Ga naar de inhoud
LongreadPublicatiedatum: 16 juni 2026

Tussen smeltend ijs en massatoerisme

Tekst: Koen Janssen | Foto: Susanne Kühn

Het valt niet mee om contact te leggen met Fokje Schaafsma en Susanne Kühn. De Wageningse onderzoekers bevinden zich maandenlang op een ijsbreker bij Antarctica, honderden kilometers van de bewoonde wereld. De internetverbinding op het schip is niet altijd stabiel, en bovendien moeten ze 24 uur per dag klaarstaan om in actie te komen. Bijvoorbeeld om op krill te vissen, zodra er genoeg ruimte is tussen het zware ijs. Hun planning is even grillig als het weer.

Schaafsma en Kühn, beiden marien ecoloog bij Wageningen Marine Research, varen dit voorjaar met een team van zes Wageningse collega’s mee aan boord van het Duitse onderzoekschip Polarstern. Samen met internationale collega’s werken ze op deze ijsbreker aan het opzetten van een langetermijnmonitoringsprogramma in de Weddellzee, een van de zeeën rond Antarctica. De informatie die de wetenschappers verzamelen, wordt gebruikt om het instellen van een natuurgebied te onderbouwen. Ook onderzoeken ze de verspreiding van onder meer krill en zoöplankton in het noordoosten. Water stroomt daar de Weddellzee uit en zee-ijs en afgebroken stukken gletsjer uit het gebied komen daar samen. Door de moeilijke omstandigheden is hier nog weinig onderzoek gedaan.

‘Het leven aan boord is een combinatie van chaos en structuur’, vertelt Schaafsma als zij en Kühn even de tijd hebben. ‘Er zijn ongeveer vijftig wetenschappers uit de hele wereld aan boord, die verschillende werkzaamheden uitvoeren. Sommige onderzoekers hebben er baat bij dat het schip stil ligt aan een ijsschots, zodat ze van boord kunnen. Andere onderzoeken vereisen juist dat het schip op een bepaalde snelheid vaart. Er is elke dag een werkplan dat bepaalt wat we gaan doen en op welk tijdstip. Maar door de wisselende omstandigheden moet die planning continu worden aangepast. Soms staan wij op het werkplan en lukt het niet, en soms is het andersom: dan belt de Fahrtleiter ineens om te zeggen dat we aan de slag kunnen.’ Alleen het eten gebeurt op vaste tijden: drie keer per dag staat er voor de onderzoekers een warme maaltijd klaar.

De dagelijkse werkzaamheden van Schaafsma en Kühn bestaan vooral uit het tellen van zeevogels en zeezoogdieren en het vangen en analyseren van krill, zoöplankton, vis en ander onderwaterleven. De weersomstandigheden en de conditie van het ijs bepalen of ze die taken kunnen uitvoeren. Vogels tellen kan bijvoorbeeld alleen bij helder weer. Schaafsma: ‘En als het niet mogelijk is om te tellen of vissen, hebben we genoeg ander werk te doen. Netten repareren, water en ijs filteren, monsters uitzoeken, data invoeren en af en toe eens uitrusten.’

‘We werken ook vaak ’s nachts’, vult Kühn aan. ‘Vissen kun je ook in het donker. En tussen december en februari hadden we middernachtszon, toen konden we ‘s nachts vogels en zeezoogdieren tellen.’ Omdat de onderzoekers van elke gelegenheid gebruik willen maken, moeten ze het wel eens 24 uur zonder slaap stellen. ‘Je wordt heel goed in je rustmomenten pakken. Je slaapt heel diep, dus 20 minuten je ogen sluiten kan al fijn zijn. Maar het gaat af en toe wel richting zombie’, lacht Kühn.

Het Duitse onderzoeksschip Polarstern in de ijsvlakte van de Weddellzee. Foto: Fokje Schaafsma.

Onderzoek op het meest afgelegen continent van de wereld gaat niet alleen over Antarctica zelf, maar eigenlijk over de hele planeet. De Zuidpool heeft – net als de Noordpool – een grote invloed op het wereldwijde klimaat. Het aangroeien en smelten van zee-ijs zorgt voor oceaanstromingen die overal ter wereld hun weerslag hebben op het klimaat. Door klimaatverandering neemt de aangroei van zee-ijs in de wintermaanden af, waardoor er ook minder smelt in de zomermaanden. Dat versnelt de opwarming van de aarde.

Daarnaast kent Antarctica een unieke biodiversiteit. In dit onherbergzame gebied komen geen landzoogdieren, reptielen of amfibieën voor. Wel leven er uiteenlopende soorten die zich hebben kunnen aanpassen aan de extreme omstandigheden, zoals walvissen, pinguïns, stormvogels en plankton. Planten en dieren uit gematigde regio’s schuiven de laatste jaren echter steeds verder op naar de Noord- en Zuidpool, als gevolg van de opwarming van de aarde.

“We proberen erachter te komen hoe krill, zoöplankton en vissen zich verspreiden onder het ijs”

Tijdens hun expedities onderzoeken Schaafsma en Kühn het belang van zee-ijs voor het leven van dieren. ‘We proberen erachter te komen hoe kleine dieren zoals krill, zoöplankton en vislarven zich verspreiden in het water met en zonder ijsbedekking. Die vormen de voedselbron voor de meeste vogels en zeezoogdieren in het gebied. We proberen te voorspellen welke gevolgen veranderingen aan het zee-ijs kunnen hebben op de verspreiding van kleine en grote dieren en op de structuur van het voedselweb.’

Op het bovenste dek van het schip tellen Kühn en collega-onderzoeker Bram Feij de vogels en zeezoogdieren. Daar staan twee houten kisten zo groot als een telefooncel. ‘In die kisten staat een bankje, een tafeltje en een kacheltje om je voeten warm te houden’, zegt Kühn. ‘Met een verrekijker tellen we alle dieren die we zien, en letten we op hun gedrag. Dat doen we zes uur achter elkaar, daarna wisselen we. Zo kunnen we het 24 uur per dag volhouden.’ Als het weer het toelaat, tellen de onderzoekers ook vanuit een helikopter. Op die manier kunnen ze een veel groter gebied bestrijken, inclusief gebieden waar het schip door het dikke ijs niet kan komen. Met de verzamelde gegevens kunnen wetenschappers de verspreiding van verschillende soorten bepalen en koppelen aan bijvoorbeeld milieuomstandigheden en de beschikbaarheid van voedsel.

Zes uur lang vogels en zeezoogdieren tellen vanuit de houten kist op het dek, met daarin een bankje, een tafeltje en een kacheltje om de voeten warm te houden. Foto: Pinar Dogantekin.

Om krill, vis en zoöplankton te tellen, maken de Wageningse onderzoekers voornamelijk gebruik van speciale visnetten: de Surface and Under Ice Trawl (SUIT) en de Rectangular Midwater Trawl (RMT). ‘Met de SUIT bemonsteren we in open water en in de bovenste twee meter onder het ijs’, legt Schaafsma uit. ‘Het is een stalen frame waar twee netten aan hangen. Die trekken we onder het ijs door. Zo vangen we de soorten die vlak onder het ijs leven.’ De RMT wordt gebruikt voor diepere waterlagen, tot wel duizend meter diep. Beide vistuigen hebben netten met kleinere en grotere mazen, zodat diertjes van verschillende groottes gevangen kunnen worden. De kleinste zijn slechts 0,3 millimeter groot.

Speciale visnetten worden met een kraan in het water gelaten. Foto: Fokje Schaafsma.

Aan het frame van de SUIT hangt apparatuur die onder meer de temperatuur, het zoutgehalte en de stroming meet. Andere sensoren meten de dikte van het ijs en de hoeveelheid licht die erdoorheen komt. Met die sensoren kunnen de onderzoekers inschatten hoeveel algen er aanwezig zijn in het ijs. Die vormen een mogelijke voedselbron voor het leven eronder. Door op verschillende dieptes te vissen, komen de onderzoekers te weten welke dieren dicht bij het ijs blijven en welke liever in dieper water zitten.

De vangst wordt geanalyseerd in een van de laboratoria aan boord. Dit wordt al jaren op dezelfde manier gedaan, zodat onderzoekers geleidelijk aan een beeld krijgen van het leven onder het ijs. Verder meten de wetenschappers dit jaar voor het eerst het PFAS-gehalte van de dieren die ze vangen. ‘En bij vogels die per ongeluk aan dek geland zijn, testen we nu ook op vogelgriep’, zegt Kühn. ‘Die speelde hier eerst niet, maar komt de laatste jaren keihard binnen.’

In een van de laboratoria aan boord van het schip wordt de vangst geanalyseerd. Foto's: Fokje Schaafsma.

Een microscopisch blik op kril.

In 2023 werd er voor het eerst vogelgriep vastgesteld in Antarctica. Sindsdien heeft het virus veel sterfte veroorzaakt onder zeevogels, inclusief pinguïns, en zeehonden. Binnen het Nederlandse NWO-project PolarFlu proberen wetenschappers van WUR en andere kennisinstellingen beter te begrijpen hoe de griep zich in het zuidpoolgebied verspreidt.

Het geeft nog maar eens aan hoe kwetsbaar het leven op de afgelegen Zuidpool is voor invloeden van buitenaf. Schaafsma en Kühn hopen met hun onderzoek te kunnen bijdragen aan een wetenschappelijke onderbouwing voor de bescherming van soorten, habitats en ecosystemen. Zo zou de Weddellzee kunnen worden uitgeroepen tot een beschermd zeereservaat. Daarnaast is kennis van de populaties nodig voor het visserijmanagement. ‘Het is bijvoorbeeld belangrijk om ervoor te zorgen dat jonge dieren, die zich nog niet hebben voortgeplant, niet worden weggevist’, zegt Schaafsma.

Terwijl Schaafsma en Kühn rond de zuidpool varen om vogels en vissen te bestuderen, houdt Machiel Lamers zich in Wageningen bezig met een heel andere diersoort: toeristen. Als hoogleraar Tourism and Environmental Change onderzoekt hij de ontwikkeling, impact en regulering van het toerisme rond Antarctica. Vier keer bezocht hij het gebied, dat hij omschrijft als een ‘magische plek’.

“Vliegtuigen vol toeristen vliegen af en aan”

Steeds meer mensen willen die magie met eigen ogen zien. Het aantal toeristen op Antarctica is de afgelopen decennia exponentieel gestegen. In 1990 reisden er zo’n 7.500 toeristen naar het gebied; in het seizoen 2023-2024 waren het er bijna 125.000. ‘Vliegtuigen vol toeristen vliegen af en aan’, zegt Lamers. ‘En de baai van King George-eiland, een Antarctisch eiland met een landingsbaan, ligt soms vol met cruiseschepen en jachten. Er zijn gewoon steeds meer mensen op de wereld die 15.000 euro over hebben voor dit soort reizen.’

Een groeiende groep toeristen op Antarctica wil daar bovendien steeds meer beleven. ‘Voorheen zag je dat mensen tevreden waren om er te zijn, om de natuur te bewonderen. Nu willen ze ook dingen meemaken: kajakken, duiken, kamperen, klimmen, een wereldrecord verbreken, noem maar op. Er worden marathons en helikoptervluchten georganiseerd. En de touroperators springen daar graag op in. Ze organiseren allerlei themacruises: een reis voor kunstliefhebbers, fotografen, LGBTQ-reizen. Er zijn zelfs cruises voor swingers.’

Tijdens een expeditie belandde Lamers eens op een luxe cruise. ‘We lieten ons oppikken door een cruiseschip, zoals wetenschappers daar wel vaker doen. Dat is logistiek handig, want dan hoeft er geen apart schip te varen om ons te vervoeren. En het kan ons nieuwe inzichten opleveren. Wat we daar aantroffen: dansers, muzikanten, champagne, luxe buffetten. Ik wist niet wat ik meemaakte!’

Het aantal toeristen op Antarctica is de afgelopen decennia exponentieel gestegen. Foto: iStock.

Lamers maakt zich zorgen over deze ontwikkelingen. De toestroom van al die toeristen brengt grote ecologische gevolgen met zich mee. ‘De broeikasuitstoot van cruiseschepen is gigantisch. We hebben uitgerekend dat een toerist op een cruise van twaalf dagen naar Antarctica net zoveel uitstoot als een gemiddelde Europeaan in een heel jaar.’ Bij het verbranden van brandstof komt ook zwarte koolstof vrij, kleine deeltjes rook en roet. Die deeltjes landen op het ijs en absorberen meer zonlicht dan de witte omgeving, waardoor de sneeuw sneller smelt. Ook kunnen de toeristen het broedseizoen van vogelkolonies verstoren.

Milieumaatregelen

WUR en andere kennisinstellingen proberen de groeiende impact van het toerisme in kaart te brengen. Zo geeft Lamers leiding aan het internationale project ANTARC-SHIP, dat wordt gefinancierd door NWO. Binnen dit project bestuderen onderzoekers op welke manieren verschillende belanghebbenden, zoals staten, wetenschappers en touroperators, invulling geven aan milieumaatregelen. ‘Hoe bijvoorbeeld bereiden touroperators toeristen voor op hun bezoek aan Antarctica, op het gebied van regels en milieubewustzijn? In de laatste twee expedities hebben we uitgezocht hoe wetenschappers en personeel van onderzoeksstations dichtbij drukbezochte toeristische hubs, zoals King George-eiland, aankijken tegen de groei van het toerisme. Zijn ze er bezorgd over, of hebben ze er misschien juist baat bij?’

De conclusies van dat onderzoek waren best opvallend, zegt Lamers: ‘Veel wetenschappers en personeel reageren eigenlijk vrij gelaten op het toerisme. Dat komt door de sociale situatie: ze verblijven er tijdelijk, misschien maar een paar weken of maanden. Ze hebben een bepaald doel voor ogen en zijn al blij om er te zijn. Daardoor voelt niet iedereen zich geroepen om de groei van toerisme aan de orde te stellen.’

Machiel Lamers, hoogleraar Tourism and Environmental Change, onderzoekt de ontwikkeling, impact en regulering van het toerisme rond Antarctica.

De volgende stap die Lamers wil zetten: wetenschappelijke inzichten vertalen naar beleid. Dat is het doel van project TRANS-ACT, dat begin 2026 van start ging. ‘Hiermee willen we beleidsmakers een wetenschappelijke basis geven om beslissingen te kunnen nemen over het reguleren van toerisme. We doen dit door recente onderzoeksresultaten te verzamelen en samen te voegen. Deze beleidssamenvattingen worden namens Nederland aangeboden in de jaarlijkse internationale Antarctica-vergadering.’

Antarctica wordt bestuurd door een groep van 29 landen, waaronder Nederland, die zich hebben gebonden aan het Antarctisch Verdrag en het bijbehorende Milieuprotocol. Dit verdrag uit 1959 bepaalt dat de Zuidpool mag worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek, maar niet voor bijvoorbeeld militaire activiteiten of mijnbouw. Toerisme komt in het verdrag niet expliciet aan bod. ‘De besluitvorming verloopt traag, omdat die 29 landen over sommige onderwerpen heel verschillend denken. Europese landen vinden natuurbescherming heel belangrijk, terwijl de Verenigde Staten niet te veel regels willen opleggen. Chili en Argentinië zitten er een beetje tussenin, maar die hebben dan weer economische belangen bij het toerisme, bijvoorbeeld via het vervoer van en naar Antarctica.’

Zelfregulering

Door de stroperigheid van de besluitvorming is het op dit moment vooral aan de toeristische sector zelf om de grenzen van het toerisme te bepalen. ‘Zelfregulering is heel belangrijk, en de touroperators doen ook echt wel dingen om hun impact te verminderen. Maar de groei van het aantal toeristen en van de diversiteit aan activiteiten kunnen ze niet beteugelen. Daar is toch echt regelgeving voor nodig.’

De landen die de Zuidpool besturen, werken momenteel aan een reguleringskader waarin beperkingen kunnen worden gesteld aan het aantal toeristen, schepen of operators. ‘Dat zijn heel lastige onderhandelingen. Er lijkt wel animo te zijn voor het principe dat de gebruiker betaalt, waarbij elke toerist bijvoorbeeld een toegangskaartje moet kopen. Wat dat betreft kunnen we leren van andere beschermde gebieden, zoals Spitsbergen, de Galapagoseilanden en het Great Barrier Reef. Maar die gebieden worden bestuurd door een soevereine staat, en dat is hier niet zo. Dat maakt het allemaal extra ingewikkeld. Toeristische activiteiten moeten wat mij betreft in dienst staan van een groter doel. Dan denk ik aan activiteiten die iets bijdragen aan educatie, in plaats van sport en vermaak. Zodat het gebied er op termijn zelf nog iets aan heeft. Want als we ongebreidelde groei en gekkigheid blijven toestaan, gaat het unieke karakter van Antarctica verloren.’ 

Experts

Volg Wageningen University & Research op social media

Blijf op de hoogte en lees meer op onze social kanalen.