Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 17 maart 2026

Hoe stuur je scherp op rantsoen en weidegang om doelen te halen?

Martijn Harkink
F (Fleur) Brinke-Klein Gunnewiek, MSc
Manager Agro-innovatiecentrum De Marke

...

Op Agro-innovatiecentrum De Marke draait het dagelijks om praktijkervaring opdoen met toekomstbestendige melkveehouderij. Martijn Harkink, plant- en dierverzorger, is daar verantwoordelijk voor de 85 melkkoeien en het bijbehorende jongvee. Samen met collega’s André, Roy, Arnold en Tom runt hij de boerderij.

Naast het dagelijkse werk houdt Martijn zich bezig met onder andere rantsoenaanpassingen, contact met de dierenarts en het afstemmen met loonwerkers. De ervaring op De Marke laat zien dat scherp sturen op voer, bemesting en weidegang veel verschil kan maken voor zowel bedrijfsresultaat als milieu.

Sturen met eigen ruwvoer

Op De Marke wordt zoveel mogelijk gewerkt met voer van eigen land. Samen met onderzoeker Gerjan Hilhorst en de voerleverancier wordt een rantsoen samengesteld dat laag in eiwit zit. Het doel: ongeveer 65 procent van het eiwit uit het rantsoen uit eigen ruwvoer halen, vooral uit gras- en maiskuil. Door de droge zandgronden bij De Marke is dat elk jaar weer een uitdaging. “Je weet vooraf nooit precies hoeveel gras je kunt winnen en wat de kwaliteit wordt”, vertelt Martijn. “Daarom meten we veel en passen we het rantsoen regelmatig aan.” Naast ruwvoer wordt onder andere vet bijgevoerd. Dat helpt om de methaanuitstoot te verlagen en het rantsoen beter in balans te houden.

Scherp sturen op eiwit

Een belangrijk aandachtspunt op De Marke is het ruweiwitgehalte in het rantsoen. Door precies te voeren lukt het al twee jaar om rond de 144 gram ruw eiwit per kilo droge stof te blijven. Daarvoor wordt intensief gemeten. Alle voer gaat over de weegbrug en van vers gras worden regelmatig monsters genomen. Ook wordt goed gekeken naar het gedrag en de gezondheid van de koeien. “We houden de dieren continu in de gaten. Reageren ze goed op het rantsoen? Zie je tekorten? En wat vertelt de mest ons?”, zegt Harkink.

Ook het ureumgehalte in de tankmelk is een belangrijke indicator. Elke paar dagen komt nieuwe informatie beschikbaar, waardoor het rantsoen waar nodig snel kan worden bijgestuurd. “Bijsturen gebeurt door energieaanvulling of eiwitaanvulling in het rantsoen. In onze silo’s hebben we verschillende grondstoffen in de silo’s, zoals gemalen tarwe of soyaschroot die we in de voermengwagen kunnen mengen”, zegt Martijn.

Sterke basis in de winter

Volgens Martijn Harkink wordt de basis voor het hele jaar al in de winter gelegd. De periode van november tot ongeveer half april is belangrijk om een stabiel rantsoen neer te zetten. “Als je in de winter goed begint, helpt dat enorm om de rest van het jaar beter door te komen”, legt hij uit.

Lastige overgang naar weidegang

Een van de lastigste momenten in het jaar is de overgang van stal naar weidegang, want dan is het rantsoen lastig te sturen. Vers gras is lastig te voorspellen: de hoeveelheid, de kwaliteit en de groei zijn sterk afhankelijk van het weer. Op De Marke wordt daarom voorzichtig opgebouwd. Koeien gaan geleidelijk naar buiten. Ze blijven in het begin korter in de wei. “Als koeien naar buiten gaan, zetten we ze terug in kuilgras en eiwitaanvulling. Door regelmatig versgrasmonsters te nemen ontstaat beter inzicht in wat de koeien daadwerkelijk opnemen. Vers gras is moeilijk te peilen”, zegt Martijn. “Met monsters en melkureum kun je zien of je moet bijsturen.”

Bemesting nauwkeurig plannen

Niet alleen het voer, ook de bemesting wordt nauwkeurig afgestemd op het rantsoen en de weidegang. Op de percelen waar vroeg wordt beweid, wordt in het voorjaar alleen drijfmest gebruikt en geen kunstmest. Zo wordt overbemesting voorkomen en blijft het ureumgehalte in de melk beter onder controle. Vaak krijgen deze percelen zelfs iets minder drijfmest dan de rest. “Je wilt je stikstofruimte niet weggooien”, zegt Martijn. “Daarom bemesten we heel precies.” De Marke werkt al langer met de stikstofnormen waar veel melkveehouders nu door het wegvallen van derogatie mee te maken krijgen.

De ervaring op De Marke laat zien dat continu meten, bijsturen en vooruit plannen helpt om zowel productie als milieuresultaten te verbeteren. Zoals Martijn het samenvat: “Het draait om goed kijken naar je koeien, je voer en je land. Als je dat consequent doet, kun je echt verschil maken.”

Drie praktische tips van Martijn Harkink

  1. Zorg dat je winterrantsoen klopt

    De basis voor het hele jaar leg je in de winter. Scherp sturen in de winter, geeft je iets speelruimte in de weidegangperiode om toch een goed eindresultaat te behalen.

  2. Maak een voerplan samen met je voerleverancier

    Door vooraf een plan te maken en regelmatig bij te sturen, kun je beter inspelen op veranderingen in grasgroei en rantsoensamenstelling.
  3. Werk met een goed bemestingsplan

    Zorg voor een goed bemestingsplan, zodat je de mest zo goed mogelijk benut. Benut drijfmest optimaal in het voorjaar en kunstmest later in het najaar, zodat je kunstmestgiften goed afstemt op de groei van het gras. Zo voorkom je overbemesting en benut je stikstof efficiënter.

Heeft u een vraag?

Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.  

F (Fleur) Brinke-Klein Gunnewiek, MSc

Manager Agro-innovatiecentrum De Marke

Word vriend van De Marke

Interesse in Agro-innovatiecentrum De Marke? Meld u kosteloos aan als lid van ons netwerk.

Blijf op de hoogte