Wat levert het beregenen op droge zandgrond op – deel 1

- GJ (Gerjan) Hilhorst
- DLO HBO Onderzoeker
Water is een zeer bepalende productiefactor voor gewasproductie op droge zandgronden. Klimaatverandering zorgt voor hogere temperaturen, langere droge perioden en een hoger neerslagtekort in het groeiseizoen. Het beregenen van de gewassen kan de problemen verminderen, maar beregenen is duur en de vraag is of het altijd kosteneffectief is.
Op Agro-innovatiecentrum De Marke, dat gelegen is op een droge zandgrond, is onderzocht hoe de beregeningsbehoefte van gras en snijmais zich ontwikkelt richting 2050, en wat dit betekent voor opbrengst en bedrijfsresultaat. Daarbij zijn modelberekeningen gecombineerd met ruim twintig jaar praktijkdata.
Praktijk
Op De Marke wordt van elk perceel precies bijgehouden wanneer en hoeveel er is beregend. Alle percelen worden beregend, maar de intensiteit van beregening verschilt tussen percelen. Van de periode 2000 – 2021 zijn deze data statistisch geanalyseerd. De inzet van beregening voor zowel gras als snijmais is lineair evenredig met de mate van het neerslagtekort, oftewel in een droog jaar is (volgens verwachting) meer beregend dan in een minder droog jaar.
Op De Marke ligt het blijvend grasland vooral op huiskavelpercelen, die worden gebruikt voor de beweiding. De maaipercelen liggen vooral op de veldkavel. De huiskavelpercelen worden intensief beregend om bij droogte de melkkoeien voldoende te kunnen laten weiden en te voorkomen dat de graszode schade oploopt door weiden en om te voorkomen dat de zode afsterft.
Uit de analyse over de periode van 22 jaar blijkt dat op de extensief beregende maaipercelen (13 mm per 100 mm neerslagtekort) meer beregenen een hogere grasopbrengst gaf dan minder beregenen (zoals verwacht). Het effect was 23,5 kg droge stof per mm. Op de intensief beregende weidepercelen (39 mm 100 mm neerslagtekort) was dit opbrengstverhogende effect er niet. Tegen de achtergrond van beregenen was er dus geen verschil tussen meer of minder beregenen. Dit is opmerkelijk, omdat in het algemeen de verwachting is dat het grasaanbod toeneemt bij het verhogen van de beregeningsintensiteit. Mogelijk dat onder droge en warme omstandigheden, waarbij meestal wordt beregend, het gras bij beweiding door betreding extra stress heeft, vergeleken met gras dat ongestoord groeit voor maaien.
Kenmerkend voor de grond op De Marke is dat de overgang van een voldoende naar een onvoldoende vochtsituatie zeer direct is, waardoor optimaal beregenen praktisch onmogelijk is door onvoldoende beregeningscapaciteit. Bij suboptimaal beregenen is snel sprake van droogte en dat stagneert de grasgroei aanzienlijk. Een kleinere of grotere achterstand in beregening zou er dan mogelijk minder toe doen. Hoge zomerse temperaturen versterken dit effect, aangezien droge zandgronden door een relatief lage bodemvochtinhoud snel opwarmen. Bekeken wordt of met gericht veldonderzoek de effecten van beregenen op beweid grasland verklaard kunnen worden.

Modellen
Om te zien in hoeverre de beregeningsbehoefte van gras en snijmais in de toekomst verandert, is voor De Marke een scenarioanalyse met Waterpas uitgevoerd. Dit rekeninstrument maakt het mogelijk om effecten van hydrologie op de grasgroei, het graslandgebruik en de technische en economische kengetallen van een melkveebedrijf te berekenen.
Zonder beregening en zonder maatregelen om water vast te houden, zal bij het toekomstige klimaat in 2050 de grasopbrengst 9% dalen en de snijmaisopbrengst 18% lager zijn dan de huidige productie. Om opbrengstverlies door droogte te compenseren zal de beregeningsbehoefte voor gras 1,3 keer en voor snijmais 1,6 keer zo groot worden als in het huidige klimaat. Beregenen van gras in het voorjaar geeft 24 kg droge stof per mm en gedurende het gehele seizoen 18 kg droge stof per mm. Het beregenen van snijmais geeft gemiddeld 38 kg droge stof per mm en daarmee is beregenen van snijmais duidelijk effectiever dan van gras.
Bij schaarste aan water is het economisch verstandiger om snijmais voorrang te geven en grasland dat geweid wordt behoudend te beregenen, in plaats van hier het vochttekort zo volledig mogelijk aan te vullen.
Voor verschillende situaties is berekend wat het effect is op de opbrengst van de gewassen. Die situaties zijn ook maatregelen die toegepast kunnen worden om de gevolgen van de klimaatverandering te verkleinen. Denk aan het vasthouden van water in de winter, het vergroten van de worteldiepte door toepassing van kruiden in het gras en het beregenen van gras alleen in het voorjaar. De effecten van die maatregelen op de gewasopbrengst en economie komen in een volgend nieuwsbericht. De kosten/batenverhouding van beregenen gaat er in de toekomst anders uitzien dan dat die er nu uitziet.
Alle resultaten staan in een rapport dat binnenkort uitkomt.
Dit onderzoek op De Marke is gedaan in het kader van het PPS-project (Publiek-Private Samenwerking) Koeien & Kansen.
Contact
Neem bij vragen over Agro-innovatiecentrum De Marke contact met ons op.
Volg Wageningen University & Research op social media
Blijf op de hoogte en lees meer op onze social kanalen.
