Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 16 januari 2026

Landbouwexport groeit door, import groeit sneller

De Nederlandse handel in landbouwgoederen blijft groeien. In 2025 komt de export volgens nieuwe ramingen uit op 137,5 miljard euro, een stijging van 8,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee groeit de landbouwexport voor het tiende jaar op rij. Tegelijkertijd neemt ook de import sterk toe, tot 95,1 miljard euro, een plus van 11,3 procent. Dat blijkt uit cijfers van het CBS en Wageningen University & Research (WUR).

Hoewel de importwaarde procentueel sneller groeit dan de exportwaarde, blijft het handelsoverschot op een hoog niveau, doordat de absolute groei van de export groter is dan die van de import. Voor 2025 wordt het overschot geraamd op 42,4 miljard euro. “De Nederlandse landbouw speelt een belangrijke rol in internationale handelsketens, als producent, verwerker en doorvoerland,” zegt onderzoeker Jop Woltjer. “Dat verklaart waarom zowel export als import omvangrijk zijn en samen blijven groeien.”

Twee derde van Nederlandse makelij

Bijna twee derde van de landbouwexport bestaat uit producten van Nederlandse makelij. Het gaat om 88,4 miljard euro aan goederen die in Nederland zijn geproduceerd of hier substantieel zijn bewerkt, zoals chocolade gemaakt van geïmporteerde cacaobonen. De resterende export betreft wederuitvoer. Dit aandeel van Nederlandse makelij ligt hoger dan bij de totale goederenexport, waar ongeveer de helft van de uitvoer een Nederlandse oorsprong heeft.

De waardegroei van de handel komt vooral door hogere prijzen. Ongeveer twee derde van de stijging is daaraan toe te schrijven, terwijl volumegroei het overige deel verklaart. De prijzen namen daarbij sterker toe aan de importzijde dan aan de exportzijde, wat de snelle groei van de importwaarde helpt verklaren.

Afzetmarkten

Europa blijft veruit de belangrijkste afzetmarkt voor Nederlandse landbouwproducten. In 2025 gaat bijna 73 procent van de export naar andere EU-landen. Duitsland voert de lijst aan, gevolgd door België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Zuivel en eieren, cacao en cacaoproducten, sierteelt, vlees en fruit behoren tot de grootste exportgroepen. Vooral bij zuivel speelde een combinatie van hogere prijzen in de eerste helft van het jaar en een aanhoudend sterke vraag een rol in de waardestijging.

Deze infographics tonen de Nederlandse export en import van landbouwgoederen in 2025. De vijf belangrijkste exportlanden zijn Duitsland, België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Spanje. De totale waarde van de landbouwexport bedraagt 137,5 miljard euro. De drie belangrijkste exportproducten zijn zuivel en eieren, cacao en sierteeltproducten. De vijf belangrijkste importlanden zijn Duitsland, België, Frankrijk, Spanje en Ivoorkust. De totale waarde van de landbouwimport bedraagt 95,1 miljard euro. De drie belangrijkste importproducten zijn cacao, fruit en natuurlijke oliën en vetten.

Aan de importkant valt vooral cacao op. Door tegenvallende oogsten en hoge wereldmarktprijzen steeg de importwaarde sterk. Nederland importeert cacao grotendeels om deze te verwerken en weer uit te voeren. In totaal is ongeveer 72 procent van alle ingevoerde landbouwgoederen bestemd voor verdere verwerking en export. “Dat onderstreept de positie van Nederland als schakel in mondiale voedselketens,” aldus Woltjer.

Landbouwgerelateerde goederen

Ook de export van landbouwgerelateerde goederen, zoals machines en kasmaterialen, groeit snel. Die komt in 2025 uit op 14,0 miljard euro, een stijging van 14 procent. Samen met de handel in primaire en verwerkte landbouwproducten leveren deze stromen naar schatting 54,6 miljard euro aan verdiensten op.

Economische baten vs. maatschappelijke kosten

De cijfers laten zien hoe sterk de Nederlandse landbouw is verweven met internationale markten. Die verwevenheid levert economische voordelen op, zoals werkgelegenheid en exportinkomsten, maar roept ook vragen op over duurzaamheid, ruimtegebruik en milieudruk. “De kern van het debat is hoe we de economische baten van handel kunnen blijven benutten, met voortdurende aandacht voor de maatschappelijke kosten,” zegt Woltjer. Dat spanningsveld zal ook de komende jaren centraal blijven staan in de discussie over de toekomst van de Nederlandse landbouw.

Download de publicatie: https://doi.org/10.18174/707136

Bron van de cijfers

Elk jaar maken WUR en het CBS een schatting van de agrarische import- en exportcijfers, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Ten tijde van de uitgifte van deze publicatie zijn de definitieve cijfers voor 2025 nog niet voorhanden. Daarom was een raming vereist voor de ontbrekende maanden, gebaseerd op de procentuele ontwikkeling in de eerste tien maanden van 2025 ten opzichte van 2024 en de realisaties in november en december van 2024. 

Definitie van landbouwgoederen

Wageningen University & Research, het CBS en het ministerie van LVVN hebben, in lijn met internationale indelingen, bepaald welke goederen wel en niet onder de definitie van landbouwgoederen vallen. De landbouwgoederenhandel betreft hier de eerste 24 goederenhoofdstukken van de internationale handelsstatistieken, plus een aantal landbouwgoederen uit overige hoofdstukken volgens de Gecombineerde Nomenclatuur-coderingssystematiek (GN). Bij landbouwgoederen gaat het enerzijds om onbewerkte (primaire) agrarische producten zoals varkens, appels, bloemen, bloembollen en tomaten, anderzijds om verwerkte (secundaire) producten zoals kaas, friet, chocolade, bier, tomatenketchup en vruchtensap. Landbouwgerelateerde (tertiaire) goederen, zoals landbouwmachines of meststoffen, vallen buiten de basisdefinitie van de landbouwexport, maar worden wel uitvoerig beschreven in de basispublicatie.

Heeft u een vraag?