Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 6 mei 2026

Biodiversiteitsstroken rond kassen trekken meer nuttige insecten aan

KA (Kyra) Vervoorn, MSc
DLO HBO Onderzoeker

Biodiversiteitsstroken naast glastuinbouwbedrijven trekken meer bestuivers en natuurlijke vijanden van plagen in de kas aan. Dat blijkt uit de eerste resultaten van een landelijk monitoringsproject van Wageningen University & Research (WUR), Glastuinbouw Nederland en Universiteit Leiden.

Eind 2024 legden twintig glastuinbouwbedrijven, verspreid over Nederland, naast hun kas een biodiversiteitsstrook van 250 vierkante meter aan. In 2025 volgden onderzoekers tijdens zes monitoringsrondes hoe deze stroken zich ontwikkelden. De uitkomsten werden vergeleken met even grote stukken kort gemaaid gras. De centrale vraag van het project is of bloemen en andere planten rond de kas meer nuttige insecten aantrekken, zonder dat dit leidt tot extra instroom van plagen.

Meer bestuivers en natuurlijke vijanden

“De eerste resultaten laten zien dat in biodiversiteitsstroken meer bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders voorkomen dan in gras,” zegt WUR-onderzoeker Kyra Vervoorn. “Gemiddeld namen we er ruim twintig keer meer bijen en hommels waar. Ook natuurlijke vijanden van kasplagen kwamen er in hogere aantallen voor, waaronder Orius (een kleine roofwants) en gaasvliegen. Lieveheersbeestjes werden drie tot vier keer vaker waargenomen.”

Dat betekent niet automatisch dat ook in de kas zelf meer natuurlijke vijanden aanwezig zijn. Dat verband is in deze fase nog niet onderzocht. De resultaten laten zien dat de stroken functioneren als leefgebied voor nuttige insecten in de directe omgeving van de kas.

Bladluizen als voedselbron, geen bedreiging

In totaal identificeren de onderzoekers 23 bladluissoorten. Veel daarvan blijken verbonden aan specifieke planten in de stroken of in de omliggende vegetatie. De meeste soorten zijn specialistisch of afhankelijk van planten buiten de kas. “De meeste bladluizen die we aantreffen, vormen dan ook geen risico voor de teelt,” aldus Vervoorn. “Ze kunnen juist bijdragen als voedselbron voor natuurlijke vijanden.”

Virusonderzoek: TSWV ook in controlegebieden

Naast insectenaantallen kijken de onderzoekers ook naar mogelijke virusoverdracht. In de zomermaanden namen de aantallen trips toe, een patroon dat overeenkomt met eerdere observaties. Trips uit bloemmonsters werden getest op Tomato spotted wilt virus (TSWV) met behulp van PCR, een methode waarmee viraal genetisch materiaal kan worden aangetoond.

Op dertien van de twintig bedrijven werden TSWV-fragmenten aangetroffen in trips, verspreid over alle regio’s. “Dat betekent dat viraal genetisch materiaal aanwezig is, maar het bevestigt niet dat trips het virus daadwerkelijk kunnen overdragen,” zegt Vervoorn. “Bovendien werd TSWV ook gevonden in planten in de controlegebieden. Op basis van deze resultaten kan het virus dan ook niet direct worden gekoppeld aan de biodiversiteitsstroken.”

Vervolgonderzoek in 2026

De resultaten zijn gebaseerd op één monitoringsjaar. In 2026 zetten de onderzoekers het onderzoek voort. Dan analyseren zij opnieuw planten uit biodiversiteitsstroken en controlegebieden en verdiepen zij zich in de relaties tussen plantensoorten, plagen en natuurlijke vijanden. Het doel is om telers uiteindelijk goed onderbouwde richtlijnen te bieden voor biodiversiteit rond kassen.

Het project is een samenwerking tussen Glastuinbouw Nederland, Wageningen University & Research en Universiteit Leiden, met financiering van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), Stichting KijK, Innovatiefonds Hagelunie, provincie Zuid-Holland (via Greenport West-Holland), gemeente Westland, Glastuinbouwpact Bommelerwaard & Tielerwaard en het Hoogheemraadschap Delfland. Daarnaast wordt het project ondersteund door Biobest, ECW Energy en de Federatie Vruchtgroente Organisaties.

Heeft u een vraag?

Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.  

KA (Kyra) Vervoorn, MSc

DLO HBO Onderzoeker