Micro-organismen kansrijk om emissies uit mest te verminderen

- ir. HC (Herman) de Boer
- WR Onderzoeker
Het microbiologische middel Kopros helpt mogelijk om de emissies van methaan en ammoniak uit een koeienstal te verminderen. Hiervoor vond onderzoeker Herman de Boer de eerste aanwijzingen. De behandeling veranderde verschillende eigenschappen van de mest.
Melkveehouders gebruiken soms toevoegmiddelen in hun stal om emissies uit drijfmest te verminderen. De uitstoot van onder andere ammoniak ontstaat wanneer urine en feces met elkaar mengen op de vloer van de stal. Tegelijk willen melkveehouders de bemestende waarde verhogen als zij die mest uitrijden op het land.
De Boer onderzocht of het middel Kopros B beide functies zou kunnen vervullen door te testen of de behandeling bepaalde eigenschappen van de mest verandert. Kopros moet periodiek op de stalvloer worden gesproeid. De micro-organismen zouden zich in de mest op de vloer vermenigvuldigen en vervolgens hun werking in de mestkelder voortzetten.
Bijna een derde minder ammoniak geschat
De metingen van verschillende eigenschappen van de mest gaven een aanwijzing dat toepassing van Kopros de emissie van zowel methaan als stikstof kan verminderen. Op basis hiervan schatten de onderzoekers dat de ammoniakemissie uit de stal tijdens de onderzoeksperiode met 30 procent of meer is afgenomen. Dit percentage is afgeleid uit de veranderde mestsamenstelling en is geen rechtstreeks gemeten emissiereductie.
Een mogelijke verklaring voor een lagere ammoniakemissie is dat de gebruikte micro-organismen een afsluitende biofilm vormen op de stalvloer of op de mest in de kelder. Een biofilm is een dun, slijmerig laagje van micro-organismen die zichzelf vastzetten op een oppervlak. Of zo’n biofilm daadwerkelijk ontstaat en dit effect heeft, moet nog worden onderzocht.
Effect na uitrijden
De hogere pH en het hogere ammoniumgehalte na behandeling met Kopros betekenen dat de mest een hogere emissie kan hebben na het uitrijden over het land. Wel is de mest ook dunner, waardoor deze sneller de bodem intrekt en het effect van hogere pH en ammoniumgehalte wordt tegengegaan. Nader onderzoek is nodig om het uiteindelijke effect op de ammoniakemissie na uitrijden te bepalen.
Het onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Livestock Research en gesubsidieerd door de gemeenten Altena en Woudenberg, Rabobank, het Mesdagfonds en Novus AgroEcology.
Lees het volledige rapport: Effecten van Kopros op ammoniakemissie en stikstofwerking van rundveedrijfmest.
Meer informatie
Voor het onderzoek werd een melkveestal met een roostervloer verdeeld in een behandeld en een onbehandeld deel. Beide staldelen hadden een eigen mestkelder. In het behandelde deel werd Kopros iedere vier weken op de roostervloer aangebracht. De koeien in beide delen kregen hetzelfde basisrantsoen. Van eind september 2025 tot half februari 2026 werd de mest uit beide kelders regelmatig bemonsterd.
De onderzoekers analyseerden onder meer de zuurgraad, het gehalte organische stof, stikstof, ammonium en vluchtige vetzuren. De ammoniakemissie uit de stal werd niet rechtstreeks gemeten.
De behandeling veranderde verschillende eigenschappen van de mest. Het gehalte vluchtige vetzuren daalde met ruim 60 procent. Deze sterke afname sluit aan bij praktijkwaarnemingen dat behandelde mest minder sterk ruikt. Ook bevatte de behandelde mest minder organische stof. De zuurgraad steeg en het gehalte ammoniumstikstof en totale stikstof namen toe.
De grote afname van het gehalte vluchtige vetzuren, waaronder azijnzuur, kan wijzen op een lagere methaanproductie. Om dit vast te stellen zijn directe methaanmetingen nodig.
De verhouding tussen stikstof en fosfor in de behandelde mest was (na correctie) hoger dan in de onbehandelde mest. Fosfor vervluchtigt niet uit mest. Een hogere stikstof-fosforverhouding wijst er daarom op dat uit het behandelde staldeel minder stikstof is vervluchtigd.
De onderzoekers adviseren om de behandeling te testen onder gecontroleerde en representatieve omstandigheden, met een onbehandelde referentie en directe metingen van ammoniak en methaan. Ook is vervolgonderzoek nodig naar de mogelijke vorming van een biofilm, veranderingen in het microbioom van de mest en het effect na uitrijden.
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.


