Ga naar de inhoud
NieuwsPublicatiedatum: 8 juni 2026

Oude bonenrassen krijgen een tweede leven: van genenbank naar bord (of HAK-potje)

Bloeiende Emergo boon met peulen
ir. LN (Lana) de Bruijn
DLO HBO Onderzoeker

Er wordt regelmatig gesproken over een hernieuwde interesse in oude rassen. Liefhebbers kiezen bewust voor historische bonen, erwten of groenten en ontdekken de smaken en verhalen die daarbij horen. Maar blijft die belangstelling beperkt tot een kleine groep enthousiastelingen, of beginnen oude rassen ook weer een plek te krijgen buiten de moestuin?

Steeds vaker lijken erfgoedrassen hun weg te vinden naar een breder publiek. Een opvallend voorbeeld is de recente proef van HAK met vergeten Nederlandse peulvruchten. Door oude bonen- en erwtenrassen opnieuw te onderzoeken voor toepassing in de moderne voedselketen, laat het bedrijf zien dat historische gewassen niet alleen interessant zijn vanwege hun verleden, maar mogelijk ook vanwege hun toekomst. Hierbij wordt er gekeken naar oude Nederlandse bonenrassen zoals de Friese Woudboon, de Noord-Hollandse Krombek en de Wieringer boon. Het gaat hierbij om een proef waarbij er wordt gekeken naar hoe deze rassen het doen in de teelt. Het voordeel van oude bonenrassen is dat deze zijn aangepast aan de lokale omstandigheden, en hierdoor in het Nederlandse klimaat een goede kans zouden kunnen maken. Bovendien brengen ze iets mee wat moderne rassen niet altijd hebben: een verhaal. Een verhaal over de streek waar ze vandaan komen, de mensen die ze vroeger teelden en de rol die ze speelden in de regionale keuken. Voeg daar bijzondere kleuren, vormen en smaken aan toe, en je hebt iets dat veel consumenten aanspreekt. Misschien zien we ze in de toekomst dus niet alleen in de moestuin, maar ook weer terug op ons bord – of in een HAK-potje.

Ook in het hoge Noorden groeit de aandacht voor oude rassen. Zo is er dit voorjaar in Groningen een zeer succesvol basisschoolproject gestart: Red de Groninger boon. Sanne Meijer is initiatiefnemer van dit project, nadat ze afgelopen jaren de Groningse oude rassen in de spotlight heeft gezet met Groningse rassen vanuit onder andere de genenbank. Wat begon als een initiatief rond Groninger geschiedenis en moestuinieren, groeide uit tot een onverwacht succes. De belangstelling vanuit het onderwijs bleek veel groter dan verwacht en de reacties zijn bijzonder enthousiast. Inmiddels doen bijna honderd scholen mee, waarbij de schooltuinen zijn verrijkt met Hinrichs Reuzen, Groninger Strogele en de Oldambtster Witte. Het mooie is dat het project veel verder gaat dan alleen het zaaien van een boon. Leerlingen leren niet alleen hoe een plant groeit, maar krijgen ook les over de geschiedenis van hun regio, biodiversiteit, duurzaamheid en gezonde voeding. Veel scholen merken dat kinderen zich verantwoordelijk gaan voelen voor het voortbestaan van zo'n zeldzaam ras. Het idee dat zij zelf kunnen bijdragen aan het behoud van een historische boon spreekt enorm tot de verbeelding.

Groningse leerlingen in de moestuin
Sanne Meijer

Groningse leerlingen in de moestuin (Sanne Meijer, 2026)

Deze groeiende belangstelling is belangrijk. Veel erfgoedrassen zijn namelijk verdwenen uit de commerciële landbouw. Een eeuw geleden kende vrijwel iedere regio zijn eigen gewassen, aangepast aan lokale omstandigheden en voorkeuren. Met de modernisering van de landbouw is een groot deel van die diversiteit uit het landschap verdwenen. Initiatieven zoals die van HAK en de aandacht voor historische gewassen in schooltuinen laten zien dat erfgoedrassen langzaam uit de niche van verzamelaars en liefhebbers treden. Ze worden opnieuw zichtbaar voor consumenten, leerlingen en voedselproducenten. Dat is een waardevolle verbinding tussen behoud en gebruik.

Contact

Contact

Heeft u een vraag over dit onderwerp? Neem contact op met onze expert.

ir. LN (Lana) de Bruijn

DLO HBO Onderzoeker