De kas van de toekomst groeit mee met haar omgeving

- prof.dr.ir. LFM (Leo) Marcelis
- Hoogleraar/Leerstoelhouder Tuinbouw en Productfysiologie
Hoe kunnen we voedsel blijven produceren en tegelijk slimmer omgaan met energie, water, voedingsstoffen en de schaarse ruimte? In Greenhouse in Transition kijken onderzoekers uit Nederland en de Verenigde Staten naar een duurzamere inrichting van kassen, efficiëntere teeltsystemen en het verbinden van kassen met de omgeving, bijvoorbeeld door water en restwarmte uit te wisselen met landbouw en industrie.
Camera’s en meetsensoren, automatische klimaatbeheersing en energiezuinige belichting: veel Nederlandse kassen zijn uitgerust met hightech oplossingen. Daarmee optimaliseren telers de plantengroei en besparen zij energie en kosten. Toch is er volgens Leo Marcelis, hoogleraar Tuinbouw en Productfysiologie, meer nodig voor een toekomstbestendige glastuinbouw. Het door Wageningen University & Research (WUR) geleide project Greenhouse in Transition heeft dan ook een brede focus.
Marcelis: “In het project kijken we naast energie ook naar aspecten als water en voedingsstoffen. Daar liggen nog veel kansen voor verdere verduurzaming, bijvoorbeeld door reststromen zoveel mogelijk opnieuw te gebruiken. Daarnaast zit aan duurzaamheid een sociale component. Zo is het niet overal even goed gesteld met de arbeidsomstandigheden. Met onze kennis kunnen we helpen die te verbeteren, bijvoorbeeld door te onderzoeken waar technologie zware of complexe arbeid kan overnemen.”
Nieuwe kas- en teeltsystemen
In het project richten de onderzoekers zich niet alleen op het verbeteren van bestaande systemen, maar ook op het ontwerpen van hele nieuwe typen kassen en teeltsystemen. Marcelis: “Misschien kunnen we bepaalde teelten anders inrichten, zoals de teelt van tomaat. Die plantjes kun je in het beginstadium ook in een vertical farm laten groeien, wanneer ze nog weinig licht nodig hebben. Pas na de opkweek verplaats je ze dan naar de kas, waar je ze verder laat groeien tot ze vruchten dragen. Op deze manier kun je meerdere oogsten per jaar doen. Ik ben erg benieuwd waar we op uit komen als we helemaal terug gaan naar de tekentafel. Maken we dan hele andere keuzes?”
Interactie tussen kas en omgeving
Een ander onderdeel van het project is interactie met de omgeving. Een kas of kassencomplex kan volgens Marcelis worden verbonden met nabijgelegen woningbouw, landbouw en industrie. “Je kunt denken aan het uitwisselen van energie, water en warmte. Dat werkt twee kanten op. De industrie heeft bijvoorbeeld restwarmte waarmee kassen verwarmd kunnen worden. Ook gezuiverd afvalwater van industrie of rioolwaterzuiveringen kan bruikbaar zijn. Tegelijkertijd produceren kassen zelf ook warmte die ze kwijt moeten. Die kan worden gebruikt om woningen te verwarmen. En restwater of een overschot aan opgeslagen regenwater kan weer nuttig zijn voor de landbouw. Met zo’n verbinding kun je een enorme duurzaamheidsimpact maken.”
Aan zo’n interactie zitten wel voorwaarden, benadrukt Marcelis. “In de eerste plaats wil je dat alles zo dicht mogelijk bij elkaar ligt. Hoe groter de afstand, hoe meer energie en geld het kost en hoe minder efficiënt en duurzaam het dus is. Daarnaast is veiligheid een belangrijk aandachtspunt. Je moet wel echt zeker weten dat reststromen schoon genoeg zijn om te hergebruiken. Gezuiverd afvalwater kan bijvoorbeeld nog restanten van geneesmiddelen bevatten. Voor de groei van een plant is dat niet zo erg, maar als die stoffen in voedingsmiddelen terechtkomen, is dat wel een probleem.”
Samenwerking met Verenigde Staten
In Greenhouse in Transition werken universiteiten, bedrijven en kennisinstellingen uit Nederland en de VS samen. Het project biedt volgens Marcelis een mooie kans om kennis over technologie en biologische bestrijding te delen met de VS, waar de glastuinbouw op veel plekken minder geavanceerd is. “Tegelijkertijd kunnen we ook weer van hen leren. Misschien zijn er wel dingen die beter lowtech dan hightech kunnen. Daar gaan we kritisch naar kijken. Ook kunnen we van de VS leren hoe ze omgaan met extreme weersomstandigheden. In Nederland krijgen we daar vaker mee te maken.”
Toepassing in de praktijk
Het doel van het project is niet zozeer om een blauwdruk van de kas van de toekomst te ontwerpen, maar vooral om concepten te ontwikkelen die laten zien hoe zo’n toekomstige kas eruit kan zien, zegt Marcelis. “Iedere teler kan daar zelf onderdelen uithalen om in het eigen bedrijf toe te passen. In het project gaan we telers daarbij ook helpen, bijvoorbeeld met demonstraties. We kijken dus echt naar het totaalpakket, van ontwerp tot toepassing in de praktijk. Sommige dingen kunnen al op de korte termijn, andere zijn meer voor de verdere toekomst.”
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.


