Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 2 september 2026

De Nederlandse Habitatrichtlijnrapportage 2025 inzichtelijk gemaakt

De meeste in Nederland beschermde soorten en habitattypen uit de Europese Habitatrichtlijn staan er niet goed voor. Hoewel sommige soorten en habitattypen zich herstellen, zijn er meer verslechteringen dan verbeteringen. Dat blijkt uit twee rapporten van Wageningen University & Research (WUR), opgesteld in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). 

Iedere zes jaar rapporteert Nederland aan de Europese Commissie over de uitvoering van de Vogel- en Habitatrichtlijnen (VHR). De nieuwe rapportage bestrijkt de periode 2019–2024. WUR beoordeelde hiervoor de landelijke staat van instandhouding van 91 Habitatrichtlijnsoorten en 52 habitattypen.

Zorgvuldig onderbouwd landelijk beeld

WUR heeft de beoordelingen uitgevoerd volgens de door de Europese Commissie voorgeschreven methoden en op basis van de best beschikbare wetenschappelijke data. Daarbij is gebruikgemaakt van landelijke meetnetten, verspreidingsgegevens, aanvullende databronnen en kennis van deskundigen.

Voor de soorten –zoals de otter, de hamster en de wolf- heeft WUR onder meer gekeken naar verspreiding, populatieomvang, leefgebied en toekomstperspectief. Bij habitattypen, bijvoorbeeld droge heiden, grijze duinen en galigaanmoerassen, zijn verspreiding, oppervlakte, structuur en ecologisch functioneren en het toekomstperspectief beoordeeld. Ook is er zorgvuldig onderscheid gemaakt tussen werkelijke veranderingen in de natuur en veranderingen in de beoordeling die het gevolg zijn van betere kennis of aangepaste beoordelingsmethoden.

Hierdoor geven de rapporten een beeld van de staat van de beschermde natuur op basis van de best beschikbare data en methoden.

Meer verslechteringen dan verbeteringen

Van de 52 onderzochte habitattypen hebben er 6 een gunstige staat van instandhouding. Voor de 91 onderzochte soorten zijn dat er 20. Ten opzichte van de vorige rapportageperiode, 2013–2019, verbeterde de staat van één habitattype en verslechterde die van vier habitattypen. Bij de soorten werden zes verbeteringen en negen verslechteringen vastgesteld.

Meer regionale gegevens nodig

De uitkomsten zijn betrouwbaar op landelijke schaal. Ze kunnen echter niet zonder meer worden vertaald naar afzonderlijke provincies of regio’s. Om daar gericht maatregelen te kunnen nemen en de effecten ervan te volgen, zijn meer en fijnmaziger gegevens nodig.

Daarbij is monitoring buiten Natura 2000-gebieden eveneens belangrijk. Soorten en habitattypen komen ook buiten deze beschermde gebieden voor en tellen mee voor hun landelijke staat van instandhouding. Een completer regionaal beeld helpt om beter te bepalen waar herstelmaatregelen het hardst nodig zijn en waar deze het meeste effect kunnen hebben.

Heeft u een vraag?

Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.