WUR helpt boeren en tuinders bewuste bedrijfskeuzes te maken

Nieuws

WUR helpt boeren en tuinders bewuste bedrijfskeuzes te maken

Gepubliceerd op
22 maart 2019

Alfons Beldman en Jan Willem van der Schans zijn onderzoekers bij Wageningen Economic Research. Zij zijn nauw betrokken bij trajecten om onder andere melkveehouders te helpen bewuste keuzes te maken als ze bijvoorbeeld op het punt staan een bedrijf over te nemen of een andere weg in willen slaan.

Beldman reageert op het succesverhaal van Nederland als tweede landbouwexporteur ter wereld, waar ook een keerzijde aan zit: 'Ik denk dat het voor Nederland niet gunstig is om op maximale export in te zetten maar juist op export met toegevoegde waarde. De vraag is wat je als individuele melkveehouder daaraan kunt doen en dat is lastig. Eén optie is dat je je als ondernemer onttrekt aan de reguliere keten. Je kiest en regelt dan je eigen afzet en je stapt over naar een kleinere keten of regelt zelfs je eigen verwerking. Er zijn voorbeelden van individuele bedrijven die dat doen. Denk aan Remeker kaas. Dat is een onderneming die al heel lang zelf de melk verzuivelt, daar kaas van maakt en een topsegment in de markt heeft gevonden. Dit is een biologische zuivelondernemer die helemaal zelf die strategie ontwikkeld en bedacht heeft, lang voordat zulke discussies gevoerd werden en die zich niet heeft laten leiden door wat de grote groep doet.'

Methodieken en trainingen

Wat WUR op dit gebied kan doen is de verschillen tussen bedrijven analyseren en benutten Individuele ondernemers gaan soms op zoek naar andere businessmodellen en daar daar helpt WUR bij in de vorm van methodieken om te komen tot een passend businessmodel en trainingen om dit model te implementeren. Een ondernemer moet dan goed naar zichzelf en zijn of haar bedrijf kijken en de vraag stellen wat hij zelf goed kan en wat hij wil. Volgens Beldman is die ambitie is heel belangrijk:

Als je goed bent in het produceren van gras, het melken van koeien en het produceren van melk, dan moet je je vooral op die primaire productie richten. Dan moet je een partner in de keten kiezen waar jij vertrouwen in hebt omdat die een goede meerwaarde voor jouw melk kan creëren. Daarbij moet je naar de lange termijn kijken.

Analyses

Wageningen Economic Research heeft verschillende aanpakken (verder) ontwikkeld om ondernemers te ondersteunen in dit soort strategische keuzen. Interactief Strategisch Management en Business Model Innovation zijn twee voorbeelden hiervan. Beide elementen zijn onder andere onderdeel van het Rabo Opvolgers Perspectief Dat is een traject waarin jonge agrariërs die op het punt staan om het bedrijf over te nemen een training doen. Ze kijken of een bedrijfsovername haalbaar is en welke strategie daar het beste bij past. Dat zijn de momenten waarop langetermijnkeuzes voor een bedrijf gemaakt worden.

'Wij bieden concepten aan en trainen de trainers. Het Rabo Opvolgers Perspectief loopt sinds 2006 en wij leveren daar het strategisch management tool voor. We trainen de trainers en zijn betrokken bij de evaluatie. Het gaat bij ons om de combinatie van "hard en zacht". We hebben data en analyses maar we kijken ook naar de ondernemer zelf, naar z'n competenties, vaardigheden en ambities. Dus het gaat niet alleen om de kwantitatieve kant.'

De concepten die Wageningen Economic Research ontwikkelt passen anderen toe. Meestal komen ondernemers bij adviseurs uit, bij accountants of bij de bank. Wageningen Economic Research biedt hen tools om boeren goed te kunnen adviseren:

Wij helpen bij de analyse, de bewustwording en we bieden tools aan voor ondernemerschap. Individuele ondernemers komen beperkt naar ons toe. De meeste contacten ontstaan via projecten die door anderen worden gegenereerd.

Bewuste keuzes

Het is volgens Beldman heel belangrijk dat boeren bewuste keuzes maken, bijvoorbeeld welke strategie ze kiezen en in welke keten. Het Rabo Opvolgers Perspectief is een middel evenals methoden als Interactief Strategisch Management en Business Innovation: 'Het gaat ons er niet om dat iedereen uit die grote ketens zou moeten. Het gaat om bewustwording. De economie zit nu eenmaal in elkaar zoals die in elkaar zit en voor een ondernemer is dat vaak al complex. Dus als je het nu goed doet in de huidige keten, als je beter presteert dan je collega's, is er nu geen directe aanleiding om uit de keten te stappen en kun je het nog een hele tijd volhouden. Zorg wel dat je een aantal opties achter de hand hebt zodat je je niet blindstaart op één oplossing en je ook tegenslagen kunt incasseren en jouw bedrijf robuust (resilient) is. Een alternatief is dat je je eigen weg zoekt, bijvoorbeeld in een korte keten, of je eigen afzet regelt. Een dergelijke keuze vraagt veel van de capaciteiten van die ondernemers. Je moet dan niet alleen meer verstand hebben van gras produceren en koeien melken maar ook van het maken van kaas en daar de afzet voor regelen. Sommige ondernemers doen het heel goed en die zijn er heel succesvol in. Maar het is toch een relatief kleine categorie die dat allemaal waar kan maken.' Ook in het domein van de korte keten zijn er weer gespecialiseerde partners met wie je kunt samen werken en die je werk uit handen kunnen nemen (denk aan dienstverleners die zich speciaal richten op fijnmazige decentrale logistiek).

Masterclasses en nieuwe verdienmodellen

De gemeente Rotterdam vroeg Wageningen Economic Research een paar jaar geleden om mee te denken over het bevorderen van business innovatie op de land- en tuinbouwbedrijven rond Rotterdam. Het ging meer specifiek om het opbouwen van korte ketens. Jan Willem van der Schans, ook onderzoeker bij Wageningen Economic Research, ontwikkelde de Masterclass korte ketens, waarin ondernemers van elkaar en van experts leren. Inmiddels tonen andere steden en regio's belangstelling (EdeBarneveld en Rivierenland). Beldman: 'Met onze methoden stimuleren we overheden en bedrijfsleven om anders naar hun omgeving te kijken.'

Van der Schans licht dit verder toe: 'Het gaat om nieuwe verdienmodellen ontwikkelen samen met de boeren. We denken heel consequent vanuit de markt terug naar het bedrijf: Welk klantensegment kies je, welke "jobs-to-be-done" wil je oplossen voor jouw klanten? Inhoudelijk zit de vernieuwing naast productdifferentiatie (zoals het eerdergenoemde voorbeeld van Remeker Kaas) of diversificatie (multifunctionele landbouw zoals zorgboerderij het Paradijs) bijvoorbeeld in het steeds meer aansluiten bij de deeleconomie. Een voorbeeld van dat laatste is het zogenoemde "inscharen" van vleesvee op stukjes weide die burgers zelf verder niet benutten. Die burgers worden dan als dank uitbetaald in een vleespakket.'

Wageningen Economic Research helpt boeren hun ideeën te pitchen, ten overstaan van financiers. Het gaat hierbij steeds vaker niet om banken maar durfkapitaal ofwel risicokapitaal. Dit betekent dat eerste klanten ook het risico dragen van de productintroductie. Van der Schans: 'We hebben de laatste jaren enorm in Business Model Innovation geïnvesteerd en doen daar ook interessante projecten mee. Samen met versinkopers retail proberen we boeren te inspireren om te innoveren, waar zij dan weer voordeel mee hebben ten opzichte van concurrerende retailers met een minder innovatief aanbod. Je zou dit "farm acceleration" kunnen noemen omdat we met bestaande boeren werken, niet met volledig nieuwe startups. Versinkopers van horeca of retailformules zijn gezien de reacties die we krijgen op de masterclasses heel enthousiast over product- en conceptontwikkelingen bij boeren.'

Drijfveer is essentieel

Een van de eerste vragen die Beldman aan ondernemers stelt, is: 'Waarom ben je boer?' Die vraag verwachten ze vaak niet, omdat ze gerichte vragen over hun bedrijf en de toekomst verwachten. Maar juist die drijfveer is volgens Beldman heel belangrijk voor de keuze van de juiste strategie. Daar begint het. Sommige ondernemers weten precies waarom ze boer zijn. Ze willen bijvoorbeeld echt voedsel produceren en hebben oog voor wat de consument wil. Anderen zitten veel dichter op het primaire bedrijf en vinden het mooi om gras om te zetten in melk. Wat er verder mee gebeurt is wel belangrijk, maar daar gaat hun interesse niet naar uit. Dus iemands ambitie is een belangrijk vertrekpunt voor de keuze van een strategie: Wij hebben veel cijfers en kunnen goed helpen beoordelen of ze het goed doen of minder goed doen en daarbij aangeven waar verbeteringen mogelijk zijn. In die combinatie zit onze kracht.'

Beldman geeft een voorbeeld van hoe zo'n training iemand kan beïnvloeden: 'Een paar jaar geleden was er een melkveehouder die ook zo'n training had gevolgd en daarin worstelde met zijn werk-privébalans en het wel of niet in dienst nemen van een extra werknemer. Tijdens een interactie met de groep zei iemand dat hij niet per se een volledige medewerker in dienst hoefde te nemen. Als hij één keer in de week een melker inhuurde en zelf op woensdagmiddag, als de kinderen zwemles hadden, vrij zou nemen was er ook een oplossing.'

Beldman kwam die ondernemer in een heel andere context op straat tegen. De ondernemer sprak hem meteen aan en begon over die strategietraining en dat hij de woensdagmiddag nog steeds vrij had. Het ging hem niet om hoeveel geld die training hem opgeleverd had of hoeveel succes zijn onderneming had, maar dat hij die kleine verandering had weten te organiseren:

Het is een klein maar mooi voorbeeld van de impact van zo'n training.