Waarom regeneratieve landbouw niet zonder data kan

- V (Vera) Hendriks, MSc
- Senior nieuws- & contentcreator SSG
In de verduurzaming van de landbouw wint de regeneratieve stroming terrein. Daarin staan het herstel van bodem en natuur én een gezond verdienmodel voor boeren centraal. ReGeNL heeft als doel om de komende jaren duizend boeren te begeleiden bij de overstap naar regeneratieve landbouw. Maar hoe meet je hun vooruitgang, hoe structureer je die data en hoe ontsluit je die op een verantwoorde manier? "Het is geen eenvoudige klus", benadrukt Anne Bruinsma, lead van het datamanagementteam.
De opgave om landbouw en milieu in Nederland weer met elkaar in balans te brengen is groot. Regeneratieve landbouw is een vorm van duurzame landbouw die, onder meer door minder gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, streeft naar een landbouwsysteem dat ecologisch en economisch houdbaar is. Een gezonde bodem vormt daarbij het uitgangspunt: een bodem vol leven, met een goede structuur en voldoende voedingsstoffen.
In het ReGeNL-programma werken onderzoekers, boerencoöperaties, banken, ketenpartijen en overheden samen aan deze transitie, met financiering vanuit het Nationaal Groeifonds. Niet via algemene regels en kaders, maar met maatwerk voor ieder bedrijf en ieder gebied.

Anne Bruinsma
Leren van de praktijk
Binnen ReGeNL onderzoeken wetenschappers wat regeneratieve landbouw in de praktijk betekent. Ze volgen welke keuzes boeren maken, welke resultaten die opleveren en welke indicatoren daarbij relevant zijn. Die inzichten helpen beter te begrijpen wat werkt en onder welke omstandigheden. Bruinsma: "Die kennis willen we beschikbaar maken voor boeren die de overstap maken. Welke maatregelen passen bij hun situatie en systeem?”
Om dat mogelijk te maken, wordt op grote schaal data verzameld en georganiseerd. Dat varieert van bodemmetingen en bedrijfsgegevens tot informatie over teelten en financiële resultaten. Het datamanagementteam helpt onderzoekers te zorgen dat die gegevens op een gestructureerde manier worden verzameld, veilig kunnen worden gedeeld en goed te analyseren zijn. Daarbij wordt zorgvuldig omgegaan met privacy en eigenaarschap. “Veel van deze informatie is gevoelig en herleidbaar tot individuele bedrijven. Juist daarom is het belangrijk dat we duidelijke afspraken maken over wie wat kan zien en hoe data wordt gebruikt.”
Transitie binnen een transitie
De omvang van ReGeNL en de diversiteit aan betrokken partijen maken het opzetten van een goed functionerend datamanagementsysteem tot een flinke uitdaging, vertelt Bruinsma. "De data-opgave is eigenlijk een transitie binnen de transitie. Om op grote schaal data gestructureerd te verzamelen, systemen in te richten, tools goed te configureren en te borgen dat gegevens zorgvuldig en verantwoord kunnen worden ontsloten, moet er veel tegelijk gebeuren. Die complexiteit wordt vaak onderschat."
Ze vervolgt: "Het is bovendien een ingrijpende opgave, omdat die direct raakt aan de manier waarop onderzoekers en partners werken. Tegelijkertijd wil je zo goed mogelijk aansluiten bij de dagelijkse praktijk van onderzoekers en boeren. Juist die combinatie maakt het complex."
Prestaties zichtbaar maken
Het verzamelen en bijhouden van alle gegevens vraagt ook veel van boeren. Daar staat volgens Bruinsma wel iets tegenover. “Binnen regeneratieve landbouw bestaat nog geen eenduidige standaard of certificering, zoals die er wel is in de biologische sector. Daardoor is het lastig om zichtbaar te maken wat boeren precies doen en wat dat oplevert, bijvoorbeeld richting afnemers of financiers. Betrouwbare data helpen om die prestaties inzichtelijk te maken en te onderbouwen."
Die onderbouwing is essentieel voor de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen. Door inzicht te geven in bodemverbetering, biodiversiteit en andere effecten kunnen ketenpartijen en financiers beter aansluiten. Zo ontstaat ruimte om de inspanningen van boeren ook daadwerkelijk te belonen.
Kansen zien in data
Bruinsma ontdekte al vroeg in haar loopbaan de kracht van goed datamanagement. "Bij het ministerie van LVVN werkte ik rond 2010 aan de ontwikkeling van de GLB-check, samen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Met die applicatie konden boeren de mogelijke gevolgen van aankomend Europees landbouwbeleid voor hun eigen bedrijf doorrekenen. Dat was destijds best gedurfd: de overheid ging al in een vroeg stadium het gesprek aan over beleid dat nog in ontwikkeling was.” De echte eyeopener was volgens Bruinsma de gebruikersinformatie die de applicatie opleverde. “Door een slimme en intuïtieve gebruikersinterface gingen boeren de applicatie actief gebruiken. Daardoor ontstond opeens een schat aan nieuwe informatie.”
“We zagen bijvoorbeeld welke maatregelen boomtelers overwogen om aan nieuwe eisen te voldoen, welke vragen in verschillende sectoren leefden en in welke regio's de grootste knelpunten lagen. Daardoor werd het systeem veel meer dan een communicatiemiddel. Het werd een manier om beter te begrijpen hoe beleid landt in de praktijk. Vanaf dat moment was ik verkocht. Ik ontdekte dat datamanagement niet alleen helpt om beleid naar de praktijk te vertalen, maar ook om inzichten uit de praktijk terug te brengen in het beleid. Die wisselwerking is essentieel als je oplossingen wilt ontwikkelen die aansluiten bij de werkelijkheid van boeren.”
Kort daarna begon Bruinsma met FarmHack, een initiatief waarin digitale innovatie in de landbouw centraal stond. "Daar bracht ik boeren, beleidsmakers en technologische experts bij elkaar. Binnen dat initiatief onderzochten we samen welke vragen er leefden en hoe gegevens konden bijdragen aan oplossingen. Die verbindende rol is eigenlijk altijd gebleven."
Bodemontwikkeling in beeld
Een concreet voorbeeld ziet Bruinsma in het zichtbaar maken van bodemontwikkeling. "Binnen de regeneratieve landbouw verzamelen we steeds meer gegevens over bodemkwaliteit, maar die informatie zit vaak verspreid over verschillende systemen en rapportages. Met goed datamanagement kun je die puzzelstukken bij elkaar brengen. Dan wordt niet alleen zichtbaar hoe een bodem er vandaag voor staat, maar vooral hoe die zich over meerdere jaren ontwikkelt. Dat geeft boeren, adviseurs en onderzoekers een gezamenlijke basis voor het gesprek. Uiteindelijk kunnen zulke inzichten helpen om beter te begrijpen welke maatregelen in de praktijk daadwerkelijk bijdragen aan een regeneratief landbouwsysteem."
Data als vast onderdeel
Volgens Bruinsma heeft Wageningen University & Research (WUR) een belangrijke rol te spelen in de verduurzaming van de landbouw. “Datamanagement is daarin geen bijzaak. We zien dat de wereld snel beweegt richting systemen die vragen om betrouwbare gegevens over duurzaamheid, van ketenpartijen en financiers tot overheden en certificerende organisaties. Juist daar ligt een belangrijke maatschappelijke rol voor WUR als onafhankelijk kennisinstituut: gegevens verbinden, valideren en op een verantwoorde manier herbruikbaar maken. Zo kunnen publieke en private partijen beter samenwerken aan complexe transities.”
Dat vraagt wel om een andere manier van werken, benadrukt ze. “Datamanagement moet vanaf het begin een integraal onderdeel zijn van hoe we programma’s ontwerpen en uitvoeren. Data, digitale infrastructuur en onderzoek zijn geen losse bouwstenen, maar versterken elkaar. WUR kan bijdragen aan betrouwbare afspraken, systemen die informatie met elkaar kunnen uitwisselen en gegevens die opnieuw kunnen worden gebruikt. Zo kunnen kennis uit onderzoek, beleidsvragen en ervaringen uit de praktijk beter met elkaar worden verbonden. Alleen dan kunnen innovaties daadwerkelijk bijdragen aan de transitie naar een toekomstbestendige landbouw.”
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.


