Mogelijkheden voor aanwijzen ‘niet kwetsbare gebieden’ in kader Nitraatrichtlijn zijn beperkt

- prof.dr.ir. GL (Gerard) Velthof
- Senior onderzoeker / Buitengewoon hoogleraar
De Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) concludeert dat de mogelijkheden in Nederland voor het aanwijzen van ‘niet kwetsbare gebieden’ in het kader van de Nitraatrichtlijn beperkt zijn. Dit concludeert de commissie op basis van de recente grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. In gebieden waar de normen voor waterkwaliteit nu nog worden gehaald, is er een reëel risico op verslechtering van de waterkwaliteit als maatregelen uit het Actieprogramma Nitraatrichtlijn worden losgelaten. Een verslechtering is volgens Europese regels niet toegestaan. Als wordt overwogen om een deel van Nederland niet als kwetsbare zone aan te wijzen, moet eerst grondig en kwantitatief worden onderzocht wat de gevolgen zijn voor grond- en oppervlaktewaterkwaliteit.
De Europese Nitraatrichtlijn (1991) is bedoeld om watervervuiling uit agrarische bronnen te verminderen en te voorkomen. Het gaat daarbij vooral om nitraat, een stof die via mest in grond- en oppervlaktewater terecht kan komen en schadelijk is voor mens en natuur. Europese landen moeten maatregelen nemen om deze vervuiling te voorkomen, vastgelegd in actieprogramma’s.
Nederland heeft er in 1994 voor gekozen om geen kwetsbare gebieden aan te wijzen, maar dat het actieprogramma op het gehele land zal worden toegepast. Het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft de CDM gevraagd of Nederland de maatregelen uit het Actieprogramma Nitraatrichtlijn kan beperken tot alleen ‘kwetsbare zones’ en wat dat zou betekenen voor de waterkwaliteit.
Wanneer is een gebied ‘kwetsbaar’?
In de Nitraatrichtlijn staan criteria voor het aanwijzen van kwetsbare gebieden. Hierbij is van belang: de huidige grond- en oppervlaktewaterkwaliteit, en het effect van het loslaten van maatregelen uit het actieprogramma op de waterkwaliteit.
Wat laat de waterkwaliteit in Nederland zien?
Uit metingen van de afgelopen jaren blijkt het volgende:
- Grondwater: In delen van Nederland, vooral in zand- en lössgebieden, ligt de gemiddelde nitraatconcentratie boven de norm van 50 mg per liter. In klei-, veen- en Noordelijke zandgebieden ligt het gemiddelde nitraatconcentratie lager. In het Noordelijk zandgebied ligt de gemiddelde waarde met 45 mg per liter nitraat nog onder de norm, maar in een deel van dit gebied wordt deze norm overschreden.
- Oppervlaktewater: De gemiddelde jaarlijkse nitraatconcentraties in het oppervlaktewater liggen voor de meeste gebieden gemiddeld onder de norm van 50 mg per liter. Nitraat speelt ook een belangrijke rol bij eutrofiëring en voor eutrofiëring gelden striktere normen voor stikstof dan de nitraatnorm van 50 mg per liter. Daarnaast moet ook gekeken worden naar de fosforconcentraties in het oppervlaktewater. Veel Kaderrichtlijn Water (KRW)-waterlichamen (sloten, beken, meren en kustwateren) voldoen niet aan de doelen voor stikstof- en fosforconcentratie in het oppervlaktewater.
- Kust- en overgangswateren: Een groot deel van de Nederlandse kustwateren voldoet niet aan de drempelwaarde voor anorganische stikstofconcentraties. Uit analyses in het kader van de Nitraatrichtlijnrapportage blijkt dat 20% van de overgangs- en kustwateren in de periode 2020-2022 eutroof was, en 60% potentieel eutroof.
Op basis van de huidige waterkwaliteit concludeert de CDM dat de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit in het grootste deel van Nederland niet voldoet aan de normen.
Wat gebeurt er als maatregelen uit het Nitraatactieprogramma vervallen?
Als gebieden niet langer als kwetsbare zone worden aangewezen, zijn maatregelen uit het actieprogramma daar niet meer van toepassing. De verwachting is dan:
• Dat er in deze gebieden meer stikstof, fosfaat en dierlijke mest wordt toegediend aan landbouwgronden;
• dat maatregelen zoals de teelt van vang- en rustgewassen en bufferstroken minder worden toegepast;
• en dat hierdoor de uitspoeling van nitraat naar grondwater en van stikstof en fosfor naar het oppervlaktewater toeneemt.
Het is niet duidelijk of de waterkwaliteitsnormen in deze gebieden dan worden overschreden, maar de dan verwachte verslechtering van de waterkwaliteit is niet toegestaan vanuit de Nitraatrichtlijn, KRW en Grondwaterrichtlijn.
Conclusie
Op basis van de huidige waterkwaliteit moet dus een groot deel van Nederland als kwetsbaar gebied worden aangewezen. In gebieden waar de normen nu nog worden gehaald, is er een reëel risico op verslechtering van de waterkwaliteit als maatregelen uit het actieprogramma worden losgelaten. Dat is volgens Europese regels niet toegestaan.
De CDM concludeert daarom dat de ruimte om delen van Nederland niet langer als kwetsbare zone aan te wijzen zeer beperkt is. Als wordt overwogen om een deel van Nederland (toch) niet als kwetsbare zone aan te wijzen, moet eerst grondig en kwantitatief worden onderzocht wat de gevolgen zijn voor grond- en oppervlaktewaterkwaliteit.
Lees hier het volledige rapport: Advies 'kwetsbare zones nitraatrichtlijn'
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.
prof.dr.ir. GL (Gerard) Velthof
Senior onderzoeker / Buitengewoon hoogleraar
