, omdat er bommen vallen op Iran.
Gebeurt dat direct?
‘Nee. Want er ligt op dit moment kunstmest in voorraadschuren in de wereld. Die kunstmest gaat de grond in, en het duurt even voordat de oogst van het land komt. Maar als de voorraadschuren leeg zijn, moeten die gevuld worden. Als dan de prijs van kunstmest twee of drie keer zo hoog is als normaal, heeft dat later in het jaar gevolgen. Veel hangt af van hoelang deze oorlog duurt. Als het volgende week voorbij is, dan zijn de voorraden groot genoeg om de schok op te vangen. Maar als het langer duurt heeft het gevolgen.
Bovendien schiet de prijs van kunstmest nu al direct omhoog, ook al ligt er nog veel in voorraad. Die voorraden worden voor een hogere prijs verkocht dan ze ingekocht zijn. Het is moeilijk te bewijzen, maar het is aannemelijk dat dat het gevolg is van speculatie. Er zijn handelaars die aan deze crisis verdienen.’
Hadden we dit kunnen zien aankomen?
‘Eigenlijk wel. Dit is de derde schok in zes jaar tijd: de coronacrisis, de oorlog in Oekraïne, en nu dit. Het gebeurt drie keer op rij en het is waarschijnlijk dat het in de toekomst vaker gaat gebeuren. Dat komt omdat het wereldvoedselsysteem niet gericht is op weerbaarheid tegen dit soort schokken, maar alleen gericht is op maximale efficiëntie en lage prijzen. Handelaren en andere grote spelers in het voedselsysteem vertrouwden op de wereldmarkt, die er voor zou zorgen dat het voedsel vanzelf terecht zou komen bij wie het nodig heeft.
Maar zo werkt het niet. De markt wordt steeds meer bepaald door een beperkt aantal multinationals, die voedsel verkopen aan de hoogste bieder, en dat zijn niet de armen. Bovendien is de wereld veranderd. De productie van voedsel staat onder druk door klimaatverandering. En er is geopolitieke spanning tussen landen, waarbij voedsel ingezet wordt als strategische grondstof. Landen als China, India en de VS beperken de export van voedsel, en kopen het elders op, om te zorgen dat ze zelf genoeg hebben.’

Hoe kunnen we het voedselsysteem weerbaarder maken?
‘Het belangrijkste doel van ons voedselsysteem is zo goedkoop mogelijk voedsel verschaffen. Maar weerbaarheid moet ook een doel worden. Dat vraagt om beleid. Bijvoorbeeld door meer voorraden van voedsel aan te leggen zodat je een klap kan opvangen. Dat kunnen huishoudens zelf doen, door hun voorraadkast te vullen. Maar landen kunnen het ook, en dat gebeurt nu nog weinig.
Het kan ook door meer diversiteit aan te brengen in toeleveranciers en afnemers. Consumenten moeten niet alleen op de supermarkt rekenen, maar ook op de versmarkt, of eigen moestuin. Landen en bedrijven zouden niet alleen moeten rekenen op de goedkoopste leverancier van kunstmest en veevoer, maar ook lokaal en regionaal inkopen. Dan is ons voedsel iets minder goedkoop, maar wordt het systeem wel weerbaarder.
“De prijs van weerbaarheid is duurder voedsel”
De grootste gevoeligheid van het voedselsysteem in Nederland is de intensieve veehouderij. Die is erg afhankelijk van invoer van goedkoop veevoer, en export van goedkoop vlees en melk. Als daar iets mis gaat, stort de sector in. Voor een weerbaarder systeem moeten we onze veestapel afbouwen.’
Wat zijn de mogelijkheden voor Afrikaanse landen?
‘Veel landen in Afrika zijn gewend om in goede tijden tegen lage prijzen voedsel te importeren van de wereldmarkt. Daar zijn ze erg afhankelijk van. Ze produceren zelf niet genoeg voedsel voor hun bevolking. Maar met die goedkope invoer benadelen ze hun eigen boeren, die niet tegen die lage prijzen kunnen concurreren. Beperken ze de invoer, dan geven ze hun eigen boeren een kans. Dan kan het land zelf een landbouwsector opbouwen en voedsel produceren, waardoor het minder kwetsbaar wordt voor schokken. Het voedsel voor consumenten wordt dan wel duurder. Dat is de prijs van weerbaarheid en lastig te verkopen aan kiezers. Dat is een duivels dilemma.’
Moeten we ook in Nederland bang zijn voor voedseltekorten?
‘Veel mensen in Nederland zijn rijk genoeg om ook voedsel te kunnen kopen als dat iets duurder wordt. Maar er zijn grote groepen in onze samenleving die nu al afhankelijk zijn van voedselbanken. Als we vaker schokken krijgen zoals deze, dan gaat dat effect hebben op de cohesie in Nederland. In de geschiedenis is voedsel vaak de trigger geweest van breed gedragen ongenoegen en revolutie.
We zijn in Nederland niet voorbereid op een crisis waarbij voedsel gedistribueerd moet worden. Er zijn voedselbanken, maar dat zijn initiatieven van particulieren, die niet grootschalig kunnen werken. Gaat de overheid voedsel subsidiëren als het boven een bepaalde prijs komt? Het is de hoogste tijd dat Nederland zorgt voor beleid om ons voedselsysteem weerbaarder te maken.’
Contact
Heeft u vragen over voedselzekerheid? Neem contact op met onze expert.
dr. CB (Bart) de Steenhuijsen Piters
Senior Researcher Food Systems / Food & Nutrition Security


