Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 10 juli 2026

Bijna kwart van de bijenvolken heeft afgelopen winter niet overleefd

dr. SD (Séverine) Kotrschal
Onderzoeker bijengezondheid

In de winter van 2025-2026 is 24% van de Nederlandse honingbijenvolken gestorven. Daarmee zet de stijgende trend van de afgelopen jaren door. Het is inmiddels het vierde opeenvolgende jaar waarin de wintersterfte boven de 20% uitkomt. De cijfers zijn gebaseerd op de jaarlijkse enquête onder Nederlandse imkers. Uit de resultaten blijkt dat de verschillen tussen regio’s groot zijn. Groningen kende afgelopen winter met 41,5% de hoogste sterfte, terwijl Overijssel met 16,9% juist het laagste sterftecijfer noteerde. 

De jaarlijkse enquête wordt uitgevoerd door onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR), in samenwerking met de Nederlandse Bijenhoudersvereniging (NBV), Imkers Nederland, biologisch-dynamische imkers (BD-imkers) en beroepsimkers (BVNI), in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).

Overzicht van de gemeten wintersterfte over de periode 2005 tot en met 2025. De blauwe lijn geeft het vijfjarig gemiddelde weer op basis van voorgaande jaren.

Overzicht van de gemeten wintersterfte over de periode 2005 tot en met 2025. De blauwe lijn geeft het vijfjarig gemiddelde weer op basis van voorgaande jaren.

Verschillen per regio

Net als in eerdere jaren zijn de regionale verschillen in wintersterfte duidelijk zichtbaar. Vooral in de noordelijke provincies liggen de sterftecijfers relatief hoog. Daartegenover staat Overijssel, waar de meeste bijenvolken de winter succesvol hebben doorstaan. Ook in Zeeland, Utrecht en Noord-Holland lag de wintersterfte iets boven het landelijke gemiddelde. Hoewel het nationale sterftepercentage al meerdere jaren boven de 20% ligt, verschilt de ontwikkeling sterk per regio. De exacte oorzaak van deze verschillen is niet bekend, maar variatie in imkerpraktijken en lokale omstandigheden kan hierbij een rol spelen.

Wintersterfte op provinciaal niveau. Overijssel had gemiddeld genomen het kleinste wintersterftepercentage (16,9%) en Groningen het grootste (41,5%).

Wintersterfte op provinciaal niveau. Overijssel had gemiddeld genomen het kleinste wintersterftepercentage (16,9%) en Groningen het grootste (41,5%).

Meerdere factoren beïnvloeden wintersterfte

Wintersterfte kent verschillende oorzaken die per jaar en per locatie kunnen verschillen. Het verlies van een koningin tijdens de winterperiode is bijvoorbeeld vrijwel altijd fataal voor een bijenvolk. Daarnaast kunnen een tekort aan voedsel, ziekten en een verzwakte conditie voorafgaand aan de winter bijdragen aan hogere sterftecijfers. Ook de parasitaire mijt Varroa destructor en de virussen die deze verspreidt, vormen nog steeds een belangrijke bedreiging voor de gezondheid van honingbijen. Een effectieve bestrijding van deze mijt blijft daarom essentieel om bijenvolken sterk genoeg de winter in te laten gaan. Uit de enquête blijkt dat 86,9% van de Nederlandse imkers afgelopen winter maatregelen tegen de varroamijt heeft genomen. Dat percentage ligt in lijn met voorgaande jaren: 84,6% in 2025 en 86,8% in 2024.

Invloed van de Aziatische hoornaar nog onzeker

De mogelijke invloed van de Aziatische hoornaar op de wintersterfte van honingbijen is nog niet duidelijk. Deze invasieve wespensoort jaagt op verschillende insecten, waaronder honingbijen, om haar larven van voedsel te voorzien. Wel neemt de verspreiding van de soort in Nederland snel toe. In 2024 meldde bijna een kwart van de imkers (24,7%) de aanwezigheid van de Aziatische hoornaar in hun omgeving. In 2025 was dit aandeel gestegen naar meer dan de helft (56,4%). Hoewel het effect op de wintersterfte nog moeilijk is vast te stellen, verwachten onderzoekers dat de impact van deze exoot in de komende jaren verder kan toenemen.

Imkers blijven strijden voor gezonde bijenvolken

Aan de jaarlijkse COLOSS-enquête, die in meer dan veertig landen wordt uitgevoerd, namen dit jaar 840 Nederlandse imkers deel. Daarmee vertegenwoordigde de respons bijna 8% van alle Nederlandse bijenhouders. In Nederland zijn naar schatting ongeveer 11.000 actieve imkers, waarvan slechts een klein deel (2,5%) geheel of gedeeltelijk afhankelijk is van inkomsten uit de bijenhouderij. Meer dan de helft van de deelnemers (55,6%) gaf aan dat al hun bijenvolken de winter hebben overleefd. Tegelijkertijd rapporteerde 7,0% van de imkers dat zij hun volledige bijenstand verloren. De resultaten geven daarmee een waardevol beeld van de gezondheid van de Nederlandse honingbijen en de uitdagingen waarmee imkers jaarlijks worden geconfronteerd.

Heeft u een vraag?

Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.  

dr. SD (Séverine) Kotrschal

Onderzoeker bijengezondheid