Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 16 januari 2026

Bruinvissen zenderen om hun leefgebied en gedrag te bestuderen

CBM (Cecile) Leuverink
Senior Communicatieadviseur

Credits: Annemieke Podt – Delta Bruinvis.

De Noordzee wordt steeds voller en drukker. Dat heeft mogelijk effect op de populatie bruinvissen, een beschermde diersoort die onder andere de Noordzee als leefgebied heeft. Nederland is wettelijk verplicht deze soort te beschermen. Door bruinvissen te zenderen, kunnen we meer te weten komen over hun precieze leefgebied in de Noordzee, en hun gebruik hiervan. Sinds het najaar van 2023 loopt er een onderzoek naar de haalbaarheid om bruinvissen in Nederland te zenderen, en daarmee meer kennis te ontwikkelen over deze zeezoogdieren. 

Waar in de Noordzee zijn bruinvissen hoofdzakelijk te vinden? Gebruiken ze de gehele Noordzee? Hoe ver zwemmen ze? Welke locaties hebben hun voorkeur? Verschilt het gedrag van individuele bruinvissen? Hoe gebruiken bruinvissen menselijke bouwwerken in zee, zoals windparken? Door bruinvissen te zenderen – zogenoemde telemetrie – kunnen onderzoekers antwoorden vinden op deze en vele andere vragen. Daarmee begrijpen we beter hoe bruinvissen hun leefgebied gebruiken. Naarmate de Noordzee intensiever door de mens gebruikt wordt, groeit het belang van die kennisontwikkeling. Dat is de reden dat de overheid een onderzoek hiernaar heeft uitgezet. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Wageningen Marine Research (WMR) en TNO in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en het Windenergie op zee ecologisch onderzoeksprogramma (Wozep) van Rijkswaterstaat (in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei).

Haalbaarheid

Om alle openstaande vragen over het leefgebied van de bruinvis te beantwoorden is meerjarig onderzoek nodig. Dit project is dan ook het fundament voor eventuele vervolgonderzoeken. In de eerste fase kijken WMR en TNO naar technische aspecten zoals welke zender te gebruiken en hoe deze op de dieren te bevestigen, waar te zenderen en in welke seizoenen. Als deze aspecten duidelijk zijn én voldoen aan de richtlijnen van de Dierexperimentencommissie, kan de volgende fase in 2024 beginnen: het daadwerkelijk zenderen van bruinvissen. Als het zenderen vervolgens succesvol blijkt te zijn en de gewenste informatie oplevert, kan de laatste fase van start gaan: een grootschaliger zenderprogramma. Het project is zo opgezet dat er tijdens iedere fase besloten wordt of het zinvol is om een volgende fase te beginnen. Zo zou het kunnen zijn dat het zenderen van bruinvissen in Nederland op dit moment niet haalbaar is. Als dat het geval blijkt, stopt het project.

Wageningen Marine Research en TNO werken nauw samen met een gespecialiseerde dierenarts en met onderzoekers van Aarhus University-Department of Ecoscience, die veel ervaring hebben met het zenderen van bruinvissen in Deense wateren (zie figuur 1). 

Figuur 1. Satellietposities van 71 bruinvissen gezenderd in Denemarken (blauwe stippen) en 31 in West-Groenland (rode stippen). Groene cirkel: zuidelijke Noordzee. Te zien is dat de bruinvissen die zijn gezenderd in Denemarken niet de zuidelijke Noordzee in bewegen. Waar de zuidelijkere bruinvissen heen gaan is nog onbekend. Aangepast van: Nielsen, N. H., Teilmann, J., Sveegaard, S., Hansen, R. G., Sinding, M. H. S., Dietz, R., & Heide-Jørgensen, M. P. (2018). Oceanic movements, site fidelity and deep diving in harbour porpoises from Greenland show limited similarities to animals from the North Sea. Marine Ecology Progress Series, 597, 259-272.

Updates

Update 9 oktober 2025: Opnieuw bruinvis gezenderd op Waddenzee
Tijdens de derde zenderactie in september 2025 heeft het projectteam in de Waddenzee opnieuw een bruinvis gezenderd. Een volwassen mannelijk dier werd ten zuidwesten van Schiermonnikoog van een satellietzender voorzien. De eerste zendergegevens laten zien dat hij tot nu toe in het oostelijke deel van de Nederlandse Waddenzee verblijft (figuur 1).

Figuur 1. Eerste locatiedata (t/m 9 oktober) van de bruinvis die in september op Waddenzee is gezenderd. Let op: de locaties hebben een foutmarge waardoor sommige punten op land kunnen verschijnen.

Update 28 juli 2025: Evaluatie afgerond en gezenderd dier teruggezien
De mannelijke bruinvis die in mei 2024 op de Oosterschelde werd gezenderd, is daar afgelopen lente/zomer meermaals door Delta Bruinvis waargenomen. Sinds 2 augustus 2024 ontvingen wij geen locatiedata meer van dit dier. Tot die tijd maakte het dier gebruik van de gehele Oosterschelde (figuur 1). Daarna duurde het tot april 2025 voor het dier door Delta Bruinvis werd gezien. De zender is eraf en de achtergebleven gaatjes zien er op het oog goed geheeld uit (figuur 2). De bruinvis zelf lijkt in goede conditie.

Figuur 1. Kaart met locaties (punten) en hotspots (paars/roze vlekken) van de gezenderde mannelijke bruinvis in de Oosterschelde, mei-augustus 2024. De ster geeft de plaats aan waar het dier in mei 2024 is gezenderd. Let op: de locaties hebben een foutmarge waardoor sommige punten op land kunnen verschijnen. Ook de punten buiten de kering zijn mogelijk het gevolg van deze foutmarge. 

Annemieke Podt

Figuur 2. Bruinvis op de Oosterschelde na het afvallen van de zender, juli 2025. 
Credits: Annemieke Podt - Delta Bruinvis. 

De evaluatie van het bruinvisincident 12 maart jl. op de Waddenzee is afgerond. Er is een evaluatierapport opgesteld door het projectteam, waarbij de input van twee onafhankelijke internationale experts is meegenomen (Evaluation Report). Het management van Wageningen Marine Research en van TNO hebben vervolgens een beoordeling uitgevoerd, en de Bruinvisadviescommissie heeft in opdracht van het ministerie van LVVN en RWS-Wozep een advies uitgebracht.

Op basis van deze documenten en de gesprekken met de betrokken partijen en de Bruinvisadviescommissie zijn het team van Wageningen Marine Research en TNO en de opdrachtgevers tot de conclusie gekomen dat het verantwoord is om door te gaan met het pilotproject, mits tijdens het veldwerk een aantal aanpassingen wordt doorgevoerd. Deze aanpassingen omvatten onder andere een duidelijkere taakverdeling en verscherpte criteria om een vangpoging te beginnen. Ook het snel binnenhalen en in de gaten houden van het net krijgt een hogere prioriteit.

De Bruinvisadviescommissie onderstreept de meerwaarde van dit pilotproject. Uit de gegevens van het op dezelfde dag gezenderde dier blijkt dat deze bruinvis vanuit de Waddenzee naar de Doggersbank is gezwommen (figuur 3). Dit is waardevolle informatie.

Figuur 3. Locaties van de in maart 2025 op de Waddenzee gezenderde bruinvis.

Update 17 maart 2025: Tweede bruinviszenderactie Waddenzee
Tijdens de tweede bruinviszenderactie in maart 2025 heeft het projectteam in de Waddenzee een bruinvis gezenderd om het gedrag en het leefgebied van de soort te bestuderen. Het gaat om een volwassen vrouwelijk dier. Een tweede dier dat gevangen werd, een kleinere bruinvis, is volgens protocol zonder zender weer vrijgelaten omdat het dier stresssignalen vertoonde. Ook werd er een derde (vrouwelijke) bruinvis aangetroffen in het net; deze bruinvis is helaas verdronken. Het dier is overgebracht naar de faculteit Diergeneeskunde van Universiteit Utrecht voor nader onderzoek.

Dit incident wordt door het projectteam met uiterste zorg en ernst behandeld. Om die reden is er besloten om deze tweede zenderactie per direct te stoppen. Er volgt nu een grondige evaluatie om te kijken wat er is gebeurd. Hierbij worden onafhankelijke interne en externe experts betrokken, waaronder de Dierexperimentencommissie (DEC) en de Instantie voor Dierenwelzijn van Wageningen Research. Pas na afronding van de evaluatie wordt besloten hoe de betrokkenen verder gaan met dit onderzoek. De onderzoekers blijven de gegevens van de gezenderde bruinvis monitoren.

Onderzoeker probeert een signaal van de gezenderde bruinvis op te vangen, Noordzeekust Texel. Credits: Steve Geelhoed.

Steve Geelhoed
Steve Geelhoed

Update 30 juli 2024: Uitslag pathologisch onderzoek van de dood aangetroffen bruinvis
De gezenderde bruinvis die op 25 juni 2024 dood werd aangetroffen, is onderzocht door de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Aangezien het dier in een vergevorderde staat van ontbinding was, kon geen doodsoorzaak worden vastgesteld. Uit het pathologisch onderzoek was wel te bepalen dat het dier, op het moment van overlijden, vermoedelijk in een matige tot slechte voedingsconditie verkeerde. 

De pathologen hebben extra aandacht besteed aan de zender op de rugvin. De zender zat nog goed bevestigd aan de vin. Microscopisch onderzoek van het weefsel rond de bevestigingsgaten van de zender liet geen ontstekingsreacties zien. De interpretatie werd echter bemoeilijkt door de staat van ontbinding van de bruinvis. 

Verder is er geen verband aangetoond tussen de dood van de bruinvis en het zenderen van het dier. De opgeslagen data op de zender gaven ook geen aanwijzingen voor een mogelijke doodsoorzaak. 

Er waren parasieten aanwezig in de oren, maag en longen, wat niet ongewoon is voor bruinvissen. Microscopisch onderzoek kon niet vaststellen of er sprake was van een ernstige ontsteking als gevolg van deze parasieten. Ook in andere organen werden geen infecties gevonden. De maaginhoud werd onderzocht bij Wageningen Marine Research en bestond uit een vijftiental prooiresten, overeenkomend met 16 gram kleine vis en inktvisjes.

Aanvullende informatie van Stichting Rugvin en Stichting Delta Bruinvis laat zien dat het dier minstens elf jaar oud is geworden; ze werd voor het eerst gezien in 2017. Omdat ze toen een kalf had, is het aannemelijk dat ze in 2017 minstens vier jaar oud was. De meeste bruinvissen worden niet ouder dan twaalf jaar.

Update 28 juni 2024: Een van de twee gezenderde bruinvissen dood aangetroffen.
Op 25 juni 2024 is één van de twee gezenderde bruinvissen dood aangetroffen op het Noordzeestrand bij Oostkapelle, aan de zuidwestkant van de Oosterscheldekering. Het betreft het vrouwelijke dier. Leden van Reddingsteam Zeedieren (RTZ) hebben het gestrande dier naar de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht gebracht, waar pathologen het dier zullen onderzoeken. Hoewel het dier al in een gevorderde staat van ontbinding was, kan het onderzoek mogelijk informatie opleveren over de doodsoorzaak. Afhankelijk van de laboratoriumtesten en aanvullende onderzoeken die nodig zijn kan het enige weken duren voor de resultaten bekend zijn. 

De zender van het dier is al enige tijd geleden gestopt met locaties versturen. De beschikbare locatiedata worden nog in detail bekeken. De zender van de andere bruinvis zendt nog dagelijks nieuwe locaties uit vanuit de Oosterschelde.

Update 28 mei 2024: Twee bruinvissen gezenderd in de Oosterschelde
Tijdens de eerste veldwerkperiode zijn twee bruinvissen gezenderd in de Oosterschelde. Twee volwassen dieren kregen een zender nabij de haven van Kats, op respectievelijk 18 en 21 mei.

Voor het onderzoek zijn twee typen zenders gebruikt; elk dier kreeg een ander type zender. Het vrouwtje - het eerste gezenderde dier - is op 19 mei in de buurt van Kats teruggezien (zie Figuur 2). Naar verwachting zal de zender van dit dier gedetailleerde data opleveren over een periode van twee tot drie maanden. De eerste gegevens van de zender laten zien dat deze bruinvis de gehele Oosterschelde gebruikt, maar dat zij wel een voorkeur lijkt te hebben voor locaties rond Kats en Wemeldinge. De zender van het mannetje zendt minder locaties per dag uit. Doordat de batterij van zijn zender daardoor langer meegaat, wordt verwacht dat deze bruinvis tot een jaar lang kan worden gevolgd. Na verloop van tijd zullen de zenders echter afvallen.

Dit is de eerste keer dat bruinvissen succesvol zijn gezenderd in Nederland. Het onderzoeksteam zal deze zomer beslissen waar, wanneer en hoe de volgende veldwerkperiode zal plaatsvinden.

Figuur 1: Vangteam in actie. Credits: Steve Geelhoed. 

Steve Geelhoed
Steve Geelhoed

Figuur 1: Vangteam in actie. Credits: Steve Geelhoed. 

Steve Geelhoed
Steve Geelhoed

Figuur 3: Gezenderde mannetje tijdens het vrijlaten na zenderen. Credits: Steve Geelhoed.

Steve Geelhoed
Steve Geelhoed

Heeft u een vraag?

Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.  

CBM (Cecile) Leuverink

Senior Communicatieadviseur