Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 25 juni 2026

Economische en ecologische voordelen van regeneratieve landbouw verschillen sterk per bedrijf en per regio

MT (Mark) Manshanden, MSc
Projectleider Regenomics

Regeneratieve landbouw kan economische én ecologische voordelen hebben voor Europese boeren, concludeert Wageningen University & Research in het onderzoeksproject Regenomics. Of dat zo is, hangt sterk af van de regionale omstandigheden, zoals de beschikbaarheid van water en dierlijke mest. De transitie naar regeneratieve landbouw vereist daarom maatwerk.

'Regeneratieve landbouw wordt gezien als een veelbelovende methode voor verduurzaming van de landbouw, maar we weten nog niet genoeg over de economische en ecologische gevolgen van opschaling ervan’, vertelt projectleider Mark Manshanden.

Om meer inzicht te krijgen in de kosten en baten onderzocht het team veertig boerenbedrijven in Duitsland, Frankrijk, Hongarije en Polen. Voor acht bedrijven deden de onderzoekers een uitgebreide analyse op basis van twee scenario’s: het eerste scenario met een paar kortetermijnstappen richting regeneratieve landbouw, het tweede met grotere stappen voor de langere termijn.

Winst en verlies

‘Vooral bij de onderzochte Poolse en Hongaarse bedrijven zien we dat regeneratieve landbouw veel kan opleveren’, zegt Manshanden. ‘Met relatief kleine stappen krijgen ze een veel lagere ecologische voetafdruk én tegelijkertijd een hogere omzet. Deze bedrijven gebruiken vaak nog pesticiden die een grote milieu-impact hebben. Stop je daarmee of kies je voor alternatieven, dan maakt dat een groot verschil.’

In Duitsland en Frankrijk daarentegen, hebben dezelfde regeneratieve maatregelen een minder grote impact. ‘Daar daalt in onze scenario’s vooral de omzet flink omdat gewassen minder opbrengen, terwijl de ecologische voordelen kleiner zijn.’

Toch is ook deze conclusie niet zwart-wit: regeneratieve landbouw brengt in vrijwel alle bedrijven lagere kosten met zich mee. En dat ‘dempt’ de schok van lagere renderende gewassen, zegt Manshanden. ‘Minder gebruik van pesticiden en kunstmest bespaart geld. Ook is tijdens piekmomenten in het jaar – zoals in de oogsttijd – de arbeidsinzet lager, doordat je het land minder intensief bewerkt. Dat scheelt brandstof- en loonkosten. En machines slijten minder snel.’

Randvoorwaarden

Het economische succes van regeneratieve landbouwpraktijken hangt sterk samen met regionale randvoorwaarden, gaat de onderzoeker verder. ‘Is er dierlijke mest en voldoende water beschikbaar? Is het praktisch haalbaar om extra gewassen toe te voegen aan de teeltrotatie? Zeker als je meer verschillende gewassen wilt telen – wat wij zien als een basisvoorwaarde voor regeneratieve landbouw – zijn voldoende mest en water cruciaal.’

Dierlijke mest en compost worden in de regeneratieve landbouw gezien als belangrijke vervangers van kunstmest. ‘Maar niet in alle Europese regio’s zijn ze beschikbaar. En door toenemende droogte worden opbrengsten nu al lager. Het is de vraag of extra gewassen toevoegen dan realistisch is: het ene gewas heeft meer water nodig dan het andere.’

Ook vraag en aanbod op de markt is een succesfactor. Krijgen boeren die extra gewassoorten wel verkocht? ‘In ons onderzoek voegden we gewassen toe die stikstof binden, zoals bonensoorten. Dat heeft ook ecologische voordelen. Maar naar zulke gewassen is op de wereldmarkt nog weinig vraag. Om dat te veranderen, zijn ook andere ketenpartners nodig.’

Uiteindelijk, vat Manshanden samen, vraagt de transitie naar regeneratieve landbouw om maatwerk. ‘Daarom hebben wij in dit project ook een model ontwikkeld waarmee boeren de impact van maatregelen kunnen doorrekenen, op bedrijfsniveau.’ Bekijk hier het Regenomics-eindrapport, met concrete aanbevelingen voor boeren, landbouwadviseurs, ketenpartners en beleidsmakers: Regenomics: Evaluating the Economic and Environmental Impacts of Regenerative Agriculture. Het model is hier in te zien.

Partners in Regenomics

Regenomics is een publiek-private samenwerking tussen WUR, Cargill, Unilever Europe, Mars Pet Nutrition Europe en de European Landowners’ Organization. Daarnaast waren vier lokale partners betrokken: Agro-Transfert Ressources et Territoires (Frankrijk), The Institute of Agricultural Economics (AKI) (Hongarije), Kompetenzzentrum Ökolandbau Niedersachsen GmbH (Duitsland) en Agro Smart Lab with Dorota Łabanowska-Bury (Polen).

Heeft u een vraag?

Contact

Wilt u meer weten over dit onderzoek of heeft u een vraag voor de onderzoekers? 

MT (Mark) Manshanden, MSc

Projectleider Regenomics